Interview met Bruno Burtre (VectraCom) (deel 2/2)

Vectracom, La Plaine Saint-Denis, (11 oktober 2010).

Bruno Burtre is commercieel directeur bij de firma VectraCom, dat in 1991 werd opgericht in Parijs door drie ex-ingenieurs van de Société Française de Production (SFP). Hij is bij VectraCom gaan werken in 2010, na de sluiting van de Sony Preservation Factory in de buurt van Dax. VectraCom is gespecialiseerd in de bewaring van audiovisuele archieven. Het biedt een hele waaier aan diensten aan met betrekking tot digitalisering en restauratie van audio, video en film, alsook divers postproductiewerk. PACKED ontmoette Bruno Burtre om meer te weten te komen over zijn jarenlange ervaring bij Sony, over de manier waarop bij VectraCom wordt gewerkt en over hoe dagelijks wordt omgegaan met de problemen verbonden aan verouderde formaten.

PACKED: Welke tools gebruikt u bij de restauratie?

Bruno Burtre: We gebruiken veel producten van Snell & Wilcox,1 zoals de tool Archangel, zowel in HD als in SD. VectraCom is bètatester en dat maakt het ons mogelijk om te zeggen wat we graag verbeterd willen zien aan de tool. Daarnaast gebruiken we ook de Revival-software die eerst door DaVinci ontwikkeld werd en nu door Blackmagic, en onlangs hebben we een Nucoda-systeem gekocht van Digital Vision samen met een DVO-restauratiesoftwarepakket. De Archangel is een restauratietool in realtime. Het ziet er uit als een groot rack met kaarten; het is hardware. Het bevat een beeldstabilisatie, anti-krasfilters enz. en biedt de mogelijkheid om de parameters aan te passen in realtime. De tool werd ontwikkeld in samenwerking met het INA en Presto Space, omdat het Presto-Spaceproject de bouw van een restauratietool gepland had. Het heeft een bedieningspaneel dat het ook mogelijk maakt om de instellingen van de toestellen te besturen.

Tools van het Revival-type vragen echter lange verwerkingstijden wanneer we op de beelden werken om de uitgevoerde behandeling te visualiseren. Als we alles moesten doen met Revival, zouden we zes maanden nodig hebben. Met Archangel lossen we 90% van de fouten op: stofdeeltjes, krassen enz. en kunnen we de instellingen echt verfijnen om in te werken op de beeldkorrel, de klank enz. Voor nog meer gedetailleerde retouches gebruiken we Revival, dat beeld per beeld bewerkt. Investeren in een restauratietool is niet erg duur, maar bij het kunnen digitaliseren en restaureren in realtime, is finalisering met behulp van software een groot voordeel. Beide tools zijn werkelijk complementair.

De Archangel van Snell & Wilcox.
De Archangel van Snell & Wilcox.


PACKED: Is het de bedoeling om Archangel zo optimaal mogelijk te gebruiken en Revival zo min mogelijk?

Bruno Burtre: Ja, want de behandeling duurt veel langer met Revival. Het is evenwel de bedoeling om het maximum te putten uit het origineel en dat begint met een degelijke reiniging van de band om zo min mogelijk stofdeeltjes te hebben. We mogen dan wel almaar meer geperfectioneerde tools hebben, functies voor ‘herkorreling’ en de accentuering van contrast en contour, maar uiteindelijk wordt het werk toch een beetje bedorven als details verloren gaan. Met een degelijke reiniging en de zachte instellingen van de Archangel nemen we de grootste mankementen weg zonder dat de restauratie onomkeerbaar wordt. Als we bijvoorbeeld te veel beeldruis wegnemen, wordt het beeld uiteindelijk vlak van kleur en is er niet meer voldoende materie in het beeld om een stap terug te zetten.

Het Archangel-bedieningsstation bij VectraCom.
Het Archangel-bedieningsstation bij VectraCom.


PACKED: Bovendien heeft een videobeeld een bepaald patina dat verloren zou kunnen gaan bij een te ingrijpende reiniging.

Bruno Burtre: Ja, en af en toe zijn die foutjes een keuze van de kunstenaar. Een andere problematiek betreft videokunstwerken die door televisiestations uitgezonden werden. Zenders willen een perfect beeld, omdat hun codeertoestellen een glad beeld nodig hebben.


PACKED: Welke opslagmethoden worden het vaakst gebruikt?

Bruno Burtre: Op dit moment gebruiken veel klanten de LTO-4.2 We werken ook steeds vaker met harde schijven, zoals bij het INA bijvoorbeeld. Op die manier kan men kwaliteitscontroles uitvoeren zonder een LTO-cartridge te hoeven uitladen maken. De harde schijf heeft een praktische kant.


PACKED: Maar het is geen formaat dat aangeraden wordt voor archivering.

Bruno Burtre: Nee, uiteraard niet, het is slechts een uitwisselingsdrager, omdat een harde schijf van de ene dag op de andere kan stukgaan om verschillende redenen. Met een magneetband kunnen er ook problemen zijn, maar de grootste moeilijkheid situeert zich op het niveau van de duurzaamheid van de weergavetoestellen. Vandaag kan het moeilijk zijn om een LTO-1-driver te vinden. Er is wel een stijgende leescompatibiliteit, maar die duurt niet eeuwig. De LTO-4-leestoestellen kunnen LTO-3- en LTO-2-cartridges lezen, maar niet LTO-1. Die technologische evolutie verplicht ons ertoe om gegevens om te zetten. Het INA heeft dat probleem gehad toen Sony ophield met de ondersteuning van het DTF-formaat.3


PACKED: Werkt u altijd met dezelfde soort klanten?

Bruno Burtre: We zijn ertoe gekomen om zowel te werken voor televisiezenders als NRJ 12 en TF1 als voor instellingen als de BNF4 en het INA of voor departementsraden en stadhuizen die digitaliseringsaanbestedingen uitschrijven. We werken ook voor culturele instellingen en voor verenigingen als het Jazz Festival van Montreux of voor de Gaumont Pathé Archieven voor de digitalisering van films. Ons cliënteel is vrij gevarieerd. Op dit ogenblik werken we aan een partij voor de BNF die bestaat uit een aantal oude formaten: V2000, EIAJ, 1” A, 2” enz.


PACKED: Heeft de aard van de inhoud een invloed op de manier waarop u werkt? Is er bijvoorbeeld een verschil als de klant het INA is of als het het Centre Pompidou is?

Bruno Burtre: Nee, er zijn geen verschillen in de modus operandi. De operator is, welk archief het ook zij, steeds zo nauwgezet mogelijk op het niveau van de digitalisering om zo weinig mogelijk correcties te moeten uitvoeren. Wij zijn geen kunstenaars, we zijn hier niet om het oeuvre te interpreteren, onze rol is een zo getrouw mogelijke reproductie maken.


PACKED: Gaat het wat het INA betreft voornamelijk om problematische banden?

Bruno Burtre: Nee, meestal geven ze er de voorkeur aan om dat bij hen te doen, omdat ze gekwalificeerd personeel en oplossingen hebben. Het INA is de nummer één referentie ter wereld op het vlak van videoarchieven en bovendien liggen de productiekosten vrij hoog van zodra je geen grote hoeveelheden digitaliseert. Wij kunnen dat doen, maar de kostprijs is een behoorlijke belemmering en dus doen klanten als het INA dat vaak zelf. De omzetting van een band die drie dagen werk vraagt, zal noodgedwongen meer kosten dan een band van één uur die op één uur kan worden omgezet.

Wanneer we voor het INA werken, gaat het om grote hoeveelheden en daar kunnen we dan een ruimte aan besteden. We vermengen artikelen noch klanten. Zodra de banden in een digitaliseringszaal ondergebracht zijn, worden de klantenfiches opgesteld die preciseren wie de contactpersonen zijn, wat de formaten zijn en wat de vereiste doeldragers. De operator weet voor wie hij werkt en dus meteen ook welke specificaties hij dient toe te passen.

Een opslagruimte voor banden bij VectraCom.
Een opslagruimte voor banden bij VectraCom.


Het procédé is steeds min of meer gelijkaardig en standaard, omdat het doel, wie de klant ook is, hetzelfde is: het maximum uit de band puren. Hij wordt gereinigd en als hij kleeft, ondergaat hij het baking-procédé, en wordt hij twee dagen later omgezet. Wanneer de band klaar is, stellen we het afspeeltoestel af qua beeld en klank en qua tracking, dat is de optimalisatie van het leessignaal van de koppen. Daarna digitaliseren we op het formaat dat de klant gekozen heeft. Voor het Jazz Festival van Montreux halen we bijvoorbeeld het signaal binnen als niet-gecomprimeerde 10 bit met de volledige bandbreedte. Voor de audiobanden gebruiken we 24 bit 96 kHz, want dat is de specificatie die men heeft gevraagd.

Met betrekking tot het INA halen we het signaal binnen in DV25 en voeren we nadien een transcodering uit om te komen tot MPEG-2 8 Mbit, dat het opslagformaat is van het INA. Op dit moment overweegt het INA een omschakeling naar MPEG-4 of MJPEG2000 en als het volgend jaar nieuwe specificaties invoert, dan zijn wij verplicht om niet-gecomprimeerde omzetting te doen.


PACKED: Lijkt de MPEG-2 niet een vreemde keuze voor een patrimoniuminstelling als het INA?

Bruno Burtre: Het INA heeft dat formaat een kleine tien jaar geleden gekozen en ze hebben de voor die tijd meest redelijke en vanuit kwaliteitsoogpunt beste keuze gemaakt. Vandaag zijn mensen gewend aan HD-televisie en aan het zien van een voortreffelijke beeldkwaliteit. Welnu, toen Sony de DVCam, de Betacam SX enz. uitbracht en men die zag op een SD-scherm (standaarddefinitie), beweerde men dat er weinig verschil was tussen het beeld van een Digital Betacam en dat van een DVCam. Vandaag ligt dat anders, want op HD-schermen kun je zien dat de compressie zichtbare artefacten creëert. Ons oog is veranderd en de grootte van het uiteindelijke bestand was in die tijd van groter belang. De opslagkosten zijn bijna tien keer lager en daarom werken we bijna uitsluitend zonder compressie of met een Telecine-DPX.5 Daarna, als de klant MPEG-4 wil, zetten we er een codeur achter.


PACKED: Hebben de lage opslagkosten de kwaliteitseisen ook verhoogd?

Bruno Burtre: Ja, maar we raden veeleer de DV256 aan voor omzettingen van VHS- en U-matic-banden, of nog EIAJ. Niet-gecomprimeerde bestanden aanleggen heeft geen zin, aangezien de beeldkwaliteit van de originele drager inferieur is aan die van de DV25. Voor de 2”-, 1”- en alle Betacam-formaten is niet-gecomprimeerde video aangewezen, omdat er een groot verschil is.

Zodra we niet-gecomprimeerd werken, zetten we bovendien een server in voor een klant en kunnen we niet langer dan acht uur werken. De codering gebeurt 's nachts; als het gaat om niet-gecomprimeerde bestanden, zijn de vereiste debieten hoog en is de kost dus ook verschillend. De infrastructuur wordt altijd aangepast aan de wensen van de klanten.


PACKED: Welke containerformaten gebruikt u voor niet-gecomprimeerde bestanden?

Bruno Burtre: Op dit moment gebruiken we de niet-gecomprimeerde AVI, maar het is steeds afhankelijk van de klant; sommige klanten willen QuickTime, MXF of MPEG4 H.264 voor gecomprimeerde bestanden.


PACKED: Hebt u aanvragen voor MJPEG2000?

Bruno Burtre: We horen sinds enkele jaren praten over het formaat MJPEG2000 en, zoals ik al zei, begint het INA zich over die kwestie te buigen. Tot nog toe hoorden we praten over dat formaat in het kader van het Presto-Spaceproject, al vijf jaar, maar geen enkele montagetool, of het nu Final Cut Pro,7 Avid,8 of een andere is, is in staat om het te lezen, en dus lijkt het een moeilijk exploiteerbaar formaat.

Vandaag worden tools en plug-ins ontwikkeld en MJPEG2000 zal vast en zeker almaar meer worden ondersteund en dus ook verspreid. Klanten hebben ons nog niet om MJPEG2000 gevraagd, maar die vraag begint op te duiken in sommige aanbestedingen. Het is daarentegen verrassend dat er ook een sterke vraag is naar codering in het ProRes-formaat9 van Apple.


PACKED: Dat is verrassend, omdat ProRes een propriëtair formaat is.

Bruno Burtre: Inderdaad, zeker archivarissen geven doorgaans de voorkeur aan open formaten. Nogmaals, VectraCom is slechts een dienstverlenend bedrijf, dus niet wij leggen de regels vast en het is aan de archivaris om vooraf te bepalen welk eindformaat hij wil. Waar het aan ontbreekt in de videoarchiefwereld, is een soort reglementering, een standaardisatie door een internationaal instituut zoals Presto Space of de FIAT.10 Maar als er geen duidelijke aanbevelingen zijn, denk ik dat dit ook komt, omdat niemand overhoop wil liggen met de fabrikanten.


PACKED: Werkt u ook voor buitenlandse klanten?

Bruno Burtre: Ja, VectraCom is zelfs in staat om in situ installaties op te bouwen bij klanten die niet willen dat hun banden hun land verlaten. Dat is het geval in Saudi-Arabië, waar we deel uitmaken van een consortium die voor dat land zorgt voor de bewaring van 250.000 uur video. Er is een technische ploeg van VectraCom ter plaatse die daar achttien maanden blijft en die de leiding heeft over lokaal gerekruteerd personeel. We verhuren het materiaal: vier 2”-weergaveapparaten, vier 1” B-weergaveapparaten, een Telecine-toestel en enkele U-matic-recorders.


PACKED: Dat zijn de grote projecten, maar hoe leidt u een klein project?

Bruno Burtre: Als we het voorbeeld van de EIAJ-banden nemen, en dat enkele banden zijn van in totaal ongeveer vijftig uur, zijn we in staat om dat te integreren in onze productieplanning tijdens de daaropvolgende twee of drie maanden.


PACKED: Wordt de kwaliteitscontrole hier uitsluitend uitgevoerd door uw operatoren of komt de klant af en toe ook hiernaartoe?

Bruno Burtre: Als een klant wil langskomen, staat de deur open en kan hij komen kijken hoe het veilig stellen van zijn content verloopt. We zijn het gewend om te werken met kunstenaars, monteurs enz. Wanneer we bijvoorbeeld een beeldcorrectie doen of een film restaureren, is de klant vaak hier.

Wanneer de kunstenaar aanwezig is, kunnen we vaak meer dingen doen, omdat we bij zijn afwezigheid zo neutraal mogelijk moeten blijven. Dat was het geval toen we enkele werken van het Centre Pompidou hebben verwerkt. Dit waren montages in loop op band. In die tijd werden de werken ononderbroken getoond. In een dergelijk geval weten we niet wat van belang is en wat niet en dus kopiëren we alles. Zonder de kunstenaar kunnen we niet beslissen wat deel uitmaakt van het werk en wat niet.


PACKED: Hoe verloopt een kwaliteitscontrole?

Bruno Burtre: Tijdens de digitalisering controleert een operator alle niveaus, kijkt hij of er onnauwkeurigheden zijn en schrijft hij zo nodig een commentaar. Als de digitalisering klaar is, controleert de operator het begin, het midden en het einde van het bestand. Dan volgt een willekeurige controle door een technicus die belast is met de coderingsparameters en die het bestand goedkeurt alvorens hij het op de uiteindelijke drager omzet. Voor het Jazz Festival van Montreux hebben we technici gekozen die ook muzikant zijn en die een bepaalde gevoeligheid hebben die wel eens van belang zou kunnen zijn.

De controle wordt hoe dan ook door de klant uitgevoerd bij ontvangst. Hij heeft het recht op een controle, daarover bestaat vooraf een akkoord. Het INA heeft bijvoorbeeld twaalf weken de tijd om een controle uit te voeren en tijdens die periode bewaren wij de bestanden op onze servers. Daarna wissen we ze. In het geval van het Jazz Festival van Montreux verzenden wij LTO-cartridges, de XD-Cam11 en de dvd's en houden we een dubbel van de LTO's bij voor de hele duur van het project. Zo kunnen we bij detectie van een anomalie bij levering teruggrijpen naar de LTO.

Wij gebruiken hoofdzakelijk Blackmagic-kaarten.
"Wij gebruiken hoofdzakelijk Blackmagic-kaarten."


PACKED: Welke kaarten gebruikt u voor het binnenhalen van het signaal?

Bruno Burtre: We gebruiken voornamelijk Blackmagic-kaarten,12 meer bepaald de Extreme HD-kaarten die onlangs op de markt kwamen. Blackmagic biedt kaarten aan met de beste prijs-kwaliteitverhouding en bijgevolg worden ze almaar vaker gebruikt door een groot aantal mensen. De Blackmagic-Designkaarten zijn geïnstalleerd in een groot aantal apparaten en als u bijvoorbeeld een Resolve-systeem13 koopt voor beeldcorrectie, dan zit daar een Blackmagic-kaart in. De kaarten die worden gefabriceerd door Aja14 en Matrox15 zijn vergelijkbaar duur.

Doorgaans preciseren klanten alleen wat ze uiteindelijk willen en kiezen wij de configuratie die we zullen gebruiken om daar te raken. Bij grote projecten gebeurt het echter dat de klant preciseert welke kaart dient te worden gebruikt. Dat is het geval voor het Jazz Festival van Montreux, waar men wenst om onmiddellijk in niet-gecomprimeerde 4:2:2 met een specifieke Aja-codec te werken. Ze hebben ons gevraagd om een specifieke 10 bit Snell & Wilcox-convertor te gebruiken met een Aja-kaart. Zodra de keten klaar was, zijn ze die komen nakijken, hebben ze de bestanden meegenomen en hebben ze die intern geëvalueerd. Pas daarna hebben we groen licht gekregen om de operatie in gang te zetten.

PACKED: Hoe wordt het onderhoud van de apparatuur geregeld?

Bruno Burtre: We beantwoorden aan de ISO 9000 norm16 die de aanbeveling doet om elk toestel een referentienummer te geven, een periodieke controle uit te voeren enz. De norm beschrijft de kwaliteitscontrole van zowel het onderhoud als de resultaten, maar ook hoe de kwaliteitscontrole uitgevoerd wordt, het kalibreren van de controlemonitoren, het etiketteren van de toestellen, welke tools toelaten om de conformiteit van het videosignaal te certifiëren enz. Op dit moment doen we een beroep op een onderhoudsfirma die in dit gebouw gehuisvest is. Die firma doet het onderhoud van al onze opnameapparatuur: HD-Cam, Digital Betacam enz. en van alle apparatuur waarmee we het eindformaat kunnen realiseren, zodat we kunnen certifiëren dat het opgenomen signaal conform is. Vervolgens houden we ons bezig met het onderhoud van de weergaveapparaten: 1”, U-matic, 2” enz.


PACKED: Wanneer u ?”-banden of V2000-cassettes moet omzetten, gebeurt het onderhoud van de weergaveapparaten dus binnenshuis?

Bruno Burtre: Ja, we hebben onze eigen onderhoudsdienst ‘oude stijl’ voor de oude formaten. We hebben de technische documentatie van die apparatuur bijgehouden, wat heel belangrijk is om dat werk binnenshuis te kunnen doen.

Een open U-matic-afspeeltoestel.
Een open U-matic-afspeeltoestel.


PACKED: Is de documentatie ook op een specifieke manier gerangschikt?

Bruno Burtre: Nee, niet echt en het wordt niet opgelegd door de ISO 9000-norm. De handleidingen en schema's zijn daarentegen wel gerangschikt in specifieke kasten.


PACKED: Houdt u defecte apparaten ook bij voor de wisselstukken?

Bruno Burtre: Ja, maar doorgaans nemen we alleen de onderdelen uit een toestel dat perfect functioneert. Als een toestel dat nu dient voor omzettingen, stuk raakt, nemen we een kaart uit een toestel dat geboekstaafd staat als functionerend. Als we een kaart uit een rek nemen, kunnen we niet zeker weten of die werkt. Dat weten we pas achteraf, wanneer we een defect toestel weer aan de praat gekregen hebben. De toestellen worden gekannibaliseerd, maar niet zomaar. Voor de 2”, bijvoorbeeld, hebben we acht apparaten die gebruiksklaar staan en planken vol wisselkaarten.


PACKED: Zijn, zoals voor de cassettes, bepaalde fabrikanten van apparatuur betrouwbaarder dan andere?

Bruno Burtre: Nee, en hier hebben we zowel professionele afspeeltoestellen als afspeeltoestellen voor het grote publiek. Het is paradoxaal dat, bijvoorbeeld, de recentste VHS-toestellen voor het grote publiek vaak van een betere kwaliteit zijn dan oudere professionele leestoestellen, deels omdat ze vaak een automatische trackingregeling hebben of de versterking automatisch geregeld wordt enz. Heel vaak verkrijgen we een veel stabieler beeld met een toestel voor het grote publiek dan met een professioneel toestel. Het is echter wel weer zo dat sommige banden, zoals de Super-VHS, alleen in professionele afspeeltoestellen lopen. Om die reden houden we de professionele Panasonic-afspeeltoestellen bij voor de S-VHS en de digitale VHS.


PACKED: Hoe wordt uw apparatuur opgeslagen?

Bruno Burtre: Onze reserveapparatuur, die niet voor omzetting gebruikt wordt, is opgeslagen in de archieven. Dit is een geklimatiseerde ruimte, want als je apparatuur onderbrengt in te vochtige ruimtes krijg je problemen met roest, met vet dat geleert enz. Ze staat opgeslagen op rekken bij 20°C en een vochtigheidsgraad van 40 à 50%.

De opslag van afspeeltoestellen die gebruikt worden voor de overzetting van oude amateurformaten. Aan de kant de technische documentatie die noodzakelijk is voor hun onderhoud.
De opslag van afspeeltoestellen die gebruikt worden voor de overzetting van oude amateurformaten..


PACKED: Wellicht is het niet erg van belang voor u, omdat u uw toestellen vaak gebruikt, maar denkt u dat het nodig is om ze af en toe in te schakelen als ze lange tijd niet worden gebruikt? Hebt u hierover al nagedacht?

Bruno Burtre: We hebben niet de tijd om dat te doen, maar we verwarmen een toestel wel voor als het lange tijd niet meer werd gebruikt. We drukken eenvoudigweg op 'on' om te vermijden dat de condensator17 'klapt'. Daarna maken we het helemaal schoon, vóór we er een band in stoppen. Als een toestel lang opgeslagen gestaan heeft, zijn er vaak mechanische problemen die te maken hebben met de vetten op basis van siliconen die vandaag de dag nog worden gebruikt in videorecorders. Wanneer dat vet mettertijd hard wordt, moeten we dit reinigen en opnieuw aanbrengen.


PACKED: Hoe wordt de kennis van de apparatuur beheerd bij VectraCom?

Bruno Burtre: Het moeilijkst om te vinden, zijn de oude elektronicatechnici, omdat de jonge elektronici met een Brevet de Technicien Supérieur (BTS, diploma na twee jaar hoger technisch onderwijs) haast niet meer weten wat een chemische condensator is. Elektronica wordt vandaag onderwezen op het cijfertoetsenbord, maar om met videoarchieven te werken, volstaat dat niet. André Grasset, één van de drie directeurs van VectraCom, is nu 73 jaar oud en hij is één van de eerste technici die met 2”-banden heeft gewerkt. Hij geeft zijn kennis nu door aan Denis Mahé, maar om dat soort kennis te verwerven heb je de geest van een elektronicus ‘oude stijl’ nodig.


PACKED: Heeft uw collega Denis Mahé al een opleiding elektronica gevolgd?

Bruno Burtre: Ja, Denis Mahé heeft zijn baccalaureaat in elektronica behaald en daarna een BTS audiovisuel. Maar hij is vooral gepassioneerd en is het gewend om met audiovisuele elektronica te werken. Je moet een prutser zijn in de goede betekenis van het woord, dergelijke competenties zijn moeilijk te vinden. Aangezien de toestellen almaar ouder worden en de banden vaak in slechte staat zijn, zijn pannes heel frequent. Onlangs was het hier bijvoorbeeld een echt bloedbad toen de één na de andere U-matic-recorders stuk ging, vier in totaal.


PACKED: Maken de technici aantekeningen over de pannes?

Bruno Burtre: Ja, maar dat is veeleer persoonlijke documentatie die elke technicus voor zichzelf aanlegt, memoblokjes en zo. We hebben schriften vol notities over verschillende formaten, 2”, 1”, EIAJ enz. Aangezien we voor de ?” maar enkele technische schema's hebben, moesten sommige met de hand worden opgeschreven.


PACKED: Op welk ogenblik gebeurt het onderhoud?

Bruno Burtre: We voeren preventief onderhoud uit op alle opnametoestellen en correctief onderhoud op alle andere apparatuur. De afspeeltoestellen voor de oude formaten kunnen we niet preventief onderhouden, we grijpen slechts in bij een panne. Voor ingebruikname is er evenwel een systematische reinigingsbeurt. Dat is een reiniging van de koppen en alle bandgeleiders en zo nodig moeten sommige onderdelen opnieuw worden gesmeerd.


PACKED: Hoe beheert u de benodigde wisselstukken?

Bruno Burtre: Sony garandeert onderhoud slechts tot zeven jaar na de commerciële stopzetting en dus leveren ze bijvoorbeeld geen stukken meer voor de Betacam SP-afspeeltoestellen. We hebben op dit moment een goede voorraad wisselstukken en voldoende leeskoppen, maar onze oplossing voor de leeskoppen van een 2” ligt bijvoorbeeld bij de leeskoprevisiebedrijven in de Verenigde Staten, zoals Videomagnetics18 en AheadTek.19 We sturen onze versleten cilinders op en zij renoveren ze.

Aangezien er voor de EIAJ-leestoestellen geen wisselstukken meer zijn, laten we ze maken op maat. Die toestellen zijn doorgaans weinig in bedrijf geweest, ongeveer vijfhonderd uur, en de bandgeleiders aan de binnenkant zijn niet beschadigd. De aandrukwieltjes zijn daarentegen vaak ernstig beschadigd en daarvoor moeten we een firma vinden die in staat is om wieltjes te maken, om oude geleiders weer te overtrekken enz. Toen we een Telecine-toestel moesten verbouwen om een 9,5mm-film om te zetten, heeft André Gasset een beroep gedaan op zo’n producent, nadat hij de benodigde diameter van de stukken had berekend.


PACKED: Koopt u nog apparatuur aan?

Bruno Burtre: Ja, dat doen we nog frequent. We hebben net twee audioweergavetoestellen gekocht voor het Jazz Festival van Montreux, een analoog 24-kanaal- en een digitaal 32-kanaaltoestel. Dat zijn toestellen die we op het internet bij particulieren hebben gekocht.


PACKED: Is het internet een favoriete bron voor de aankoop van apparatuur?

Bruno Burtre: Ja. Bij Sony hadden we een tiental EIAJ-afspeeltoestellen gekocht op het internet, waarvan er slechts twee functioneerden. De anderen dienden voor de wisselstukken. Het is niet eenvoudig om dat soort toestellen te vinden en ze moeten haast systematisch worden gerepareerd. Nu is de elektronica van die toestellen bijzonder en ingewikkeld om te repareren. Vaak konden de technici van toen een afspeeltoestel gebruiken zonder het daarom te kunnen repareren.

Voor televisieapparatuur zoals de U-matic en de 1” gebeurt het dat we er kopen bij bepaalde brokers.


PACKED: Verstrekt u informatie over uw preserveringsmethoden?

Bruno Burtre: VectraCom heeft steeds een vrij open politiek gevoerd ten overstaan van haar klanten; haast niets is echt vertrouwelijk. Uiteraard geven we niet al onze kleine geheimen vrij, maar ik denk dat het beter is om alle moeilijkheden die optreden bij het omzetten van een video te signaleren en uit te leggen, opdat de archivarissen niet bij charlatans gaan aankloppen. Heel wat bedrijven bieden archiefduplicatie aan, maar als het gaat om mensen die niets van oude toestellen afweten noch van de uiterste nauwkeurigheid die de behandeling van audiovisuele archieven en geluidsarchieven vereist, lopen ze het risico om nog meer schade te berokkenen.

Om die reden geven we onze klanten de mogelijkheid om de start van een project mee te maken of gaan we op verplaatsing om uit te leggen wat we van plan zijn te doen. We hebben een partnerschap met de archivarissen, omdat zij het vaakst weten wat ze willen, maar niet noodzakelijk hoe ze dat kunnen bereiken. Het is aan ons om samen met hen oplossingen te vinden die het best aangepast zijn aan hun eisen.


PACKED: Hebben de klanten altijd zeer specifieke eisen?

Bruno Burtre: Nee, er staan heel wat klanten in het lastenboek die een ‘gemiddelde restauratie’ vragen. Nu, zo'n gemiddelde restauratie bestaat niet; afhankelijk van de content en de drager kan het zes maanden of enkele dagen duren. In zo'n geval geven we toch antwoorden, omdat anders iemand anders het contract binnenhaalt; toch is het beter om een echte discussie te voeren, want een samenwerkingsverband breng je niet tot stand op tien minuten. Wanneer we een tarief opgeven, is de kost van baking en standaardreiniging steeds inbegrepen. Maar als we een smeermiddel moeten gebruiken of een reiniging met oplosmiddelen uitvoeren, is de kost voor de klanten anders. Omdat ze vaak niet weten wat er op een band staat, schrikken ze terug van de kostprijs van de onderneming.

Klik hier om deel 1 van dit interview te lezen.

Voetnoten

1 Zie: http://www.snellgroup.com
2 LTO is het acroniem van Linear Tape-Open, een open formaat dat in de jaren 1990 ontwikkeld werd voor de opslag van data op magneetbanden. Het werd snel een standaard en wordt het meest gebruikt om data te bewaren. De laatste versie is LTO-5, die uitkwam in 2008, met een capaciteit van 1,5 To en een debiet van 140 Mo/s. LTO-6 voorziet een capaciteit van 3,2 To en een debiet van 270 Mo/s.
3 DTF staat voor Digital Tape Format, een bandformaat voor dataopslag dat door Sony werd ontwikkeld. Het bestaat uit een cassette met een ½”-band. Er zijn twee DTF-versies, DTF-1 en DTF-2, en ook twee cassetteformaten, S en L. Sony heeft de productie van dit bandformaat stopgezet.
4 De Bibliothèque Nationale de France in Parijs.
5 De Digital Picture Exchange (DPX) is een bestandsformaat dat algemeen gebruikt wordt in digitale film en is een ANSI/SMPTE-standaard (268M-2003).
6 Er bestaan drie bandformaten onder de naam DV-formaat: MiniDV, DVCAM en DVCPRO. Alle drie gebruiken ze dezelfde compressiemethode, die DV25 heet (en af en toe gewoonweg DV-compressie wordt genoemd). De opgenomen data zijn dezelfde op elk formaat, maar de manier waarop ze fysiek op de band staan, is verschillend. Toch hoeft een gecomprimeerde video in DV25 niet opgenomen te worden op een magneetband; videobestanden op een computer kunnen ook een DV-compressie toepassen.
7 Final Cut Pro is professionele software voor niet-lineaire videomontage die aanvankelijk werd ontwikkeld door Macromedia Inc. en sinds 1998 door Apple Inc.
8 Avid Technology Inc. is een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd is in de ontwikkeling van computertools voor audiovisuele productie, in het bijzonder virtuele montage, contentbeheer en mediapublicatie. Avid werd opgericht in 1987 en het moederbedrijf bevindt zich in Tewksbury, Massachusetts. (Bron: Wikipedia)
9 ProRes 422 is een videoformaat met een standaarddefinitie en een hoge definitie dat werd ontwikkeld door Apple Inc. voor postproductietoepassingen. Het werd in 2007 geïntroduceerd met Final Cut Studio 2 en is vergelijkbaar met de Avid DNxHD-codec, die hetzelfde doel dient en een gelijksoortig debiet heeft. Het is een compressieformaat met verlies (lossy).
10 De Fédération Internationale des Archives de Télévision werd opgericht in 1977. Ze promoot de samenwerking tussen televisiearchieven, multimedia-archieven en audiovisuele archieven van bibliotheken en van iedereen die zich inzet voor de bewaring en het gebruik van bewegende beelden, opgenomen geluidsdocumenten en aanverwante documentatie. Zie: http://www.fiatifta.org
11 XDCAM is een datadrager voor digitale camera en professionele weergaveapparatuur die in 2003 werd geïntroduceerd door Sony. De XDCAM-camera's gebruiken een schijf of geheugenkaarten als drager in plaats van een cassette. Hier spreekt Bruno Burtre over de Professional Disc van Sony. Dit is een schijf van 12 cm diameter die in een beschermende cartridge zit. Een schijf kan tot 23 GB bevatten op een enkele laag 50 GB op een dubbele laag of 128 GB op een viervoudige laag. (Bron: Wikipedia)
12 Zie: http://www.blackmagic-design.com/products
13 Zie: http://www.blackmagic-design.com/products/davinciresolve
14 Zie: http://www.aja.com/products/io/
15 Zie: http://www.matrox.com/video/en/home
16 ISO 9000 is een verzameling normen voor kwaliteitsbeheer die werd uitgevaardigd door de International Organization for Standardization (Internationale Organisatie voor Standaardisatie). (Bron: Wikipedia)
17 Een condensator is een passieve elektronische component die bestaat uit een stel geleiders die worden gescheiden door een een diëlektrische stof (isolator). Wanneer een potentiaalverschil toegepast wordt tussen die geleiders, ontstaat een elektrisch veld in de diëlektrische stof. Dat veld slaat energie op en produceert een mechanische kracht tussen de geleiders. Het effect is sterker wanneer er ruimte is tussen geleiders met een grote oppervlakte en vaak worden geleiders “plaatcondensators” genoemd. Condensators met praktische toepassingen zijn verkrijgbaar in de handel in verschillende vormen. Het diëlektrische materiaal, de structuur van de platen en de verpakking van het toestel hebben een sterke invloed op de eigenschappen van de condensator en dus van zijn toepassingen.
18 Zie: http://videomagnetics.com
19 Zie: http://www.aheadtek.com

  • Terug naar overzicht
  •  
met de steun van de vlaamse overheid

Copyright © 2012 PACKED / Legaal / Privacy / Sitemap
Webdesign by thisconnect.be / pixelman.be