Verslag onderzoeksproject Office Baroque (deel 1/2)
Het project Office Baroque maakt deel uit van een voorbereidend onderzoek m.b.t. de digitalisering en restauratie van de film Office Baroque (Cherica Convents / Roger Steylaerts 1978).Dit rapport is het resultaat van dit onderzoeksproject van PACKED in samenwerking met argos en M HKA. Periode: 2008-2009.
Auteur: Rony Vissers (PACKED), 16 juli 2009.
INHOUDSTAFEL
A. Over de film.
B. Over de ontstaansgeschiedenis van de film.
B.1. Verklaringen van curator Flor Bex en filmmakers Cherica Convents en Roger Steylaerts.
B.2. Verklaringen van Jane Crawford, weduwe van Gordon Matta-Clark.
B.3. Verklaring van Angela Choon (David Zwirner Gallery / Estate of Gordon Matta-Clark).
B.4. Briefwisseling tussen Gordon Matta-Clark en Flor Bex over de productie van de film Office Baroque.
C. Over de distributie en verkoop van de film Office Baroque onmiddellijk na productie.
C.1. Ontvangstbewijs van een 16mm kopie voor de Gordon Matta-Clark Foundation ondertekend door Roger Steylaerts en Julian Schnabel.
C.2. Briefwisseling tussen Michael Blackwood (Blackwood Productions) en Roger Steylaerts i.v.m. het gebruik van een fragment voor een televisiedocumentaire.
C.3. Briefwisseling tussen Judith Dupre (OADA) en Cherica Convents en Roger Steylaerts.
C.4. Briefwisseling tussen Flor Bex en Rini Dippel (Stedelijk Museum Amsterdam) over de huur en/of verkoop van een film- of videokopie van Office Baroque.
C.5. Betalingsbewijs Stedelijk Museum Amsterdam.
D. Generiek.
D.1. Generiek Belgische versie (op basis van DVD-kopie M HKA).
D.2. Generiek Amerikaanse versie (op basis van Quicktime Electronic Arts Intermix).
E. Over de restauratie van de film en de distributie van de gerestaureerde versie door Electronic Arts Intermix (EAI).
E.1. De restauratie.
E.2. Verklaring van curator Flor Bex.
E.3. Verklaring van filmmaakster Cherica Convents.
E.4. Verklaring van filmmaker Roger Steylaerts.
E.5. Verklaring van Jane Crawford, weduwe van Gordon Matta-Clark.
E.6. Verklaring van Rebecca Cleman, distributieverantwoordelijke Electronic Arts Intermix.
F. Over de distributie-overeenkomst met argos en mogelijke verkoop aan MuHKA.
F.1. Verklaring van curator Flor Bex.
F.2. Verklaring van filmmaker Roger Steylaerts.
F.3. Verklaring van filmmaakster Cherica Convents.
F.4. Verklaring van Jane Crawford, weduwe van Gordon Matta-Clark.
F.5. Verklaring van MuHKA.
G. Memo van juristen Herman Croux en Olivier Sasserath (advocatenkantoor MVVP) over Office Baroque.
H. Huidige situatie.
A. OVER DE FILM:
Gordon Matta-Clark (1943-1978) is een Amerikaanse kunstenaar die het best is gekend om zijn plaatsgebonden kunstwerken uit de jaren '70. Zoals zijn vader volgde Gordon Matta-Clark architectuurstudies. Alhoewel het nooit zijn beroep is geworden, was in zijn kunstenaarspraktijk de architectuur - met haar onlosmakelijke relatie met de private en publieke ruimte, met de stedelijke ontwikkeling en verval - zowel zijn medium als zijn onderwerpsmaterie. Zijn werk wordt gekenmerkt door een versmelting van de kritiek op culturele institutionalisering die eigen was aan de Conceptuele kunst, van de directe betrokkenheid bij de omgeving die eigen was aan de Land Art, en van de voorkeur voor het fysieke die eigen was aan de Performancekunst. Zijn meest befaamde projecten zijn de spectaculaire Cuttings, waarbij hij geometrische vormen uit de muren, vloeren en plafonds van leegstaande en vervallen panden sneed. Met zijn ingrepen transformeerde hij architectuur tot sculptuur en legde hij de ziel van een gebouw bloot. Naast het werk Splitting (1974), waarvoor hij een volledige woning in twee zaagde, is vooral het in Antwerpen gerealiseerde Office Baroque (1977) één van zijn meest gekende projecten. Hij overleed op 27 augustus 1978, een jaar na de realisatie van dit project.
De film Office Baroque is een documentaire van Cherica Convents en Roger Steylaerts over de realisatie van het gelijknamige project van Gordon Matta-Clark. Voor zijn project nabij het Steen in Antwerpen deed Matta-Clark een ingreep in een leegstaand gebouw van vijf verdiepingen waarbij hij geometrische vormen sneed uit de muren, vloeren en plafonds.
Jane Crawford, de weduwe van Matta-Clark, schrijft over het project en de film: “The title … reflects a surrealist penchant for wordplay. The office building that Gordon used as raw material originally served the shipping business around the port of Antwerp. Changing economies forced the company into bankruptcy. The building was five or six stories high, with cuts extending from the roof to the basement variegating like a Bach fugue on a theme of a boat shape amid two intersecting arcs, or waves. The office that went broke evolved into Office Baroque. The film is in Flemish and English, with electronic music composed by a friend of the filmmakers. It contains wonderful footage documenting the Office Baroque project as well as on-camera interviews with Gordon that beautifully capture his humor and sense of the ridiculous. From within the sculpture, the film is able to capture some sense of the layers of life-of complex activity this building once contained when it played an integral part in the community. Views constantly shift, opening up unexpected vistas and chance perspectives of unsuspecting pedestrians passing by. Light, air and rain penetrate areas previously hidden in the dark, such as the foundation and the "skeleton bones" of the building.”1
Het belang van de conservering van de film Office Baroque van Cherica Convents en Roger Steylaerts schuilt o.a. in het feit dat
- Gordon Matta-Clark één van de belangrijke figuren is uit de hedendaagse kunst van de jaren '70. Het project Office Baroque is zijn laatste belangrijke werk. De film van Convents en Steylaerts volgt de realisatie van Office Baroque op de voet. Het gebouw (en het werk van Gordon Matta-Clark) zijn ondertussen afgebroken, en de film is het middel bij uitstek om nog iets te zien van de ingreep van Gordon Matta-Clark in het gebouw. Jane Crawford schrijft hierover: “All of Gordon's building cuts have been destroyed. The only remains are building fragments from the cuttings, his photographic documents and artwork, and the films. With his almost prescient sense of fate, l believe he knew that film would ultimately be the means through which his major works would remain best appreciated.” 2
- Gordon Matta-Clark in de film uitzonderlijk over zijn eigen werk vertelt. In tegenstelling tot veel van zijn minimalistische en conceptuele tijdgenoten, had Matta-Clark, niet de behoefte om zijn werk discursief te ondersteunen door reflecties op eigen projecten of door theoretische stellingnamen ten opzichte van collega's.
- de film bijna altijd aanwezig is in programma's met films van Gordon Matta-Clark zelf (alhoewel de film Office Baroque in wezen geen werk is van hemzelf, maar van Cherica Convents en Roger Steylaerts)
- het project Office Baroque van Gordon Matta-Clark mee aan de basis ligt van het ontstaan van het M HKA en het werk van Matta-Clark nog altijd een belangrijke plaats heeft in de collectie van het M HKA van het museum. M HKA bezit ook een vertoningskopie van de film.

Office Baroque (Cherica Convents en Roger Steylaerts, 1978) - Met toestemming van de producenten
B. OVER DE ONTSTAANGESCHIEDENIS VAN DE FILM OFFICE BAROQUE:
B.1. VERKLARINGEN VAN CURATOR FLOR BEX EN FILMMAKERS CHERICA CONVENTS EN ROGER STEYLAERTS:3
Flor Bex, toenmalig hoofd van het I.C.C. in Antwerpen, nodigt in 1976 op voorstel van kunstverzamelaar Silvain Perlstein Gordon Matta-Clark uit voor een tentoonstelling in Antwerpen in 1977. Omdat de ingrepen van de kunstenaar in leegstaande en vervallen panden slechts van tijdelijke aard zijn (het pand staat immers leeg in afwachting van afbraak), ziet Flor Bex de nood om de realisatie van het werk te documenteren. Dit past in de geest van het werk van Gordon Matta-Clark én van de toenmalige Conceptuele kunst, Land Art en de Performancekunst, waarin de documentatie over de creatie van het werk een belangrijke rol speelt.
Flor Bex oppert aan Cherica Convents het idee om een film te maken. Hij hoopt dat dankzij de film na de tentoonstelling een document over Office Baroque voor raadpleging kan behouden blijven, ook binnen het I.C.C. Cherica Convents is op dat moment een jonge filmmaakster die lesgeeft aan het RITS, en net als haar vriend Roger Steylaerts regelmatig rondhangt in het I.C.C.. Het I.C.C. vervult in die periode een voortrekkersrol op het vlak van hedendaagse kunst, en van het tonen en creëren van videokunst. Cherica Convents en Roger Steylaerts zijn beiden als filmmakers afgestudeerd aan Sint-Lukas Brussel, voelen zich aangetrokken tot wat er leeft in het I.C.C. en werken regelmatig mee aan projecten van kunstenaars die er tentoonstellen. Cherica Convents vindt het idee om een film te maken over de realisatie van Office Baroque een goed idee en stelt aan Roger Steylaerts voor om mee te werken.
De curator noch de filmmakers beschouwen de vraag om de film te maken als een formele creatieopdracht. De rol van Flor Bex en het I.C.C. in de realisatie van de film beperkt zich tot het leveren van de reversal filmpellicule (via een sponsordeal met Agfa).4 Volgens Flor Bex heeft I.C.C. ook alle laboratoriumkosten (voor de ontwikkeling) gedragen. Een zoektocht naar een factuur in de boekhouding van het I.C.C. levert hiervoor echter geen bewijs. Volgens Cherica Convents zou het ook kunnen dat de ontwikkeling van de reversal filmpellicule is gebeurd bij een labo (Vandevelde) in Antwerpen dat gespecialiseerd was in de productie van reclamefilms voor de bioscoop. Filmmakers lieten hun pellicule vaak tegen een goedkoop tarief door dit labo ontwikkelen; de ontwikkeling van hun pellicule werd dan gebruikt om de ontwikkelmachines af te stellen en te controleren.5 Cherica Convents koopt zelf een montagetafel om de film te monteren, en betaalt André Stordeur voor de creatie van de muziek voor de klankband. Roger Steylaerts koopt een microfoon om de klank op te nemen. Omdat Cherica Convents en Roger Steylaerts niet worden betaald voor de realisatie van de film, wordt er een mondelinge afspraak met Flor Bex gemaakt die bepaalt dat alle exploitatierechten op de film aan de twee filmmakers toekomen.6 Wat volgens Flor Bex bij deze beslissing mogelijk meespeelde is dat als I.C.C. zelf de exploitatierechten zou opeisen, deze onder de controle zouden komen van het Ministerie van Cultuur (en de eindcontrole dus niet bij het I.C.C. zelf zou liggen).
Op het einde van zijn verblijf in Antwerpen hebben een aantal betrokkenen bij het project Office Baroque (Flor Bex, Roger Steylaerts, Cherica Convents en François Devreese)7 bij wijze van bedanking elk een (klein) fotowerk van Gordon Matta-Clark gekregen.
Tijdens het verblijf van Gordon Matta-Clark in Antwerpen hebben ook enkele lokale privé-verzamelaars (Jacqueline Lejeune, Jo Goldberg en Silvain Perlstein)8 werken van Gordon Matta-Clark gekocht maar de opbrengsten hiervan zijn volgens Flor Bex rechtstreeks naar de kunstenaar gegaan en zijn niet via het I.C.C. gepasseerd.
Marcel Peeters heeft van Gordon Matta-Clark een werk gekregen bij wijze van dank voor het ter beschikking stellen van het gebouw. In de brief van Gordon Matta-Clark aan Flor Bex van 15/11/1977 is er sprake van 20.000 frank waarvan Matta-Clark suggereert dat ze worden kan gebruikt voor de betaling van de labokosten, maar volgens Flor Bex ging het hier om een schenking aan Marcel Peeters, niet om een verkoop. Er zou dus ook nooit 20.000 frank zijn betaald.
In ruil voor de filmpelliculle (en mogelijk het dragen van de laboratoriumkosten), vraagt Flor Bex aan Cherica Convents en Roger Steylaerts om – tegen betaling - na voltooiing van de film een kopie ter beschikking te stellen aan het I.C.C., uitsluitend voor raadpleging binnenshuis. De filmmakers stemmen hiermee in en bezorgen de kopie. Roger Steylaerts maakt op 20 september 1978 hiervoor een factuur op van 33.650 frank (voor een 16mm kopie met magnetisch klankspoor).9 Als Flor Bex verwijst naar de betaling van laboratoriumkosten, is het mogelijk dat hij per vergissing naar deze factuur verwijst, en niet naar de betaling van de laboratoriumkosten voor de ontwikkeling van de originele opnamen.
Roger Steylaerts bezit ook nog een factuur van 13.130 frank van Studio l’Equipe die dateert van 31 augustus 1978 en is opgemaakt voor overschrijving 16mm en ontwikkeling voor Office Baroque.10 Deze factuur is op 5 september 1978 door Roger Steylaerts betaald. Mogelijk is dit een factuur voor de aanmaak van een eerste kopie. Deze factuur toont aan dat Roger Steylaerts tenminste een deel van de productiekosten heeft betaald.
Gordon Matta-Clark stemt in met de film over zijn werk, en laat zich interviewen voor de camera. Hij heeft volgens Cherica Convents en Roger Steylaerts geen enkele artistieke inbreng in de creatie van de film. Volgens Roger Steylaerts probeerde Gordon Matta-Clark tijdens het productieproces wel steeds meer de film naar zich toe te trekken, maar hebben hij en Cherica Convents zich hier steeds tegen verzet omdat ze zelf de controle wilden behouden.
Omdat de montage van de film door Cherica Convents en Roger Steylaerts lang aansleept doordat ze problemen hebben om de verschillende opnamen op een gepaste manier met elkaar te combineren, brengt Gordon Matta-Clark zelf enkele dagen door in de montagestudio van Cherica Convents in Diest. Hij hoopt zelf een montageconcept te vinden, en zo het post-productieproces te versnellen. Dit lukt niet, en Gordon Matta-Clark reist na de zomer van 1977 terug naar de VS zonder dat de film af is.
In zijn brief van 15/11/77 aan Flor Bex schrijft Gordon Matta-Clark wel dat hij Roger Steylaerts instructies heeft gegeven voor de montage: “The instructions I last gave to Rogier was to take the outline I gave him and work out a loose rough copy which he should send to me in New York for closer editing and further instructions…” Omdat de film maanden later nog niet is afgewerkt, stuurt hij op 26/04/1978 een brief naar Flor en Lieve Bex waarin hij zijn frustatie uit over het lange aanslepen van de montage, en stelt hij voor om zelf verder aan de montage te werken: “What I propose if Rogier + [Cherica] are still interested in what they have done so far is to look at it make comments and if it is still to far from finished work on it myself then return it for a final cutting and sound mix.” Een maand later (26 mei 1978) stuurt Gordon Matta-Clark nog een brief naar Flor en Lieve Bex; deze keer met de dringende vraag om alle filmmateriaal naar de VS te sturen zodat hij daar zelf de film kan afwerken.
Het filmmateriaal wordt niet naar Matta-Clark gestuurd en de film wordt in 1978 afgewerkt door Cherica Convents en Roger Steylaerts, zonder dat Gordon Matta-Clark ooit de film ziet (hij sterft op 27/08/78 in New York). Het is Roger Steylaerts die het montageconcept uitwerkt en de film samen met Cherica Convents monteert. De negatiefmontage gebeurt door Mi Huybs.
Alhoewel Gordon Matta-Clark in zijn brief van 26/05/78 schrijft “I base my claim to this material on a number of facts including my investment of time and money”, heeft Gordon Matta-Clark volgens Flor Bex, Cherica Convents en Roger Steylaerts nooit zelf geld in de film geïnvesteerd. De enige investering die Gordon Matta-Clark volgens Flor Bex en Cherica Convents heeft gedaan heeft betrekking op de tijd die hij geïnvesteerd heeft in de realisatie van het werk Office Baroque (dus niet de film), in zijn medewerking aan de opname van de film dagen en in het zoeken naar een montageconcept.
B.2. VERKLARINGEN VAN JANE CRAWFORD, WEDUWE VAN GORDON MATTA-CLARK.11
“Office Baroque was Gordon's final film; he never saw the completed version. Documenting the architectural project he deconstructed in Antwerp, [Cherica] Covents and Roger Steylaerts shot and cut the 16mm film in Belgium. Both the project and the film were financed by the ICC, a contemporary art center run by Florent Bex… The film was planned by Gordon, who worked closely with the filmmakers while in Antwerp. He also provided a sort of script in the form of a shot list. How closely they followed his outline is hard to say, as he was very ill by the time they worked on the final cut. Gordon died toward the end of August 1978. l received a copy of the finished film almost a year later.”12
Deze verklaring wordt nadien door een e-mail van Jane Crawford genuanceerd.13 Gordon Matta-Clark gaf de opdracht om de film te maken via I.C.C. en Flor Bex in Antwerpen. Hij betaalde hiervoor door de verkoop van Matta-Clark’s artistiek werk aan privé-verzamelaars in Antwerpen. Het I.C.C. financierde dus de film door verkoop van het werk van Gordon Matta-Clark, en dit in zijn opdracht. In dit geval zou Gordon Matta-Clark zelf de producer zijn en Flor Bex en I.C.C. uitvoerend producent.
Jane Crawford beschouwt de filmmakers niet als de eigenaars van de film. Zij werden ingehuurd om de film te maken. Als zij dit betwisten, is het volgens haar aan hen om hiervan het tegendeel te bewijzen. Zowel zijzelf als haar huidige echtgenoot Robert Fiore zijn documentairemakers en hebben verschillende films gemaakt voor kunstenaars (Robert Smithson, Richard Serra, Keith Sonnier, Robert Morris, ...). Zij beschikken als documentairemakers niet over de films omdat de kunstwerken (in dit geval dus films) in het bezit blijven van de kunstenaars.
B.3. VERKLARING VAN ANGELA CHOON, DAVID ZWIRNER GALLERY / ESTATE OF GORDON MATTA-CLARK.14
Angela Choon verklaart dat zij als vertegenwoordiger van de David Zwirner galerie en de Estate of Gordon Matta-Clark zich in een moeilijke situatie bevindt. Zij was niet aanwezig bij de productie van de film, en is ook als galeriehoudster niet vertrouwd met deze problemen.
Uiteindelijk is het ook Jane Crawford die de beslissingen neemt i.v.m. de Estate of Gordon Matta-Clark. De David Zwirner galerie heeft eerder een ondersteunende taak. Dit wordt bevestigd in door de informatie in Twenty Adventures: “Jane Crawford married Gordon Matta-Clark in 1978, and is the executioner of his estate.”
Angela Choon vindt het vreemd dat de filmmakers en Jane Crawford nooit rechtstreeks met elkaar over deze problemen hebben gesproken en zal Jane Crawford voorstellen dit te doen.
B.4. BRIEFWISSELING TUSSEN GORDON MATTA-CLARK EN FLOR BEX OVER DE PRODUCTIE VAN DE FILM OFFICE BAROQUE.
Uit de briefwisseling van Gordon Matta-Clark aan Flor Bex worden volgende punten duidelijk:
1. Er bestond mogelijk al in een zeer vroeg stadium het idee om een film te maken. Reeds in zijn brief van 28/07/76 aan Flor Bex schrijft Gordon Matta-Clark dat hij bij een gelijkaardig project in Parijs een film heeft gemaakt.15 En in zijn brief van 30/03/77 vermeldt hij duidelijk in het lijst van de benodigdheden voor de realisatie van het project een filmploeg. Gordon Matta-Clark begon al in 1971 films op Super 8, 16mm of video te maken, vaak om zijn tijds- en plaatsgebonden werken te documenteren. Deze films zijn de belangrijkste overblijfsels van zijn werk. Uit de filmografie opgenomen de publicatie City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark16 blijkt dat Gordon Matta-Clark voor Office Baroque reeds 19 films zelf heeft gemaakt, of was betrokken bij de productie ervan.17 Het idee voor het maken van de film kan dus evenzeer bij Gordon Matta-Clark zijn ontstaan als bij Flor Bex.
2. Gordon Matta-Clark had volgens zijn brief van 30/03/77 aan Flor Bex de intentie om zelf de pellicule- en de labokosten te dragen. Alhoewel hij in zijn brief van 26/05/78 beweert financieel te hebben geïnvesteerd in de film, zijn hiervan geen bewijzen terug te vinden en wordt dit ook ontkent door Flor Bex, Cherica Convents en Roger Steylaerts. Er zijn tot nu toe ook geen schriftelijke documenten gevonden die bewijzen dat Gordon Matta-Clark financieel heeft geïnvesteerd in de film. De enige factuur voor labokosten die voorlopig is gevonden, is opgemaakt aan Roger Steylaerts en ze is ook door hem betaald.
3. Uit brieven van Gordon Matta-Clark van 15/11/77, 26/04/78 en 26/05/78 blijkt dat hij controle wou over de montage van de film. In zijn brief van 15/11/77 beweert hij ook montagerichtlijnen te hebben bezorgd aan Roger Steylaerts. Het is niet duidelijk of Cherica Convents en Roger Steylaerts met deze instructies rekening hebben gehouden. Cherica Convents beweert dat Roger Steylaerts het montageconcept heeft ontwikkeld.18 Roger Steylaerts bevestigt dit, en verklaart dat de film door hem in samenwerking met Cherica Convents is gemonteerd.19
4. Uit zijn brieven van 15/11/77, 26/04/78 en 26/05/78 blijkt tegelijkertijd dat Gordon Matta-Clark de beslissingen m.b.t. de eindmontage overliet aan Cherica Convents en Roger Steylaerts.
5. Gordon Matta-Clark beschouwde de film als een soort groepswerk. In zijn brief van 26/04/78 aan Flor en Lieve Bex spreekt hij over een “group effort”, in zijn brief van 26/05/78 aan Flor en Lieve Bex schrijft hij dat de afgewerkte film “property of all” zal zijn.
Er zijn slechts twee brieven van Flor Bex aan Gordon Matta-Clark teruggevonden en deze hebben uitsluitend betrekking op de voorbereiding van het tentoonstellingsproject Office Baroque. Er wordt hierin geen vermelding gemaakt van de film.

Office Baroque (Cherica Convents en Roger Steylaerts, 1978) - Met toestemming van de producenten
C. OVER DE DISTRIBUTIE EN VERKOOP VAN DE FILM OFFICE BAROQUE ONMIDDELLIJK NA PRODUCTIE:
C.1. ONTVANGSTBEWIJS VAN EEN 16MM KOPIE VOOR DE GORDON MATTA-CLARK FOUNDATION ONDERTEKEND DOOR ROGER STEYLAERTS EN JULIAN SCHNABEL.20
Op 21/11/78 ondertekent Julian Schnabel in naam van de Gordon Matta-Clark Foundation een ontvangstbewijs. Hieruit blijkt dat
1. de Amerikaanse tak van de Gordon Matta-Clark Foundation in 1978 via Roger Steylaerts een 16mm vertoningskopie heeft gekregen van de film Office Baroque.21
2. Julian Schnabel als vertegenwoordiger van de Gordon Matta-Clark Foundation ermee instemt dat deze stichting geen rechten heeft voor de distributie, vertoning, verkoop, verhuur of (tv)uitzending van de film, en dat deze rechten berusten bij de filmmakers.22
3. de filmmakers Roger Steylaerts en Cherica Convents ermee instemmen dat 10% uit hun inkomsten van de film worden doorgestort aan de Gordon Matta-Clark Foundation.23
Het gaat hier om de Gordon Matta-Clark Foundation die in de Verenigde Staten is opgericht, en niet om de Belgische Stichting Gordon Matta-Clark. Flor Bex richtte kort na de dood van Matta-Clark de Belgische Stichting Gordon Matta-Clark op in samenwerking met o.a. Joseph Kosuth. De bedoeling was om als hommage aan de overleden kunstenaar het Office Baroque te bewaren en het als kern te integreren in een op de omgevende percelen nieuw te bouwen museum voor hedendaagse kunst. De Stichting Gordon Matta-Clark werd opgericht om hiervoor de nodige fondsen te werven. Talrijke kunstenaars uit binnen- en buitenland schonken een werk in een poging het Office Baroque veilig te stellen of, indien dit zou mislukken, om als basiscollectie te dienen voor het nieuwe museum voor hedendaagse kunst dat er, zo waren de voorstanders overtuigd, nu hoe dan ook zou komen. Flor Bex was afgevaardigd bestuurder van de Stichting van de Stichting Gordon Matta-Clark, en maakte alle schenkingsakten op. Ondanks alle inspanningen werd het gebouw uiteindelijk gesloopt. Na de oprichting van het M HKA in 1985 werden de werken opgenomen in het M HKA, en werd de Stichting Gordon Matta-Clark ontbonden.24
Om dure transportkosten te vermijden werden de werken die door Amerikaanse kunstenaars aan de Stichting Gordon Matta-Clark werden geschonken in New York gecentraliseerd. Rond deze groep werken is zonder betrokkenheid of medeweten van Flor Bex, maar met de betrokkenheid van Jane Crawford, de Gordon Matta-Clark Foundation ontstaan. De Amerikaanse werken zijn uiteindelijk nooit in Antwerpen of in het M HKA terechtgekomen, alhoewel het Flor Bex was die met de kunstenaars de schenkingsovereenkomsten heeft getekend.
Van de Stichting Gordon Matta-Clark worden de oprichtingsakten bewaard in het archief van M HKA. Die van de Amerikaanse Gordon Matta-Clark Foundation zijn voorlopig niet gevonden, zodat het onduidelijk is wie hier naast Julian Schnabel achter schuil ging/gaat.
C.2. BRIEFWISSELING TUSSEN MICHAEL BLACKWOOD (BLACKWOOD PRODUCTIONS) EN ROGER STEYLAERTS I.V.M. HET GEBRUIK VAN EEN FRAGMENT VOOR EEN TELEVISIEDOCUMENTAIRE.
Op 02/08/78 schrijft Michael Blackwood (Blackwood Productions) een brief naar Roger Steylaerts met de vraag om een fragment uit de film te bekomen voor de televisiedocumentaire Fourteen Americans: Directions of the 1970’s. Volgens de brief werkt Jane Crawford als consultant mee aan het fragment over Gordon Matta-Clark en is zij diegene die de film heeft getoond aan Blackwood.
Dat Blackwood Roger Steylaerts contacteert om toestemming te vragen en in zijn brief spreekt over een gepaste credit en een license fee, wijst erop dat Jan Crawford toen Roger Steylaerts en Cherica Convents erkende als de makers en producenten van de film, anders zouden de afspraken over de credit en license fee vermoedelijk zijn gemaakt tussen Blackwood en haarzelf. Blackwood was immers reeds in contact met haar.
C.3. BRIEFWISSELING TUSSEN JUDITH DUPRE (OADA) EN CHERICA CONVENTS EN ROGER STEYLAERTS.
Op 12/03/79 stuurt Judith Dupre van The Open Atelier of Design and Architecture (OADA) op aangeven van Jane Crawford een brief naar Cherica Convents en Roger Steylaerts met de mededeling dat zij graag de film Office Baroque in haar school wil tonen. Volgens de brief stemt Jane Crawford hiermee in en wil zij haar kopie voor de vertoning te beschikking stellen.
Hieruit blijkt dat Jan Crawford op 12/03/79 een kopie had van de film, vermoedelijk de 16mm kopie van de Gordon Matta-Clark Foundation, maar dat zij het noodzakelijk achtte dat de vertoners de toestemming voor de vertoning en de huurprijs zouden overeenkomen met de filmmakers Convents en Steylaerts. Hiermee erkent zij dus dat de exploitatierechten zich op dat moment bij de filmmakers bevindt en niet bij haar of de Gordon Matta-Clark Foundation.
C.4. BRIEFWISSELING TUSSEN FLOR BEX EN RINI DIPPEL (STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM) OVER DE HUUR EN/OF AANKOOP VAN EEN FILM- OF VIDEOKOPIE VAN OFFICE BAROQUE.25
Uit de brief van Flor Bex van 31/07/78 aan Rini Dippel van het Stedelijk Museum Amsterdam blijkt:
1. dat er reeds van het begin een videokopie is gemaakt van de film, en dat zowel film als video werden beschouwd als een geschikte drager voor vertoning van het werk;
2. dat het I.C.C. een actieve rol speelde in de promotie van de film, maar dat de financiële afhandeling van de aankoop of verhuur van de film werd overgelaten aan Roger Steylaerts. Dit is een bevestiging dat I.C.C. de exploitatierechten als eigendom beschouwde van de producenten Cherica Convents en Roger Steylaerts.26
C.5. BETALINGSBEWIJS STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM.
Het betalingsbewijs van 19/01/79 van Stedelijk Museum Amsterdam bevestigt:
1. dat Stedelijk Museum Amsterdam op een correcte manier voor een bedrag van 40.000 Belgische frank een U-matic videokopie heeft verworven van Roger Steylaerts;27
2. dat de exploitatierechten niet bij het I.C.C. maar bij de producenten Roger Steylaerts en Cherica Convents liggen.

Office Baroque (Cherica Convents en Roger Steylaerts, 1978) - Met toestemming van de producenten
Klik hier om deel 2 van dit rapport te bekijken.
Voetnoten
1Jane Crawford, Twenty Adventures, in: Steven Jenkins (ed.), City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark, San Francisco Cinematheque, San Francisco, 2004.
2Jane Crawford, Twenty Adventures, in: Steven Jenkins (ed.), City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark, San Francisco Cinematheque, San Francisco, 2004.
3Gebaseerd op een interview van Barbara Dierickx en Rony Vissers met Cherica Convents van 04/02/09 in Antwerpen, een gezamenlijk interview met Cherica Convents en Flor Bex op 16/02/09 in Antwerpen, een interview van Rony Vissers met Flor Bex op 17/04/09 in Antwerpen, een interview van Rony Vissers met Roger Steylaerts op 11/07/09 in Schilde en een brief van Gordon Matta-Clark aan Flor en Lieve Bex van 26 mei 1978.
4In de boekhouding van I.C.C. steekt een factuur van Agfa Gevaert die mogelijk betrekking heeft op Office Baroque.
5Hierop zinspeelt Chercia Convents in een interview van Barbara Dierickx en Rony Vissers van 04/02/09 in Antwerpen.
6Dit wordt bevestigd in een brief van Flor Bex op 31/07/78 aan Rini Dippel aan het Stedelijk Museum Amsterdam waarin hij schrijft dat voor huur of aankoop van een film of videokopie contact moet worden opgenomen met Roger Steylaerts. Uit een betalingsbewijs van 19/01/79 blijkt het geld voor huur (+ aankoop) van een videokopie door het Stedelijk Museum Amsterdam ook rechtstreeks betaald te zijn aan Roger Steylaerts.
7Het fotowerk waarover Flor Bex in zijn brief van 31/10/78 aan Rini Dippel van het Stedelijk Museum Amsetrdam schrijft dat het eventueel bij hem kan worden geleend, is het werk dat Gordon Matta-Clark aan hem heeft geschonken.
8Dit wordt bevestigd door de brief van 31/07/78 van For Bex aan Rini Dippel van het Stedelijk Museum Amsterdam waarin hij schrijft dat er eventueel twee fotowerken kunnen worden geleend bij Mevr. Lejeune, één bij Mr. Goldberg en één bij Mr. Perlstein. Jo Goldberg en Silvain Perlstein leven nog, en kunnen dus nog worden gecontacteerd. Jacqueline Lejeune is overleden, maar haar weduwenaar leeft nog en kan dus ook nog gecontacteerd worden. Het is trouwens via Jo Goldberg en Silvain Perlstein dat Flor Bex Gordon Matta-Clark heeft leren kennen, en de tentoonstelling is er gekomen op vraag van Perlstein (zie brief van Flor Bex aan Gordon Matta-Clark van 19/07/76). De werken die zijn overgebleven heeft Flor naar een museum in Mönchengladbach gebracht (Johannes Cladders). Perlstein heeft één uitsnijding gekocht (+ foto), het museum in Mönchengladbach de twee andere (+ foto’s).
9Zie factuur 1978/8 van Roger Steylaerts aan I.C.C.
10Zie factuur 78/815 van Studio L’Equipe aan Roger Steylaerts.
11Gebaseerd op een e-mail van Jane Crawford aan Rony Vissers van 17/03/09.
12Jane Crawford, Twenty Adventures, in: Steven Jenkins (ed.), City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark, San Francisco Cinematheque, San Francisco, 2004.
13E-mail van Jane Crawford aan Rony Vissers van 17/03/09.
14Gebaseerd op een gesprek van Angela Choon en Silva Skenderi met Rony Vissers op 08/04/09 in New York.
15Het gaat hier waarschijnlijk om de film Conical Intersect (1975, 16mm, kleur, stil, 18min40). De enige andere film die in Parijs werd gemaakt was Sous-Sol de Paris (1977, Super 8, zwart-wit, klank, 18min40).
16Steven Jenkins (ed.), City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark, San Francisco Cinematheque, San Francisco, 2004, 64 p.
17Bij het maken van zijn films deed hij vaak beroep op vrienden, kennissen en omstaanders. Op uitzondering na van Pig Roast (1971, Super 8, kleur, stil, 21min50) en Jacob’s Ladder (1977, Super 8, kleur, stil, 25min) worden al deze films, net als Office Baroque, verdeeld door Electronic Arts Intermix, New York.
18Gebaseerd op een interview van Barbara Dierickx en Rony Vissers met Chercia Convents van 04/02/09 in Antwerpen.
19Gebaseerd op een interview van Rony Vissers met Roger Steylaerts van 11/07/09 in Schilde.
20De informatie over het onderscheid tussen de Stichting Gordon Matta-Clark en de Gordon Matta-Clark Foundation is gebaseerd op een interview van Barbara Dierickx en Rony Vissers met Cherica Convents en Flor Bex op 16/02/09 in Antwerpen, een interview van Rony Vissers met Flor Bex op 17/04/09 in Antwerpen en een telefoongesprek van Rony Visers met Flor Bex op 14/07/09.
21Alhoewel het ontvangstbewijs al dateert van einde november 1978 is dit mogelijk de kopie waarnaar Jane Crawford verwijst in Twenty Adventures wanneer ze schrijft: “Gordon died towards the end of August 1978. I received a copy of the finished film almost a year later.” (Jane Crawford, Twenty Adventures, in: Steven Jenkins (ed.), City Slivers and Fresh Kills The Films of Gordon Matta-Clark, San Francisco Cinematheque, San Francisco, 2004.)
22Deze overeenkomst zou volgens het ontvangstbewijs later worden gefinaliseerd in een gedetailleerd contract dat zou worden opgesteld door Roger Steylaerts en Cherica Convents. Maar een dergelijk gedetailleerd contract is er nooit getekend.
23Deze overeenkomst zou volgens het ontvangstbewijs later worden gefinaliseerd in een gedetailleerd contract dat zou worden opgesteld door Roger Steylaerts en Cherica Convents. Maar een dergelijk gedetailleerd contract is er nooit getekend. Roger Steylaerts en Cherica Convents hebben nooit 10% van de inkomsten gestort aan de Gordon Matta-Clark.
24Zie ook http://www.muhka.be/practical_historiek.php?la=nl
25In de eerste helft van 2009 vraagt Flor Bex via J.A. Martis (docent Moderne Kunst en Fotografie aan de Universiteit Utrecht) aan het Stedelijk Museum Amsterdam om in hun collectiecatalogus te corrigeren dat de film Office Baroque een werk is van Gordon Mata-Clark. Hij geeft door dat het een documentaire is van Cherica Convents en Roger Steylaerts over het werk Office Baroque van Gordon Matta-Clark. Tijdens een gesprek tussen Rony Vissers en conservator Bart Rutten op 23 april 2009 in Amsterdam vraagt Rutten om op de hoogte worden gehouden over een mogelijke digitalisering en restauratie van Office Baroque omdat het Stedelijke Museum dit als een belangrijk werk in de collectie beschouwt.
26Roger Steylaerts bezit nog gelijkaardige corespondentie uit 1978 tussen hem en Michael Schwarz van de Badischer Kunstverein. Deze verkoop lijkt uiteindelijk echter niet doorgegaan.
27Op basis van de brief van Flor Bex van 31/07/78 aan Rini Dippel van het Stedelijk Museum Amsterdam besluiten we dat er waarschijnlijk twee kopieën zijn geleverd: één voor gebruik in de tentoonstelling en één voor het archief van het Stedelijk Museum. Het is wel niet duidelijk wat de gebruiksrechten zijn op de archiefkopie. Er wordt niet aangegeven onder welke voorwaarden deze kopie kan worden vertoond, of ze in functie van bewaring en vertoning kan worden gekopieerd naar andere dragers en formaten, …
