Interview met Ramon Coelho (deel 2/2)
Nederlands Instituut voor Mediakunst, Amsterdam (23/04/09)Ramon Coelho is werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Mediakunst – Montevideo / Time Based Arts (NIMk)1 in Amsterdam. Hij is er verantwoordelijk voor de postproductie en de conservering.
Naar aanleiding van een digitaliseringsopdracht in het kader van het onderzoeksproject Bewaring en Ontsluiting van Multimediale data in Vlaanderen (BOM-Vl),2 sprak PACKED-coördinator Rony Vissers met hem over de digitalisering en conservering van videokunst en –documenten.
Dit is het tweede en laatste deel van het interview.
PACKED: Laten we terugkeren naar het digitaliseringsproces. Cruciaal in het digitaliseringsproces zijn de goede aansluitingen van de verschillende apparaten. Kun je hierover iets vertellen?
Ja, er bestaan verschillende videosystemen.
Formaten zoals ¾” U-Matic LB, Betamax,3 VHS en Video84 werkten met composiet video, een kleursignaal. Dit composiet videosignaal bevat zowel informatie over de helderheid (luminantie) als de kleur (chrominantie) van het beeld. Latere systemen als U-Matic HB, U-Matic SP, Hi-8 en S-VHS5 werken met component video. Deze component videosystemen nemen het videosignaal op in twee componenten. Het luminatie- en het chrominantiesignaal worden apart op de tape geschreven. Dit resulteert in een scherper beeld en met een betere kleurscheiding dan bij de oudere composiet systemen. Bij de overdracht van het signaal moeten speciale kabels6 worden gebruikt om de voordelen van dit systeem te benutten. Halfweg de jaren ’80 lanceerden Sony en Panasonic een tweede generatie component formaten (o.a. Betacam) waarbij het videosignaal wordt opgebouwd uit drie elementen: één voor de helderheid en twee voor de kleurinformatie. De kwaliteit van deze latere videoformaten is superieur aan de vroeger formaten. Ze lijden ook veel minder generatieverlies bij het kopiëren.
Alle videorecorders hebben een composite monitor uitgang, de zogenaamde video out. Als deze aansluiting wordt gebruikt voor signaaloverdracht bij digitalisering, worden echter de voordelen van de component systemen teniet gedaan. Het is dus zeer belangrijk dat de apparaten op de correcte manier worden aangesloten.

Een overzicht van de aansluitingen van de verschillende videoapparaten, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: De afspeeltoestellen worden met de best mogelijke verbindingen aangesloten op Time Base Corrector (TBC) en op de audio mixer? Kun je verduidelijken waarom die TBC wordt gebruikt?
De reden waarom we een TBC gebruiken is dat de meeste oudere videosignalen niet stabiel genoeg zijn om goed te worden opgenomen met moderne videoapparaten. Een TBC corrigeert onder andere de timing van het videosignaal, en geeft het een frame later (1/25 seconde) in een stabiele frame rate weer door. Tegelijkertijd kun je met een TBC de gain,7 het black level,8 de chrominantie en de kleurfase aanpassen.
Het belangrijkste verschil tussen de verschillende TBC’s die we in het NIMk gebruiken, schuilt in de in- en uitgangen voor het videosignaal. De één is component, de ander is composiet. Of U-dub, een TBC die enkel U-matic dub aankan. De TBC die we het meest gebruiken is AVS EOS standard convertor. Dit is een standaard convertor. De AVS kan zowel composiet, component en Y/C9 aan.
Maar sommige instabiele signalen, zeker van de tapes uit het ½”-tijdperk, leveren problemen op bij gebruik van een moderne TBC. Een moderne TBC houdt er geen rekening mee dat er zo’n grote fluctuaties in een videosignaal kunnen optreden. Wanneer een bepaalde TBC het videosignaal niet goed weergeeft, kunnen we een ander type TBC gebruiken die deze extreem instabiele videosignalen wel aankan. De reactie van elektronica op bepaalde fluctuaties kan erg verschillen. In het ergste geval kunnen we ook een M-10 mixer gebruiken. Dit toestel maakt het videosignaal niet echt mooier want er gaat een deel van het signaal verloren. Maar als het signaal van een band alleen nog met behulp van een M-10 mixer kan worden weergeven, dan beter dit dan geen beeld.
_resize.jpg)
Controleren van kleurenbalken (Jata Haan), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: En wat is hierna de volgende stap in het werkproces?
De te digitaliseren band wordt gestart zodat de video- en audiosignalen kunnen worden afgesteld.
Eerst wordt de apparatuur afgeregeld met behulp van eventueel op de band aanwezige testsignalen. Hierna wordt de band op verschillende posities gekalibreerd met behulp van een waveform monitor, een vectorscope en een audio peakmeter. Indien blijkt dat signalen zich boven of onder de afgesproken (EBU)niveaus10 gaan, worden de diverse parameters bijgesteld. Het originele signaal wordt met behulp van twee identieke studio monitors ook optisch vergeleken met het gecorrigeerde signaal. Indien duidelijk is dat bepaalde niveaus door de maker/kunstenaar intentioneel laag of hoog zijn gehouden zal hiermee rekening worden gehouden. Over het algemeen zal het programma of werk in zijn geheel worden gedigitaliseerd met de instellingen die we op deze manier hebben verkregen.
Er wordt gelet op het zwartniveau (black level), het videoniveau (video gain) en de kleur verzadiging (chroma gain of saturation) van het videosignaal. Ook wordt naast de kleurfase de kleurverschuiving (chroma delay) afgeregeld zodat de helderheids- en kleursignalen gelijk zijn gepositioneerd.
Indien de videosignalen slecht worden weergegeven doordat signalen zijn verzwakt, of ooit verkeerd zijn gekopieerd, kan - zoals ik reeds zei - worden gebruik gemaakt van verschillende types TBC, elk met hun eigen specifieke manier van signaalverwerking.
PACKED: En hoe wordt de klank overgezet?
Stereo-signalen worden rechtstreeks overgezet naar de corresponderende kanalen van het nieuwe formaat. Mono-signalen worden overgezet naar twee kanalen van het nieuwe formaat.
Een audio delay unit11 zorgt ervoor dat de audio- en videosignalen weer synchroon zijn na de bewerking van het videosignaal. Zoals ik reeds zei, zorgt een TBC voor een kleine vertraging van het videosignaal. Het klanksignaal moet dus ook in gelijke mate worden vertraagd.
PACKED: Hoe wordt dan de TBC en de audiomixer aangesloten op de rest van de apparatuur?
De uitgangen van het video- en audiosignaal worden naar de Digital Betacam recorder (DVW 500P) gevoerd. Deze machine verwerkt de analoge signalen tot een hoogwaardige SDI-stream. De SDI-uitgang wordt aangesloten op het Mpeg/AVI werkstation. Dit HPxw8400 werkstation is uitgerust met 2TB aan 'striped' disks en een PCI Express slot. Op dit PCI Express slot is de Multibridge Pro capture board aangesloten die de SDI-stream verwerkt tot uncompressed AVI files. Dit AVI formaat (uncompressed YUV 10 bit 4:2:2) resulteert in ongeveer 93 GB per uur video. De SDI-uitgang van de Multibridge Pro is op zijn beurt ook aangesloten op de meetapparatuur en de studio monitor zodat het proces 'live' kan worden gecontroleerd. Ook de files zelf kunnen steekproefsgewijs worden gecontroleerd.
Optioneel zouden we het videosignaal met behulp van de Snell & Wilcox CPP100012 ook nog kunnen filteren op ruis en videoartefacten, maar dit doen we voor dit project niet. De reden hiervoor is dat een dergelijke filtering niet wordt beschouwd als een integere conserveringshandeling. Het is immers een ingreep die onomkeerbaar is.
PACKED: Worden er bij het digitaliseren aantekeningen gemaakt, als er bv. vreemde dingen worden opgemerkt of onverwachte verwikkelingen zijn?
Ja, dergelijke dingen moeten natuurlijk worden geregistreerd. Anders gaat de informatie verloren, en moet misschien iemand het in de toekomst opnieuw uitzoeken. Alle informatie over de bron (het origineel) en de informatie over het nieuwe digitale videobestand wordt geregistreerd. Deze gegevens behoren tot de zogenaamde metadata.
_resize.jpg)
Invoeren van metadata (Jata Haan), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Bezorgen jullie deze informatie nadien aan de eigenaars van de banden?
Ja, ik neem aan van wel. Het lijkt me goed om dit bij elkaar te houden.
We moeten op dit moment wel nog beslissen hoe we de gegevens gaan registreren. We hebben van de eigenaars een xls-document gekregen met hierop verschillende gegevens als jaartallen, lengte, origineel formaat, opmerkingen, … We zouden onze observaties hieraan kunnen toevoegen. Maar we kunnen ook onze speciale databank gebruiken die hiervoor allerlei velden heeft. Er worden een tiental gegevens opgeslagen. Onze ervaring leert dat je hiermee alle noden dekt.
PACKED: Op welke drager bezorgen jullie dan nadien de videobestanden aan het IBBT dat de bestanden zal ingesten in BOM-Vl Demonstrator en nadien ook kopieën zal bezorgen aan de eigenaars?
Per werkdag zullen de digitale videobestanden zonder compressie worden gekopieerd naar een LTO-4 datatape. Deze datatapes worden na afloop aan het IBBT bezorgd.
PACKED: Wat gebeurt er met de NTSC-banden?13 Worden zij getranscodeerd naar het PAL-systeem ?14
Nee, er zal geen transcodage gebeuren. Ook transcodage wordt niet beschouwd als een integere conserveringshandeling. Het is immers, netals filtering, een ingreep die onomkeerbaar is.
PACKED: In België is het moeilijk geworden om voor ¾” U-matic en de verschillende 1”-formaten nog operationele afspeelapparatuur te vinden. Hoe is de situatie in Nederland?
We zijn een beetje een eiland. Ik zie het in Nederland verder ook nergens. Daarom is het ook goed dat we er zijn.
Wat het 1”C-formaat betreft, hebben we dus zeer recent een Sony BVH 2000PS- toestel gekocht dat nog in zeer goede staat is. Dergelijke apparaten zijn nog heel erg moeilijk te vinden.
Van toestellen voor ¾” U-matic hebben we zelf nog een voorraad. We krijgen ook nog regelmatig deze toestellen van mensen of instituten die gaan verhuizen of moeten opruimen. Maar het is duidelijk dat de apparatuur steeds zeldzamer zal worden. De staat van de apparaten zal ook verslechteren, en de onderdelen zullen steeds moeilijker te vinden zijn.
Als je de conservering van je collectie ernstig neemt, moet je geen jaren meer wachten met de digitalisering van deze formaten. Het zal steeds moeilijker en duurder worden.
PACKED: Is het een kwestie van enkele jaren vooraleer deze formaten definitief in onbruik zullen raken?
Het digitaliseren van ¾” U-matic zal misschien over 10 jaar nog wel kunnen, maar de vraag is dan: tegen welke kostprijs, moeite en risico’s? Dit is één van de belangrijke redenen waarom digitalisering hoogdringend is. En dit geldt zeker ook voor het 1”-formaat. Dat S.M.A.K., MuHKA, AMSAB en het Stadsarchief Antwerpen het BOM-Vl project aanwenden om hun oude formaten te digitaliseren, is een heel goede beslissing.
PACKED: Er wordt aangeraden om na digitalisering de oude videobanden niet onmiddellijk weg te gooien, maar ze nog een tijdje te bewaren. Is dit een goed advies?
Ja, zeker voor kunstcollecties..
Deze banden nog enkele jaren bewaren zorgt ook niet voor grote extra kosten. Je kunt de banden best nog een paar jaren bewaren tot je zeker bent dat je de juiste beslissingen hebt genomen tijdens het digitaliseringsproces.
Het klinkt misschien een beetje arrogant, maar de methode die wij hier hanteren voor digitalisering is, met de apparatuur die nog beschikbaar is, de best mogelijke methode. De afgeleverde kwaliteit zal in de toekomst niet beter worden. In het beste geval zal de kwaliteit gewoon dezelfde blijven.
PACKED: Eén goede reden om in dit geval de banden nog een tijd te bewaren, lijkt mij het risico dat schuilt in de opslag van de bestanden. Tapeless opslag is iets waarmee vooral kunstmusea nog weinig ervaring hebben.
Als je hierin een verkeerde keuze maakt en de digitalisering nog eens moet opnieuw doen, heb je inderdaad de banden nodig.
Maar ik zie ook nog een tweede reden. De videotape heeft in kunstcollecties ook een waarde als object. De videotape is immers een object waarop men vaak sporen terugvindt van de hand van de kunstenaar, bijvoorbeeld op het handgeschreven etiket op de doos of de cassette. Niet enkel het videosignaal zelf, maar ook dit heeft een waarde.
PACKED: Een derde reden voor de bewaring van de banden zou kunnen zijn dat je ze als museum bewaart bij wijze van referentie. Als je afscheid neemt van de oude banden en de bijhorende afspeelapparatuur, kun je ook nooit meer tonen hoe het werk er oorspronkelijk uitzag.
Dit klopt. Ook dit is bij kunst belangrijk, zeker bij installatiekunst waarbij de apparatuur onderdeel is van de fysieke opstelling van het werk.
We hebben al eerder afscheid moeten nemen van de oude weergaveapparatuur: monitoren en projectoren die werkten met beeldbuizen. De oude beeldbuismonitoren die we nu nog gebruiken hebben, zijn maar 10 à 12 jaar oud. De beeldbuismonitoren van bijvoorbeeld 20 jaar geleden hebben we niet meer.
Ook vanuit een kunsthistorisch oogpunt kan het zeker belangrijk zijn om de kleine moeite te nemen om de originele banden te bewaren. Misschien wil een kunstenaar of een curator het werk ooit toch nog op de oorspronkelijke manier vertonen.
_resize.jpg)
Controleren van de aanloopstrook (Mario Vrugt), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMK
PACKED: Wat zijn de meest voorkomende problemen met oude magnetische dragers als 1”, ¾” U-matic en VHS? Kleverige afzetting (sticky shed), schimmel, …?
Met schimmel krijgen we gelukkig niet vaak te maken. Voor beschimmeling moeten de banden zeer slecht en vochtig worden bewaard.
Het grootste probleem vindt zijn oorsprong in de chemische samenstelling van de videoband zelf. Componenten van een tape, zoals de drager en de bindingslaag, zijn vatbaar voor chemische verandering doorheen de tijd. Dit veroorzaakt vooral kleverigheid, zeker bij ½” open reel banden. Het videosignaal staat meestal nog wel goed op de band, maar de bandloop in het afspeelapparaat wordt door het chemische proces belemmerd. Hierdoor kun je sommige banden niet meer in zijn geheel afspelen.
PACKED: Kun je deze kleverigheid verwijderen door de banden te reinigen?
Ja, we reinigen de banden. We hebben een RTI reinigingsmachine voor ¾” U-matic, VHS en Betacam SP. En voor ½” open reel banden hebben we zelf een reinigingsmachine gemaakt. De meest kleverige banden worden vijf tot acht keer gereinigd vooraleer ze geen zwart meer afgeven en ze weer vlot door het afspeelapparaat lopen. Door deze reiniging verdwijnt de magnetische informatie niet.
PACKED: Soms hoor je ook wel eens van videolabo’s dat tapes worden ‘gebakken’. Doen jullie dit?
Nee, deze methode hebben we nog niet gebruikt. Met de droge poetsmachines van RTI die wij hebben is dit niet nodig. Wij halen enkel de videoband met enige druk langs tissue.
De methode van het ‘bakken’ spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Bakken klinkt een beetje overdreven. Men moet gedurende 24 uur of zo de band tot 40°C verwarmen. Hierdoor verdwijnt de vochtigheid. Daarna loopt de band terug soepeler door het afspeelapparaat. Maar dit ‘bakken’ mag je maar één keer doen, tenminste volgens de methode die ik in de jaren ’90 heb leren kennen via iemand van videoconservering van de NOB.15
PACKED: Verdwijnt de informatie die is opgeslagen op de banden doorheen de tijd?
Niet snel.
Wel is de interpretatie van de informatie anders is bij moderne apparatuur. Een videomonitor accepteerde vroeger signalen die minder stabiel waren en gaf toch nog een mooi beeld weer. Een moderne TBC of een digitale recorder heeft een veel preciezer signaal nodig voor een goede weergave. In vergelijking met de moderne apparatuur konden de signaalfluctuaties vroeger veel groter zijn.
Er is dus niet zozeer een verloop van het signaal maar eerder een verandering van normen voor een signaal. De oorzaak van het feit dat oude signalen niet meer kunnen worden geïnterpreteerd en weergegeven door moderne apparatuur, ligt eerder bij de industrie dan in de drager zelf. Het signaal zelf is meestal nog aanwezig in de drager. Het probleem schuilt vooral in de incompatibiliteit met de afspeel- en weergaveapparatuur.
PACKED: En wat met het fysieke verval van de apparatuur zelf?
Ja, er is ook een verval van de apparatuur én van de onderdelen waaruit de apparaten zijn samengesteld: niet enkel de snaren en het rubber maar ook de elektronische onderdelen. Doorheen de tijd veranderen deze elektronische onderdelen door het chemisch proces ook van waarde.
De grootste bedreiging schuilt eigenlijk in het verval en het in onbruik raken van de apparatuur.
PACKED: Ook de kennis die nodig is voor het onderhoud van de oude machines verdwijnt. Hoe onderhouden jullie de apparatuur?
Enkel het klein onderhoud doen we zelf. Voor de rest doen we beroep op externe experts. Voor de moderne apparatuur is dit geen probleem. Maar ook voor bijvoorbeeld het 1”-toestel kennen we een specialist die beschikt over zowel de nodige kennis als de nodige reserveonderdelen.
Zelf vervangen geen onderdelen, noch wisselen we ze tussen apparaten. Omdat we nog voldoende oude apparaten hebben waaruit we kunnen kiezen, hoeven we dit ook niet te doen.
Voor het ½” open reel formaat zou het niet slecht zijn om de apparaten aan te passen. Sony doet dit ook. Het systeem wordt veranderd omdat het transport van de band in het afspeelapparaat veel te zwaar is. Het systeem kan worden verbeterd. Sommige geleiderolletjes zijn gefixeerd en zouden beter ook mee draaien opdat het transport van de band doorheen het afspeelapparaat wat lichter zou verlopen. Dit kun je aanpassen. Omdat we gelukkig nog weinig ½” open reel banden moeten digitaliseren, hebben we hier tot nu toe weinig aandacht aan besteed.
PACKED: De open reel banden van de Nederlandse collecties hebben jullie door middel van de eerste en tweede conserveringsronde reeds gedigitaliseerd?
Ja, in de eerste conserveringsronde hebben we ze overgezet naar Betacam SP. In de tweede conserveringsronde hebben we deze Betacam SP-banden vervolgens overgezet naar digital Betacam.
Het eigenlijke overschrijven van de open reel banden hebben we dus reeds in de jaren ’90 gedaan. Dit was een vreselijke klus. Het overschrijven van een open reel band heeft een bewerkingstijd van 5 op 1, en duurt dus dubbel zo lang als het overschrijven van een ¾” U-matic band.

Screenshot van een SOM-programma uit de collectie van AMSAB, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Hoe gebeurt bij jullie de opname van een nieuw individueel werk in de collectie, of zelfs van een nieuwe deelcollectie?
De beschrijving en de intake gebeurt door de distributie- en de collectieafdeling van het NIMk. Zij nemen, na een selectieprocedure, nieuw werk aan van kunstenaars.
Op verzoek van mijn afdeling moet er dan een bepaalde master worden afgeleverd. De kunstenaar levert aan wat hij kan, liefst een formaat dat past in onze productieomgeving. Er worden momenteel zeer diverse formaten afgeleverd. De drager is steeds minder tape. Steeds vaker ontvangen we videobestanden. We hebben hier grotere servers voor.
Dit betreft enkel onze eigen collectie, de actieve collectie. Maar zoals ik reeds zei, bewaren we ook de videocollecties van een aantal andere instellingen. Sommige van deze instellingen kopen werken aan voor hun collecties, en brengen ons dan maandelijks één of twee tapes. Dit wordt geregistreerd.
PACKED: Worden de nieuwe banden die worden opgenomen ook geïnspecteerd?
Nee, zij worden niet stelselmatig geïnspecteerd.
Wat er wel gebeurt met de banden is dat ze jaarlijks worden omgespoeld. In de praktijk wordt er vaak een DVD-kopie van de banden gemaakt en dan is er een vorm van controle.
PACKED: Het jaarlijks omspoelen is iets waar controverse over bestaat…
Het is altijd beter om de banden regelmatig om te spoelen, maar je moet dit uiteraard wel goed doen. Omspoelen doe je niet met een oud apparaat dat een kras kan veroorzaken.
In sommige systemen spoelt de band lichtjes langs de afleeskop. Hierop is de band voorzien. Als de machine in goede staat is, is dit niet schadelijk voor de band, hoogstens voor de afleeskop zelf.
PACKED: Je zou kunnen zeggen dat iedere keer de band langs de afleeskop loopt er een risico op beschadiging is, of dat er een kleine hoeveelheid partikels van de bovenlaag wordt geschaafd.
Dit geldt dan toch vooral voor apparaten die zich in slechte staat bevinden. Ook een nieuwe afleeskop kan wel eens een beetje scherp zijn, een beetje van de bovenlaag meenemen en hierdoor vuil worden.
Videosystemen zijn ontworpen om honderden keren eenzelfde band te kunnen afspelen. Lichtjes langs de afleeskop spoelen zou nooit een negatief effect mogen hebben voor de band.
Maar ik begrijp de controverse. Het omspoelen is ontstaan bij het omspoelen van audiotapes die als ze lang op het rek bleven staan, gingen doormagnetiseren. Doordat de magnetische informatie doorheen de band trok, ontstond er dus een echo. Dit werd voorkomen door de banden jaarlijks om te spoelen.
PACKED: Maar videobanden blijken geen last te hebben van dit doormagnetiseren… Waarom is het dan vandaag nog belangrijk om de banden regelmatig om te spoelen?
Ten eerste om te voorkomen dat de banden kunnen verkleven, en ten tweede om de spanning weer gelijk over de band te verdelen en dus schade door trek- en rekkracht op band te voorkomen. Deze spanning ontstaat vooral als een band slecht wordt bewaard en aan temperatuurschommelingen onderhevig is. De spanningen treden op aan de binnenkant van het spoel omdat de tape onder invloed van de omgevingsfactoren uitrekt en krimpt.
Het jaarlijks spoelen is, wat mij betreft, een aanrader om het te doen, maar het zorgt wel voor een hoop werk als je een grote collectie hebt.
PACKED: Er wordt ook steeds aangeraden om videobanden rechtop te bewaren. Waarom?
De randen kunnen beschadigd raken door het afzakken van de tape van de spoel. De band kan op sommige plaatsen gaan rusten en verkreukelen, vooral aan de randen. In sommige systemen ligt aan de rand van de banden veel belangrijke informatie, zoals de tijdscode.
_resize.jpg)
Digitaliseren van 1"C tapes (Jata Haan), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Hoe vermijden jullie bij de verschillende conserveringsprojecten overlapping? In de verschillende collecties zitten ongetwijfeld werken die eenzelfde titel hebben en identiek zijn, of die eenzelfde titel hebben en niet-identiek zijn.
In de eerste conserveringsronde is dit niet op voorhand bekeken. Er zijn dus allerlei werken dubbel overgezet. Iedere collectie is apart overgezet. Hierdoor zijn de werken die deel uitmaken van meerdere collecties ook meerdere keren overgezet.
Bij de tweede conserveringsronde hebben we in afspraak met de participerende instellingen wel op voorhand een zogenaamde doublurecollectie aangelegd. Uiteindelijk is enkel het beste exemplaar van een bepaald werk overgezet naar digital Betacam en de nieuwe conserveringsmaster is toegankelijk voor alle instellingen die het werk bezitten. Een dergelijke werkwijze zullen we ook hanteren in onze derde conserveringsronde. De doublures zijn dus vermeden door afspraken te maken met de collectiehouders. Voor de instellingen is het economisch belangrijk om hieraan mee te doen. Op deze manier is voor alle collecties ook de beste versie beschikbaar.
PACKED: Zitten alle gegevens dan ook in een centrale databank? Of vermijden jullie overlapping door afzonderlijke lijsten met elkaar te vergelijken?
Er komt veel papierwerk bij kijken, maar ook databanken. Het is vooral een kwestie van manueel vergelijken.
Er zijn een viertal factoren die aangeven of het om eenzelfde werk gaat: de titel, de lengte, kleur/zwart-wit, film of video, …
Tijdens het conserveringsproces zelf kan dan nog blijken dat er bepaalde vaststellingen i.v.m. overlapping niet kloppen. Eerdere beslissingen kunnen dan worden herzien.
PACKED: Zijn er naast het vermijden van doublures nog andere lessen getrokken uit de eerste conserveringsronde?
Ja, in de eerste fase is er geen montage gedaan.
Tijdens de eerste conserveringsronde hebben we werken van allerlei minder vertrouwde formaten (bv. de ½” open reel) overgezet naar Betacam SP. Hierbij gebeurde het regelmatig dat bijvoorbeeld na vijf minuten de afleeskop vuil was en dat we het kopieerproces moesten onderbreken. Het was vaak onmogelijk om een werk in zijn geheel in één keer goed over te zetten. Dit lukte vaak enkel in stukken.
Het proces moest vaak worden onderbroken om de afleeskop te reinigen. Nadien werd dan opnieuw gestart met een zekere overlapping. Om later alles terug netjes aan elkaar te zetten overlapte de kop van het tweede stuk met de staart van het eerste stuk. We hebben natuurlijk wel in een databank geregistreerd welke werken geheel zijn overgezet, en welke werken in stukken. Van deze laatste werken hebben we ook de tijdscodes van de verschillende delen genoteerd.
In de tweede conserveringsronde hadden we een opstelling die kon worden gestuurd op basis van de tijdscode, en konden we de werken waarbij dit soort problemen zich tijdens de eerste ronde hadden voorgedaan, op basis van de tijdscodes weer in hun oorspronkelijke vorm aan elkaar monteren. Maar dit gebeurde vrij zelden. Het ging om minder dan 2% van de werken.
PACKED: Nog andere lessen die jullie hebben getrokken?
In de eerste fase zijn we iets vergeten: bij de videoprocessing via een TBC loopt het videosignaal een vertraging op. Het signaal komt dan één frame later aan en hierdoor gaat het audiosignaal voorlopen. Na de eerste conserveringsronde liep de audio dus één beeldje voor.
In de tweede fase hebben we dan een audio delay unit gebruikt en hebben we een extra frame kunnen inhalen. We hebben het audiosigaal dus twee frames vertraagd om het weer lipsync te krijgen.
PACKED: Zijn er uit de tweede conserveringsronde, de overzetting naar digital Betacam, ook lessen te trekken voor de volgende, de derde conserveringsfase?
Uit de eerste conserveringsronde zijn er duidelijk lessen getrokken voor de tweede conserveringssronde, voor de overschrijving naar digital Betacam. Maar uit de tweede conserveringsronde daarentegen zijn er weinig lessen te trekken.
Mijn inziens zijn er tijdens de tweede ronde geen fouten gemaakt en zijn er dus ook geen harde lessen te trekken. We moeten vooral zo doorgaan.
Maar de derde conserveringsronde zal wel worden gekenmerkt door een andere workflow: één van digital Betacam tape naar een digitaal bestandsformaat. Het wordt een meer klinisch werkproces. De analoge formaten zijn allemaal al eerder gekalibreerd en gedigitaliseerd naar digital Betacam.
PACKED: Deze tussenstap met behulp van digital Betacam is in Vlaanderen voor de collecties van AMSAB, MuHKA, S.M.A.K. en Stadsarchief Antwerpen niet gemaakt. Hier gaan we van een analoog tapeformaat naar een digitaal bestandsformaat.
Deze workflow is nieuw voor ons. We hebben wel testen gedaan. Maar we zijn zelf benieuwd hoe het werk voor de hele verzameling tapes zal verlopen.
Met de opstelling van Betacam SP naar digital Betacam beschikten we over montageapparatuur. Je kon dan zeggen “dit is mijn startpunt en het gaat hier mis, ik pik het later wel weer even op.” Bij het creëren van digitale videobestanden is dit niet mogelijk. Deze workflow is anders is dan de vorige. Misschien zul je af en toe achteraf toch nog een bestand moeten monteren, of een bestand opnieuw moeten renderen, …
PACKED: We hebben daarstraks gesproken over de veroudering van apparatuur die resulteert in obsoletie en in fysiek verval. Net als in de buitenwereld veroudert ook de apparatuur in jullie studio snel. Op een gegeven moment moeten jullie ongetwijfeld ook de analoge piste opgeven. Heb je enige idee hoelang je de huidige apparatuur nog in stand moet houden om te voorkomen dat er werken verloren gaan in de overstap naar het tapeless tijdperk?
We zitten zelf in een luxesituatie omdat we voor onze eigen collectie het werk dat oorspronkelijk is gemaakt op analoge videoformaten, bijna volledig hebben veilig gesteld op digitale tapeformaten die makkelijker te encoderen zijn. Maar er zijn in Nederland nog andere collecties, en zeker ook in België en de rest van Europa. We verlenen deze digitaliseringsdiensten graag, maar voor de digitalisering van de eigen collectie hoeven we - op en paar uitzonderingen na - niet bang te zijn.
Maar het beheren van collecties blijft mensenwerk. We hebben net een documentatiekast opgeruimd en hebben hierbij enkele banden gevonden die als master worden beschouwd en dus ook reeds moesten zijn geconserveerd.
Ik zou zeggen dat de analoge apparatuur zeker nog vijf jaar operationeel moet blijven. Hoe langer hoe beter. Het is een fantastische voorziening. Maar het moet bemand worden door personeel met kennis, en het moet betaalbaar blijven.

Digitaliseren naar AVI uncompressed formaat, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Jullie hebben pas een onderzoek (Playout) afgerond ter voorbereiding van jullie derde conserveringsronde. Wat zijn de grootste vragen die voorlopig nog onbeantwoord zijn gebleven?
De laatste grote vraag betreft de opslag van de digitale videobestanden. Opslag op datatapes is een betrouwbare en betaalbare oplossing, maar we zoeken naar een vorm van hybride opslag waarbij de opslag op datatapes wordt gecombineerd met opslag op een server. Dit lijkt ons ook de beste manier om de bewaring te kunnen controleren. Het is dus de veiligste vorm van opslag.
Een belangrijk probleem met de opslag op servers is dat de harde schijven voortdurend moeten draaien, en dat ze dus veel energie verbruiken en weinig milieuvriendelijk zijn. Wij voorzien dat we een opslagcapaciteit nodig zullen hebben van 100 TB. Met harde schijven die continue draaien is dit milieutechnisch onverantwoord. De markt is nog niet zover dat ze schijven aanbiedt die kunnen rusten. Deze ontwikkeling wacht we nog af.
Wat er hiernaast nog openstaat is de berekening van de bewerkingstijd. De ervaring die we nu opdoen door het leveren van diensten in het kader van BOM-Vl zullen ons helpen de berekening van de bewerkingstijd verder te verfijnen.
PACKED: En wat heeft jullie onderzoek naar het gebruik van de codec opgeleverd?
De eindconclusie is dat we van de industrie afhankelijk blijven. Er is geen open source codec die goed genoeg wordt ondersteund. Het is de industrie die de meeste middelen heeft om nieuwe dingen te ontwikkelen en die moeten we volgen.
De codec die we gebruiken is de V-210. Hier zitten we aan vast. Dit is de codec waarmee de Blackmagic capture card werkt. Het is een redelijk veel gebruikte codec die o.a. ook door Sony wordt ondersteund
We zullen dus goed moeten blijven opvolgen of hardware ook in de toekomst onze codec zal blijven ondersteunen. Gelukkig gaat het hier niet om compressie. Maar de codec bepaalt bijvoorbeeld wel de rangschikking van de data. Zodra je ziet aankomen dat de codec in onbruik raakt, kun je zonder verlies de data transcoderen naar een andere codec.
PACKED: Wat met digital born-materiaal? Kunstenaars leveren jullie niet langer hun nieuwe werken op analoge videobanden maar op digitale videobanden en ook steeds vaker op harde schijven.
Ons tweede conserveringsproject waarbij we de analoge banden hebben gedigitaliseerd, is reeds bijna tien jaar geleden afgerond. De analoge tijdperk is voor ons dus afgesloten.
Voor de DV-formaten hebben we nog geen conserveringsstrategie ontwikkeld. We hebben wel de geruststellende vaststelling dat het DV-formaat een open source formaat is, en dat je dus DV-formaten kunt bewaren en ten allen tijde kunt blijven afspelen.
De DV-formaten zijn formaten waarbij compressie wordt gebruikt. We gaan ervan uit dat we deze formaten niet zullen opblazen naar het uncompressed AVI-formaat dat we zullen gebruiken voor de werken die oorspronkelijk op analoge formaten zijn gemaakt. De DV-codec is bruikbaar, en de vereiste opslagcapaciteit is kleiner dan voor het uncompressed AVI-formaat. Er hoeft geen conversie te gebeuren.
PACKED: Wil dit zeggen dat de werken op miniDV die hier door kunstenaars zijn gedeponeerd altijd zijn bewaard op miniDV? Of zijn ze overgezet naar een digitale Betacam?
Ja, de originele miniDV-cassettes zijn bewaard als masters. Maar daarnaast zijn er submasters gemaakt, eerst op Betacam SP en nadien op digital Betacam.
De originele miniDV-cassettes zijn hier dus nog. Pas recent hebben we bedacht dat we deze bandjes zeer goed moeten bewaren zodat ze in goede staat blijven en ze in de nabije toekomst kunnen worden gebruikt om er door middel van capturing een tapeless videobestand van te trekken.
PACKED: En de werken die door kunstenaars zijn bezorgd op een harde schijf? Worden zij op een server bewaard?
Ja, zij worden op een server bewaard, en er worden ook submasters op digital Betacam van gemaakt.
Maar voor werken in een High Definition-resolutie16 gaat het kopiëren naar digital Betacam niet meer. Deze bestanden blijven gewoon op de server staan. Deze server breidt zich alsmaar uit. Maar we hebben ook een RAID-systeem en ook een back-up op tape. Alle bestanden in de partitie master files worden als master beschouwd. Van deze werken bestaat er dus geen fysiek tastbare master meer. Het gaat hier niet om een groot aantal werken, maar het aantal groeit.
PACKED: Hier stelt zich dan voor jullie de vraag: blijven we deze masters bewaren op een server of zetten we ze op datatape?
Ik heb een opslag voor montagebestanden en een file server met masterbestanden. De werkwijze die ik heb bedacht is jaarlijks te bekijken of we de bestanden die op deze locaties staan nog daadwerkelijk gaan gebruiken. Indien dit niet het geval is, kunnen we ze naar datatape wegschrijven.
PACKED: Deze twee pistes, met enerzijds de overzetting van analoge en digitale banden naar tapeless bestanden en anderzijds de bewaring van de tapeless geboren bestanden, moeten ooit in elkaar overvloeien en één geheel worden.
Ja, dit moet uniform worden. Maar de formaten zullen zich, vanwege de resolutieverschillen, waarschijnlijk niet vermengen. Eén en hetzelfde videoformaat wordt het nooit. Het zullen aparte formaten blijven. Maar de collectie met zijn verschillende formaten moet (o.a. dankzij het gebruik en de databank) wel een eenheid worden.

Screenshot van een SOM-programma uit de collectie van AMSAB, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
Addendum (e-mail correspondentie van 01/07/09):
PACKED: Sinds gisteren is de digitalisering van de videobanden van AMSAB, MuHKA, S.M.A.K en Stadsarchief Antwerpen afgerond, kun je even kort vertellen hoe het proces is verlopen? Laat ons beginnen met de banden van AMSAB.
De meeste te digitaliseren banden waren afkomstig van het AMSAB. Het ging om 139 banden van het 1” C formaat. Op de banden bleken televisieprogramma’s te staan die tussen 1986 en 1996 zijn geproduceerd door de SOM17 voor de BRT.18 We hadden het geluk een zeer goede Sony BVH2000 machine te kunnen aanschaffen waarmee we deze banden hebben gedigitaliseerd. Een aantal van deze banden was niet in goede staat. Er zat poeder op de buitenkant van de tape. Toch had onze machine zelden moeite om het video signaal als bijna nieuw af te spelen. We stonden zelf versteld van de kwaliteit die deze oude banden, ondertussen 13 tot 23 jaar oud, nog konden weergeven. In tegenstelling tot bij de andere formaten is het composiet videosignaal van de 1”-machine rechtstreeks de Multibridge Pro capture board in gegaan, dus zonder gebruik van een TBC. De kleurenbalken van deze professioneel geproduceerde werken konden eenvoudig worden afgeregeld binnen de applicatie van de Multibridge capture board.
PACKED: En de rest?
Tussen de 42 banden van het MuHKA zaten de meeste verassingen, zowel inhoudelijk als kwalitatief. Een aantal U-matic tapes uit de jaren '70 was er slecht aan toe. Sommige banden waren gebroken, andere banden waren zelfs dubbel gevouwen over de lengte.
De 41 banden van het Stadsarchief Antwerpen waren qua kwaliteit en formaten het meest uiteenlopend. Hierbij waren er geen problemen. Alleen de speelduur van de programma's was soms onvoorspelbaar.
De 13 banden van het SMAK waren minder oud en ook hierbij waren er geen problemen.
PACKED: Jullie hebben perfect de vooropgestelde deadline gerespecteerd. Bleek de vooraf ingeschatte werktijd te kloppen?
Ja, het project is onder enige tijdsdruk uitgevoerd maar onze inschatting dat een werktijd vereist was die 2,5 maal langer is dan de totale speelduur van de video’s bleek te kloppen.
Klik hier om Deel 1 van dit interview te lezen
Voetnoten:
1 - Zie: www.nimk.nl
2 - Zie: projects.ibbt.be/bom-vl/
3 - Betamax was een analoog videoformaat dat gebruikt maakte van een 1/2" tape in een cassette, Betamax werd door Sony ontwikkeld voor de niet-professionele markt. Ondanks zijn betere kwaliteit verloor het de concurrentieslag met het VHS-formaat dat werd ontwikkeld door JVC.
4 - Video8 werd ontwikkeld als een niet-professioneel formaat, en bood een kwaliteit die vergelijkbaar was met die van VHS Het niet-stabiele formaat werd vaak gebruikt in kleine camcorders.
5 - Alhoewel S-VHS-cassettes er gelijkaardig uitzien als VHS-cassettes leverden zij een betere kwaliteit voor zowel beeld als geluid. Het S-VHS-formaat is nooit echt doorgebroken.
6 - Zoals een DUB- of een S-Video (Y/C) kabel,
7 - Gain is het videoniveau, of de sterkte van het (inkomende) videosignaal.
8 - Black level is het zwartniveau . Het zwartniveau bij video is het helderheidsniveau van het donkerste (zwarte) deel van een beeld of het helderheidsniveau waarbij er geen licht wordt uitgestraald door een scherm, en wat dus resulteert in een zwart scherm. Videoschermen moeten gekalibreerd worden zodat het getoonde zwart overeenkomt met de zwartinformatie in het videosignaal. Als het zwartniveau niet correct is afgesteld, kan visuele informatie in een videosignaal worden getoond als zwart, of zwartinformatie als grijs.
9 - Y/C is ook gekend als S-Video of Separate Video. Het is een analoog videosignaal dat videodata als twee aparte signalen transporteert: lumen (luminantie; Y) en chroma (kleur; C).Y/C verschilt van composiet video dat beeldinformatie transporteert als één signaal met een lage kwaliteit, en van component video dat beeld informatie als drie afzonderlijke signalen van hoge kwaliteit transporteert..Y/C of S-Video transporteert standard definition video, maar geen audio langs dezelfde kabel.
10 - De niveaus die als standaard zijn vastgelegd door de European Broadcasting Union.
11 - Een audio delay unit is een apparaat dat het audiosignaal vertraagt.
12 - De Snell & Wilcox CPP1000 is een compression pre-processor, een toestel dat het videosignaal bewerkt (o.a. door het wegfilteren van beeldruis) vooraleer het wordt gecomprimeerd. De filtering resulteert in een kwalitatief beter visueel beeld omdat de beeldruis en aanverwante videoartefacten kunnen leiden tot storende blockiness en speckle-effecten. Filtering heeft ook een gunstige invloed op de compressie. Bij compressie kan geen onderscheid worden gemaakt tussen beeldruis en beweging, zodat ook de beeldruis en de andere artefacten worden gecomprimeerd; wat resulteert in een grote vereiste bandbreedte. Als men de beeldruis en de artefacten vooraf uit het signaal filtert, zal de compressie efficiënter verlopen.
13 - NTSC (National Television Systems Committee) is de Amerikaanse standard voor het videokleursysteem. Het maakt gebruik van 525 beeldlijnen die worden gescand aan een snelheid van 30 beelden per seconde.
14 - PAL (Phase Alternate Line) is de Europese standaard voor het videokleursysteem. Het maakt gebruik van 625 beeldlijnen die worden gescand aan een snelheid van 25 beelden per seconde.
15 - NOB (of het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf) was een Nederlands bedrijf dat faciliteiten voor televisieproducties leverde. Het is in 1988 ontstaan uit de verzelfstandiging van het Facilitair Bedrijf van de NOS. In 2002 werd een aantal onderdelen verkocht en is de rest van de onderneming opgesplitst in een drietal nieuwe bedrijven: DutchView, Ciris en NOB Cross Media Facilities. Ook NOB Cros Facilities is nadien verkocht en noemt nu Technicolor Nederland.
16 - De term High Definition (HD) verwijst vandaag naar videoformaten die een hogere resolutie hebben dan Standaard Definition (SD). Voor HD bestaan er vandaag twee resoluties: 1080 of 720 beeldlijnen.
17 - Socialistische Omroepstichting
18 - Belgische Radio- en Televisieomroep, die in 1991 BRTN (Belgische Radio- en Televisieomroep Nederlands) werd en sinds 1998 VRT (Vlaamse Radio- en Televisieomroep) is.
