Interview met Ramon Coelho (deel 1/2)
Nederlands Instituut voor Mediakunst, Amsterdam, (23 april 2009).Ramon Coelho is werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Mediakunst – Montevideo / Time Based Arts (NIMk)1 in Amsterdam. Hij is er verantwoordelijk voor de postproductie en de conservering.
Naar aanleiding van een digitaliseringsopdracht in het kader van het onderzoeksproject Bewaring en Ontsluiting van Multimediale data in Vlaanderen (BOM-Vl),2 sprak PACKED-coördinator Rony Vissers met hem over de digitalisering en conservering van videokunst en –documenten.
Dit is het eerste deel van het interview.
Sinds haar ontstaan in 1978 heeft het NIMk, naast de organisatie van tentoonstellingen, een omvangrijke collectie video- en mediakunst opgebouwd waaraan voortdurend nieuwe werken worden toegevoegd. Het instituut produceert, distribueert en presenteert ook mediakunstwerken.
Vanaf 1992 heeft het NIMk zich tevens ontwikkeld als expertisecentrum voor de conservering van mediakunst. Het instituut ontwikkelt modellen en theorieën op dit vlak. Ook restaureert en conserveert het NIMk (particuliere) videocollecties en beheert ze het centrale depot voor videokunst in Nederland. Door haar lange geschiedenis, en de uitgebreide ervaring en kennis werd opgebouwd, vervult het NIMk zowel in als buiten Nederland een belangrijke rol. Het instituut is op wereldvlak algemeen aanvaard als één van de experts op het vlak van de conservering van mediakunst.
In het kader van BOM-Vl werd het NIMk gevraagd een uiteenlopende verzameling analoge videobanden te digitaliseren uit collecties van culturele instellingen uit Vlaanderen
BOM-Vl is een initiatief van het Vlaamse ministerie van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie, met de steun en de medewerking van de Vlaamse Gemeenschap. BOM-Vl wil oplossingen aanreiken om het audiovisueel erfgoed in Vlaanderen op lange termijn oordeelkundig te bewaren, te ontsluiten en uit te wisselen. Het project loopt van 1 januari 2008 tot 30 juni 2009 en wordt uitgevoerd door een consortium waarin zowel partners uit de culturele sector als de audiovisuele mediasector deelnemen.3
Gezien het overgrote deel van het audiovisueel erfgoed in de Vlaamse culturele wereld nog steeds is gebaseerd op analoge dragers, werd op instigatie van de Vlaamse ministerie van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie beslist om een budget vrij te maken om in het kader van BOM-Vl een selectie van analoge werken te digitaliseren. Hiervoor werd een offertevraag uitgeschreven door het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT).4
Na een vergelijking van zowel de offertes als de resultaten van enkele testen, werd voor de digitalisering van videowerken de opdracht toegekend aan het NIMk. Aan de culturele instellingen als Amsab - Instituut voor Sociale Geschiedenis,5 M HKA,6 SMAK7 en Stadsarchief Antwerpen8 werd gevraagd uit hun collectie een selectie te maken.9
Het budget voor de digitalisering werd beheerd door IBBT. Het proces van aanlevering, digitalisering en ingest werd opgevolgd door BAM (Instituut voor beeldende, audiovisuele en mediakunst),10 met medewerking van PACKED (Platform voor de Archivering en Conservering van Audiovisuele Kunsten) en FARO (Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed).11 De ingest in de BOM-Vl Demonstrator zelf werd door IBBT/ilab ondersteund.
Bij het NIMk werd de digitalisering uitgevoerd door Mario Vrugt (digitalisering ¾” U-matic, VHS en 1” tapes), Jata Haan (digitalisering 1” tapes) en Ramon Coelho (projectbegeleiding en –monitoring).
_resize.jpg&w=450&q=100)
Digitaliseren van 3/4" U-matic tapes (Ramon Coelho), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Wat is je persoonlijke achtergrond? Heb je een video-opleiding gevolgd?
Ja, ik heb ooit een video-opleiding gevolgd, maar pas later.
De praktijk is me eigenlijk vooral met de paplepel ingegoten. Mijn vader, René Coelho, heeft in 1978 de videogalerie Montevideo12 gesticht. Ik was toen 16-17 jaar, en geïnteresseerd in videotechniek. Ik was al met elektronica bezig en maakte zelf elektronische muziekinstrumenten. Maar op videotechniek heb ik mij pas een aantal jaren later, in de jaren tachtig, gericht. Ik heb toen o.a. een opleiding videomontage gevolgd.
Het grootste deel van mijn kennis heb ik dus vergaard door praktijkervaring. Mijn kennis bestrijkt het hele spectrum van de videotechniek: montage, productieassistentie voor videokunstenaars, verhuur van audiovisuele apparatuur aan kunstenaars, …
PACKED: En je ervaring met conservering?
In de jaren ‘90 werd het duidelijk dat er iets gedaan moest worden om in Nederland de langetermijnbewaring van de oudere videowerken veilig te stellen. Mijn vader heeft toen aan de alarmbel getrokken.13 Er moest dringend wat gebeuren want een aantal van de oude tapes met videokunst waren niet meer af te spelen.
Dit heeft geresulteerd in een eerste conserveringsronde voor de video’s uit Nederlandse beeldende kunstcollecties. In Nederland bestond toen het Deltaplan voor Cultuurbehoud,14 en onze eerste conserveringsronde voor videokunst kon daar in worden opgenomen en financieel door worden ondersteund.
Aan de eerste conserveringsronde hebben acht collecties meegedaan. Zij hebben ook een eigen financiële inbreng gedaan. Er is toen zeer snel een methode bedacht om de video’s uit deze collecties veilig te stellen. De methode hebben we niet alleen op basis van onze eigen werkervaring ontwikkeld, maar ook op basis van overleg met videotechnici (o.a. van televisieomroepen) en leveranciers van apparatuur.
In december 1992 zijn we begonnen met het overschrijven van de belangrijkste, met verval bedreigde tapes naar het stabielere Betacam SP-formaat.15
Omdat er paniek was, is toen alles overgezet; dus zonder selectie. We vroegen ons niet af van wat we wel en wat we niet zouden overschrijven. Naast de kunstwerken zelf zijn toen ook de videodocumenten overgeschreven.
PACKED: Jij was vanaf het begin bij deze eerste conserveringsronde betrokken?
Ja, ik voerde samen met een collega het project uit. Het ging om 1.200 à 1.300 uren video. Gedurende twee jaar hebben we hier twee en een halve dag per week aan gewerkt. Het was een intense job; één die je niet volhoudt als je ze fulltime doet. Dus dit heb ik met een collega parttime gedaan.
PACKED: De kennis en de vaardigheden die je nodig hebt voor het conserveringswerk zijn dus in belangrijke mate gegroeid uit je ervaring als videomonteur?
Ja, hieruit is de basiservaring voor onze eerste conserveringsronde gegroeid, en uit mijn ervaring met het opbouwen van tentoonstellingen. Dit heb ik veel gedaan. Hierbij kwam ook veel troubleshooting met apparatuur kijken. Afspeelapparatuur voor ¾” U-matic16 was toen ook nog in tentoonstellingen belangrijk. Ik moest niet alleen oplossingen zoeken als er in tentoonstellingen dingen mis gingen met projecties, maar ook met de tapes of de afspeelapparatuur, als de koppen vuil of de signaalaansluitingen verkeerd waren, …
Deze ervaring is doorheen de tijd gegroeid, en met de techniek mee geëvolueerd.
PACKED: Kun je ook nog iets vertellen over jullie tweede conserveringsronde, het vervolg op de eerste?
De eerste conserveringsronde bestond uit het overzetten van werken op oudere tapeformaten zoals ¾” U-matic en ½” open reel17 naar Betacam SP. In de tweede conserveringsronde werden deze analoge Betacam SP tapes overgezet naar digital Betacam tapes. Met deze digitalisering zijn we gestart in 2001. Ook hieraan heb ik actief meegewerkt. Om te vermijden dat we onze keuzes enkel zouden maken op basis van ons eigen bevindingen, hebben ook bij deze tweede conserveringsronde het advies gevraagd van externe experts.
Er ontstond ook behoefte aan een onafhankelijk platform, en dus is het project op initiatief van de samenwerkende instellingen ondergebracht bij de Stichting Behoud Moderne Kunst.18 Ook tijdens deze tweede conserveringsronde, die afliep in februari 2003, werden videokunstwerken uit de collecties van verschillende Nederlandse musea en instellingen19 geconserveerd.
PACKED: Jullie zijn in de tweede conserveringsronde niet vertrokken van de originele masters, maar van de Betacam SP-conserveringsmasters die het resultaat waren van de eerste conserveringsronde?
Ja, maar deze keuze hebben we niet gemaakt uit luiheid of om kosten te besparen.
We hebben de banden tijdens de eerste conserveringsronde op de best mogelijke manier overgeschreven: met de beste aansluitingen, met gebruik van reinigingsmachines voor ¾” U-matic en ½ “ open reel, … Dit heeft veel bloed, zweet een tranen gekost. Bij de tweede conserveringsronde waren de banden inmiddels weer tien jaar ouder, en was ook de afspeelapparatuur er ondertussen niet beter op geworden. Op basis hiervan hebben we besloten dat we dit niet hoefden overdoen.
PACKED: Op dit moment bewaren jullie dus de conserveringsmasters op digital Betacam. Maar wat is het formaat dat wordt gebruikt voor raadpleging?
MPEG-2. Deze bestanden staan op een fileserver, en op DVD’s die worden bewaard in een kast.
PACKED: De tweede conserveringsronde is ook al weer meer dan zes jaar achter de rug. Bereiden jullie ondertussen de overstap voor naar tapeless bewaring?
Ja, op het einde van 2008 hebben we met het Playout-project20 ons onderzoek afgerond ter voorbereiding van de derde conserveringsronde voor de Nederlandse videocollecties.
De digital Betacam tapes hebben een fabrieksgarantie van ongeveer tien jaar, en die is ondertussen bijna bereikt. We moeten dus overschakelen naar een nieuw formaat. Het Playout-onderzoek richtte zich op de conservering van digitale videobestanden.
PACKED: Met hoeveel mensen werken jullie momenteel in de NIMk-studio?
Met twee, Mario Vrugt en ik. Voor bepaalde klussen schakelen we soms ook freelancers in: voor grote klussen, het encoderen,21 het omspoelen van tapes, … Voor dit project doet bijvoorbeeld Jata Haan de digitalisering van de 1”-tapes.
Mario doet het meeste uitvoerende conserveringswerk. Ik ondersteun hem en ben verantwoordelijk voor de opvolging van de conserveringsprojecten. Zelf doe Ik hiernaast ook het productiewerk voor kunstenaars, de montage.
Ook de achtergrond van mijn collega Mario is er één van ervaring. Hij kwam bij Montevideo werken als systeembeheerder. Maar hij heeft vroeger ook eigen videoprogramma’s gemaakt voor de kabelomroep. Bovendien heeft hij veel van mij geleerd. Hij is ook muzikant, en werkt veel met elektronica.
_resize.jpg&w=450&q=100)
Digitaliseren van 1"C tapes (Mario Vrugt), Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMK
PACKED: Jullie studio bestond al voor jullie met conservering begonnen. Hij is er steeds geweest ter ondersteuning van kunstenaars: bij montage, bij de opbouw van tentoonstellingen, …
Ja, we hebben ook lange tijd apparatuur verhuurd. In de jaren ’80 waren er bijvoorbeeld nog geen handycams.22 Een videocamera was vanwege zijn hoge aankoopprijs een toestel dat je als kunstenaar eerder huurde dan kocht.
Het was voor het NIMk toen belangrijk dat het ganse productietraject van videokunstenaars, of kunstenaars in het algemeen, werd ondersteund: vanaf de opname over de montage tot de opbouw van de tentoonstelling. Dit lijkt mij voor hen het interessante aan onze werking. Zij kunnen hier langskomen met zeer uiteenlopende vragen.
En niet alleen kunstenaars kunnen hier terecht met hun vragen, ook kunstinstellingen, musea, … De verhuur van apparatuur hebben we een paar jaar geleden stopgezet. Maar we hebben wel nog een labo waar dingen worden ontwikkeld als HD-syncstarters,23 apparatuur die nog niet beschikbaar is op de markt.
PACKED: Is het vanaf het begin een keuze geweest om een eigen videostudio te hebben?
Nee, niet helemaal vanaf het begin. Montevideo is begonnen als een videogalerie. Het eerste opzet was het vertonen van videokunst. Mijn vader kwam zelf uit de omroepwereld. De galerie is met weinig financiële middelen opgestart, en de huisvesting was klein.
Maar al gauw kwamen er een tweetal videoplayers/recorders bij, en een montagetoestel. Maar een echte montagestudio hebben we pas midden jaren ’80 gebouwd toen hiervoor een subsidie ter beschikking was. Sindsdien zijn de faciliteiten onderhouden en geactualiseerd.
PACKED: Is de werking van de studio in de loop der jaren veranderd?
Ja, de laatste jaren verschuift het zwaartepunt in de werking van onze studio van het verlenen van productieondersteuning aan kunstenaars naar conservering.
In de jaren ’80 en ’90 was postproductie en het verhuur van apparatuur het zwaartepunt van de werking van onze studio. Maar vandaag kunnen steeds meer kunstenaars zichzelf behelpen. Wat we nu vooral nog in postproductie doen voor kunstenaars, is het meer specialistische werk zoals de montage voor hoogwaardige HD-producties. Ook doen er nog steeds kunstenaars op ons beroep die eerder van de oude stempel zijn en die hun tijd niet wensen te verdoen aan het zich verdiepen in computerprogramma’s.
Maar hiernaast levert onze studio ook ondersteuning aan de andere afdelingen binnen het NIMk. Voor de distributie24 staan we altijd klaar. De laatste tien jaar maken we vooral DVD-kopies voor hen. Ook leveren we ondersteuning bij de tentoonstellingen25 die hier binnenshuis worden georganiseerd.
PACKED: Het is dus nooit een optie geweest om het dupliceren van video’s of zelfs het digitaliseren uit te besteden, zoals de instellingen uit Vlaanderen26 dit nu binnen het kader van BOM-Vl aan jullie uitbesteden? Heeft dit te maken met de specifieke vereisten die videokunst stelt, en dat je hiervoor niet echt terecht kunt in de commerciële videolabo’s?
Ja. In commerciële videolabo’s heerst een andere werksfeer. Je ervaart er veel sterker de druk van de commercie, het geld en de tijd. Het is er allemaal duur, en dus moet het allemaal snel gaan. Hetzelfde probleem stelt zich bij de televisieomroepen. Men volgt er een productieproces dat verloopt in een soort cadans. De regisseur begeleidt er al gillend de operators. Dit is een heel andere werksfeer dan die waarin kunstenaars hun creatief werk willen verrichten.
De werksfeer is belangrijk. Ook dat het betaalbaar, en dus bereikbaar is voor kunstenaars, is belangrijk. De tarieven die wij, dankzij een subsidie, kunnen hanteren, vindt je niet in de commerciële wereld.
Bovendien is er bij ons in de loop der jaren specifieke know-how voor de kunstensector opgebouwd die je niet in commerciële dupliceer- of montagebedrijven vindt.
PACKED: Ken jij in Europa nog gelijkaardige plekken als de NIMk-studio?
Nee, niet echt. Op andere plekken zijn hier en daar wel sommige deelfuncties vertegenwoordigd. Ook wat de conservering betreft, zien we weinig gelijkaardige initiatieven.
PACKED: Moeten jullie zelf wel eens taken uitbesteden omdat jullie ze niet aan kunnen?
Soms, maar het gaat dan vooral om de huur van apparatuur die we gebruiken bij tentoonstellingen.
Wat de conservering betreft kunnen we eigenlijk alles zelf doen. Alleen film besteden we uit. Maar film behoort dan ook niet tot ons werkveld. In onze eigen collectie bezitten we wel een paar films, maar de conservering hiervan gebeurt door het Nederlands Filmmuseum.27
PACKED: De conserveringsprojecten waarover je eerder sprak hadden niet enkel betrekking op de eigen videocollectie maar ook op die van andere Nederlandse kunstinstellingen. Worden deze collecties ook in jullie opslagruimte bewaard?
Ja, de conserveringsmasters van de deelnemers van Project Conservering Videokunst bewaren we hier. Er zijn wel twee uitzonderingen: de collecties van het World Wide Video festival28 en van het Stedelijk Museum Amsterdam.29 Zij beheren hun videobanden zelf.
Deze bewaring is een dienstverlening die we aan musea aanbieden omdat we hier over een geconditioneerde opslagruimte voor de banden beschikken en desgevraagd van de conserveringsmaster ook heel gemakkelijk een afgeleide kopie op DVD kunnen maken in onze studio. Dit laatste is een belangrijk voordeel voor de musea.
PACKED: Hoeveel collecties beheert het NIMk zelf?
We beheren zelf vier collecties: die van De Appel,30 Mickery,31 Lijnbaancentrum32 en NIMk zelf. En NIMk is het resultaat van de fusie van twee instellingen: Montevideo en Time Based Arts.33 Al deze collecties zijn ook raadpleegbaar in het NIMk.
Maar hiernaast bewaren we dus ook collecties van een aantal instellingen die hebben deelgenomen aan onze conserveringsprojecten.

Opslag van videotapes in een klimaatgecontroleerde ruimte, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Jullie werken nu in opdracht werken van het project BOM-Vl. Dergelijke opdrachten in functie van derden doen jullie vaker. Is de communicatie en werkverhouding bij de medewerking aan het BOM-Vl project gelijkaardig aan die bij andere opdrachten?
Ja, er zijn weinig verschillen. Maar als we in Nederland een opdracht vervullen heeft deze meestal betrekking op de conservering van een individuele collectie (bv. van de Jan van Eyck Akademie34 en het Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem35). Voor BOM-Vl digitaliseren we nu werken uit vier verschillende collecties tegelijkertijd.
Met onze eigen conserveringsprojecten hebben we natuurlijk zelf ook ervaring met grote gemeenschappelijke projecten waarin meerdere collecties participeren. Bij BOM-Vl ligt de coördinatie echter niet bij ons maar bij BAM.36 Ik zie geen grote verschillen. Dergelijke grote projecten moeten strikt genomen altijd een beetje bureaucratisch verlopen.
PACKED: Is er een gelijkaardige verhouding tussen de opdrachtgever en jullie?
Ja, er is een gelijkaardige verhouding tussen de musea en het NIMk. Er bestaat een bepaald vertrouwen. Hierdoor hoeven medewerkers van de musea niet aanwezig te zijn. Zij hoeven niet voortdurend naast ons in de studio te zitten tijdens de digitalisering.
Toch blijft ons werk een open gebeuren. Men kan ons ten allen tijde bezoeken tijdens het werkproces. We communiceren duidelijk over wat er in onze studio gebeurt. Dat er nauwelijks iets mis gaat, versterkt het vertrouwen.
PACKED: Heb je nu, bij aanvang, al een idee van wat de gemiddelde staat is van de te digitaliseren banden van AMSAB, MuHKA, S.M.A.K. en Stadsarchief Antwerpen?
Ja, we hebben bij wijze van test steekproeven gedaan met de 1” tapes van AMSAB. De resultaten hiervan waren zeer goed.
Ik heb ook de banden van het MuhKA bekeken. Hier zitten heel wat stoffige en oude U-matic tapes van een bepaald merk tussen. Op basis van mijn ervaring kan ik de mogelijke problemen al inschatten. Deze banden zullen we goed moeten reinigen, maar we hebben hier genoeg ervaring mee.
Op basis van andere conserveringsprojecten kan ik ook de gemiddelde bewerkingstijd inschatten. Wij hanteren een gemiddelde verhouding van 1 op 2,5. Dit betekent dus dat de digitalisering van 1 uur divers videomateriaal overeenstemt met 2,5 uur arbeidstijd.
PACKED: Hoeveel banden worden er in het kader van BOM-Vl bij jullie gedigitaliseerd?
Van AMSAB 139 banden of 105 uur, van MuHKA 42 banden of 18 uur en 22 minuten, van SMAK 13 banden of 5 uur en 30 minuten en van het Stadsarchief Antwerpen 41 banden of 60 uur en 48 minuten. Dus alles samen 235 banden of bijna 190 uur.
De formaten die we hebben ontvangen zijn: 1” C, ¾” U-matic en VHS.
Binnen de U-matics en VHS is er bij S.M.A.K. nog een opsplitsing tussen tapes in PAL en tapes in NTSC. Dit is mogelijk ook het geval bij MuHKA, want hun documentatie is niet voor alle werken volledig.
Omdat de documentatie niet volledig is voor alle werken, is er ook nog altijd nog een afwijking op de tijdsduur mogelijk. Maar in principe kunnen we dit afwerken binnen de vooropgestelde termijn van twee maanden.
PACKED: Is er inhoudelijk een opsplitsing tussen de tapes van enerzijds de kunstinstellingen S.M.A.K. en MuHKA en anderzijds de tapes van de archieven AMSAB en het Stadsarchief Antwerpen?
Ja, op de tapes van S.M.A.K. en MuHKA staan vooral kunstwerken. Op de tapes van het AMSAB en het Stadsarchief Antwerpen staan meer documenten: registraties van concerten, gebeurtenissen, … Hierin komt ook een beetje cultuur aan bod. Op de tapes van AMSAB staan vooral televisieprogramma’s, waarin waarschijnlijk ook cultuur aan bod komt.
De tapes van S.M.A.K. en MuHKA zijn dus de enige waar het om autonome kunst gaat, en waar onze digitaliseringsmethode met zijn omzetting naar een 10-bit uncompressed formaat37 op is afgestemd. Een dergelijke hoge kwaliteit wordt meestal niet gebruikt voor gewone videodocumenten. Maar we passen hier eenzelfde behandeling toe op alle banden.
PACKED: In principe zou je een andere methodologie kunnen hanteren voor de videodocumenten, de banden waarop geen videokunst staat?
Onze methodologie is volledig gericht op autonome kunst. Omroepen en archieven volgen meestal een andere methodologie die in een iets lagere kwaliteit resulteert. Aan de grondslag van deze keuze ligt een kostenafweging. Een 10-bit uncompressed videobestand vereist meer opslagcapaciteit dan een lossy compressed videobestand.38 Omdat omroepen en archieven vaak een heel grote hoeveelheid materiaal moeten bewaren, en de kwaliteit er iets minder kritisch is dan in de kunstensector, kiezen zij vaak voor een andere methodologie.
De methodologie die wij hanteren is dus beste voor videokunst. Voor videodocumenten zou je de kosten van de opslag kunnen verkleinen door te kiezen voor een lagere kwaliteit, bijvoorbeeld het D10-50 formaat.39 De prijs van de digitalisering zal er niet door verkleinen, maar wel die van de opslag achteraf. Ik heb echter begrepen dat het IBBT40 de bestanden zal opslaan op LTO-tape,41 en dan is opslag niet erg duur.

De 1"C-banden van AMSAB in afwachting van digitalisering, Nederlands Instituut voor Mediakunst, courtesy: NIMk
PACKED: Als we jullie digitaliseringsmethode overlopen, wat zijn dan de eerste stappen in jullie workflow?
De binnengekomen banden worden eerst geïnventariseerd en vervolgens opgeslagen in geconditioneerde ruimten met een temperatuur van 19° C en een relatieve vochtigheidsgraad van 40%.
Vooraleer we hier ¾” U-Matic, VHS en Betacam tapes digitaliseren, worden ze gereinigd met behulp van RTI cleaning/evaluating machines. 1” C tapes reinigen we niet.
PACKED: Wat doet een reinigingsmachine?
In een reinigingsmachine wordt de band onder spanning langs tissue-rolletjes geleid. Op deze manier worden losse en plakkerige deeltjes van de tape verwijderd. Deze deeltjes kunnen immers het contact tussen de videoband en de afleeskop onderbreken, wat resulteert in witte of zwarte lijnen (drop-outs). De plakkerige emulsie kan ook resten achterlaten op de mechanische geleiderolletjes, waardoor de band niet langer vlot door de afspeelapparatuur loopt.
PACKED: Waarom achten jullie voor 1” reiniging niet noodzakelijk?
We hebben geen reinigingsmachine voor 1”-banden.
Onze testen hebben uitgewezen dat dit ook niet noodzakelijk is. We hebben onze Sony-player voor 1” C tapes speciaal voor dit BOM-Vl digitaliseringsproject gekocht. Toen ik het apparaat kocht, heb ik een test gedaan met een zwaar bepoederde band, en de weergave van het videosignaal was vlekkeloos. Het 1”-systeem maakt gebruik van zo’n brede videoband en kent een zo’n hoogwaardige verwerking van het videosignaal dat het geen last heeft van een beetje stof. Ik heb daarnet bijvoorbeeld een test gedaan met een andere band, één van 22 jaren oud, en de weergave was perfect. Voor de uiteindelijke weergave van het signaal zou de reiniging van de tape – als dit al zou kunnen – geen visuele verbetering opleveren.
We zullen wel de apparatuur zelf iets vaker moeten reinigen.
PACKED: Hanteren jullie voor de masters van de werken uit jullie eigen collectie ook een bewaringstemperatuur van 19° C en een relatieve vochtigheidsgraad van 40%? Vaak wordt dit immers wel aangeraden als de ideale omstandigheden voor de bewaring van bv. raadplegingskopieën. Maar voor de langetermijnbewaring van de masters wordt dan een bewaringstempreatuur aangeraden van 10°C en een relatieve vochtigheidsgraad van 25%.42
Hier bestaat discussie over. Theoretisch gezien kan men met koude opslag (zelfs met behulp van invriezing) materiaal langer bewaren, maar de risico’s worden dan groter.
Het probleem is dat er geen drager bestaat die geschikt is voor langetermijnbewaring… Niet zozeer omwille van de houdbaarheid van de tape zelf, maar wel omwille van de verandering van de technologische omgeving. Het is vooral de afspeelapparatuur die uitsterft. Je kan dan misschien wel banden in goede conditie bewaren maar als na vijftig jaar de geschikte apparatuur niet meer beschikbaar is, heeft de goede bewaring van de tapes geen zin gehad. Dit is een risico.
Als je de tapes in een koudere omgeving bewaart, moet je ook een soort overgangsruimte hebben zodat de tapes langzaam terug op temperatuur kunnen komen. Anders krijg je condensatie. Bij een lagere vochtigheidsgraad, riskeer je ook allerlei bijverschijnselen zoals statische lading waardoor je stof kunt aantrekken. Dit zijn risico’s waarmee je rekening moet houden bij de bepaling van de bewaringsomstandigheden.
Het belangrijkste element in de bewaringsomstandigheden is de constantheid. Het zijn de temperatuur- en vochtigheidsschommelingen die het schadelijkst zijn voor het materiaal.
Klik hier om Deel 2 van dit interview te lezen.
Voetnoten:
1 - Zie: www.nimk.nl
2 - Zie: projects.ibbt.be/bom-vl/
3 - Aan culturele zijde participeert een brede waaier van betrokken organisaties, o.a. de steunpunten FARO, BAM, VTi en Muziekcentrum Vlaanderen. Uit de mediasector participeren de openbare, commerciële en regionale omroepen. Het IBBT en het VRT Medialab zorgen mee voor de wetenschappelijke omkadering.
4 - Zie: www.ibbt.be
5 - Zie: www.amsab.be
6 - Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, zie: www.muhka.be
7 - Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, zie: www.smak.be
8 - Zie: www.felixarchief.be
9 - Andere culturele instellingen als het Koninklijk Belgisch Filmarchief en Muziekcentrum Vlaanderen hebben films en audiowerken gedigitaliseerd.
10 - Zie: www.bamart.be
11 - Zie: www.faronet.be
12 - Montevideo is in 1993 samen met Time Based Arts opgegaan in het huidige Nederlands Instituut voor Mediakunst.
13 - René Coelho schreef in 1991 de nota ‘De hoogste tijd. Notitie over de conservering van videokunst’. Hierin werd de problematische situatie van videokunst aangekaart, en werd er gewezen op de nood aan het ondernemen van actie. Het Nederlands Instituut voor Mediakunst Montevideo/TBA ontwikkelde zich vanaf 1992-1993 als expertisecentrum voor conservering van mediakunst.
14 - Het Deltaplan is in 1990 gestart als een reddingsactie om de toenmalige achterstanden bij het behoud en beheer van cultureel erfgoed in te halen en om beheersbare werkvoorraden te realiseren. Een tweede belangrijke doelstelling was dat instellingen structureel meer aandacht zouden besteden aan het beheer en behoud van hun collecties. Het plan heeft tien jaar bestaan en heeft ruim 135 miljoen euro ter beschikking gesteld. De middelen gingen onder meer naar de (nu verzelfstandigde) rijksmusea en de rijksarchieven, naar monumentenzorg en archeologie. Voor de niet-rijksmusea was er een behoudfonds ingericht bij de Mondriaan Stichting. Tevens is geld gestoken in ondersteunende activiteiten zoals onderzoek, materiaalontwikkeling en voorlichting.
15 - Betacam SP is een analoog videoformaat dat op de markt kwam in 1986 en dat bestaat uit een ½-inch magnetische videoband in een cassette. Het formaat wordt algemeen beschouwd als een stabiel formaat met een hoge kwaliteit.
16 - ¾” U-matic is een analoog videoformaat dat werd ontwikkeld op het einde van de jaren ’60 en dat bestond uit een 3⁄4-inch magnetische videoband in een cassette. Het is de voorloper van de analoge Betacam.
17 - ½” open reel is een analoog videoformaat dat werd geïntroduceerd in 1965. De ½-inch band zit niet in een cassette maar op een open spoel. De banden werden gebruikt in combinatie met de eerste draagbare viderecorders, en werden veel gebruikt door kunstenaars, docenten en activisten. Er bestaan grofweg twee categorieën onder de ½” open reels:: CV (Consumer Video/Commercial Video); and AV (EIAJ Type 1). Alhoewel de banden er identiek uitzien, zijn de afspeeltoestellen niet compatibel.
18 - De Stichting Behoud Moderne Kunst (SBMK) houdt zich sinds 1995 bezig met projecten op het gebied van het beheer en behoud van hedendaagse beeldende kunst. Doel is het ontwikkelen van 'good practice' waarbij alle belanghebbenden voordeel kunnen hebben. Zie: www.sbmk.nl/
19 - De participerende instellingen waren het Van Abbemuseum, De Appel, Museum Boijmans Van Beuningen, Groninger Museum, Instituut Collectie Nederland, Kröller-Möller Museum, Nederlands Instituut voor Mediakunst, Montevideo/Time Based Arts, Rijksakademie van beeldende kunsten, aangevuld met de Mickery Collectie en het Stedelijk Museum Amsterdam.
20 - Playout is een onderzoek naar nieuwe technieken voor de ontsluiting en conservering van videokunstcollecties in Nederland. Het project had als doel te zoeken naar de beste methode om videokunstwerken in Nederlandse museumcollecties op te slaan en online toegankelijk te maken. De resultaten van het project werden voorgesteld in de lente van 2009.
21 - Met encoderen wordt hier het omzetten bedoeld van een digitaal tape formaat naar een digitaal tapeless formaat.
22 - Handycam is een merk dat wordt gebruikt door Sony om zijn gamma van camcorders (draagbare combinaties van camera en recorder) aan te duiden.
23 - Een HD-syncstarter is een toestel dat wordt gebruikt voor de synchrone weergave (tot op frame accuraat) van meerdere High Definition video’s op meerdere schermen
24 - Om een breed publiek kennis te laten nemen van mediakunst voert het Nederlands Instituut voor Mediakunst een actief distributiebeleid. Videotapes en media-installaties uit de collectie zijn te zien op nationale en internationale festivals, manifestaties en tentoonstellingen, in galeries, musea en andere kunstinstellingen.
25 - Het NIMk organiseert in haar galerieruimte langlopende groeps- en thematentoonstellingen, zoals solopresentaties, retrospectieven of exposities in samenwerking met andere instellingen. Het zijn museale presentaties. Ze geven op een heldere manier inzicht in een oeuvre of thema. Tussen de langlopende tentoonstellingen door is er ruimte voor meer experimentele presentaties zoals korte tentoonstellingen, symposia, screenings, live performances in beeld en geluid of proefopstellingen van kunstenaars en studenten.
26 - Hier Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent. Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen, AMSAB-ISG Gent en Stadsarchief Antwerpen.
27 - Zie: www.filmmuseum.nl/
28 - Het World Wide Video festival was een festival voor mediakunst dat vanaf 1982 jaarlijks plaatsvond. De laatste editie was in 2004. Zie: www.wwvf.nl/
29 - Zie: www.stedelijk.nl/
30 - De Appel is een internationaal georiënteerd kunstencentrum in Amsterdam dat sinds 1975 functioneert als een podium voor onderzoek en presentatie van hedendaagse beeldende kunst door middel van tentoonstellingen, publicaties en discursieve ‘events’. Het NIMk beheert de videocollectie van De Appel die dateert uit de periode 1973 ¬ 1983. Meer info: www.deappel.nl/
31 - In de jaren ’70 en ’80 was Mickery gekend als een experimenteel theater in Amsterdam. Stichter Ritsaert Ten Cate nodigde vaak internationale theatergezelschappen uit om op te treden in het kleine theater in Amsterdam. In 1984 besloot Ten Cate om gedurende de volgende vier seizoenen video op te nemen in zijn programma omdat hij wou experimenteren met wat televisie hem kon bieden als theaterproducent.
32 - Het Lijnbaancentrum werd in 1970 opgericht om een laagdrempelige tentoonstellingsruimte te bieden in het Rotterdamse winkelcentrum en om het gebruik van video te stimuleren. Het NIMk beheert de videocollectie van het Lijnbaancentrum die dateert uit de periode 1970 ¬-1982.
33 - Time Based Arts werd opgericht 1982 als een onafhankelijke instituut.
34 - Zie: www.janvaneyck.nl
35 - Zie: www.dehallenhaarlem.nl
36 - BAM is het Instituut voor Beeldende, Audiovisuele en Mediakunst. Het is het steunpunt voor de kunstensector in Vlaanderen. Zie: www.bamart.be
37 - Dit is een formaat waarbij geen datacompressie wordt gebruikt. 10-bit verwijst naar de kleurendiepte, dit is de maat voor de hoeveelheid bits die gebruikt worden om de kleur van een pixel te coderen. Hoe hoger de kleurendiepte is, hoe meer verschillende kleuren er kunnen worden gecodeerd.
38 - Datacompressie is het representeren van digitale gegevens met minder bits dan de oorspronkelijke representatie. Bij lossy compressie is de compressie niet-exact omkeerbaar omdat een deel van de data verloren gaat. Omdat videobestanden meestal grote bestanden zijn het meestal bestanden die gebruik maken van lossy compressie.
39 - D10/IMX-50 is een standaard gebaseerd op de MPEG2-compressiemethode waarvan de televisieomroepen en ook de Stichting voor Beeld en Geluid gebruik maken. Het is een aantrekkelijk formaat vanwege de relatief lage bestandsgroottes en de toch tamelijk hoge kwaliteit. Voor de omroeparchieven is deze keuze te verdedigen om economische redenen. Bij NIMk gaat het echter om video als autonoom kunstwerk: het videosignaal is het kunstwerk, of maakt een belangrijk deel uit van een kunstwerk.
40 - IBBT (Interdisciplinair Instituut voor Breedband Technologie) is een onafhankelijke onderzoeksinstelling die in opdracht van de Vlaamse overheid innovatie binnen ICT stimuleert. Het IBBT-team biedt bedrijven en organisaties actieve ondersteuning bij onderzoek en ontwikkeling en brengt daarvoor uiteenlopende bedrijven, overheden en non-profit-organisaties samen rond onderzoeksprojecten. Zie: www.ibbt.be/
41 - Linear Tape-Open (of LTO) is een standaard die op het einde van de jaren ’90 werd ontwikkeld voor de opslag van data op magnetische tape.
42 - Bijvoorbeeld in de TAPE-publicatie Audio and video carriers van Dietrich Schüller (zie: www.tape-online.net/docs/audio_and_video_carriers.pdf) of het onderdeel over videopreservering van IMAP in de EAI Online Resource Guide for Exhibiting, Collecting & Preserving Media Art (zie: resourceguide.eai.org/preservation/singlechannel.html)
