Interview met het Institut National de l'Audiovisuel (INA) (deel 2/2)

Institut National de l'Audiovisuel (INA), Bry-sur-Marne, (22 december 2009).

Het Institut National de l'Audiovisuel (INA)1, dat zich ten oosten van Parijs in Bry-sur-Marne bevindt, bewaart sinds haar oprichting in 1975 het geheel van de Franse radio- en televisiearchieven. Haar missie is het preserveren, restaureren, conserveren en toegankelijk maken van de duizenden uren bewaarde radio- en televisieprogramma’s. Het SNC-team2 is opgedeeld in de afdeling ‘Preservering’ die verantwoordelijk is voor het preserveren van het archiefmateriaal door het te migreren naar nieuwe, stabielere formaten, en de afdeling ‘Digitalisering en Ontsluiting’ die verantwoordelijk is voor de digitalisering van het materiaal en de ter beschikking stelling ervan aan de klanten.

Emanuel Lorrain (PACKED vzw) ontmoette Gérard Mathiot die bij INA technisch verantwoordelijk is voor de preservering en overliep met hem de verschillende fases van dit proces van het audiovisueel materiaal om te achterhalen hoe INA tijdens het preserveringsproces van de van de videobanden omgaat met obsoletie en de problemen waarmee de afspeelapparatuur kampt. Alexandre Khuy, technicus bij SNC, en Michel Gouley, technicus bij de centrale onderhoudsdienst voor videoapparatuur van INA komen betreffende hun vakgebieden ook aan het woord.

PACKED: Michel Gouley, u werkt bij de centrale onderhoudsdienst van INA. Houdt u zich bezig met dezelfde types apparatuur als de technici van de ‘kliniek’?

Michel Gouley: Ja, min of meer. Ik hou mij vooral bezig met het regelmatige onderhoud dat een tijdschema volgt dat is berekend op basis van de werkingsduur van ieder toestel. Ik doe hier het onderhoud om problemen te voorkomen, terwijl men in de ‘kliniek’ werkt in functie van de problemen die men ervaart op het ogenblik van de overzetting. De meerderheid van de toestellen zijn afspeeltoestellen voor Betacam, Betacam SP en digital Betacam die intensief worden gebruikt voor overzetting of digitalisering in de Flexicarts3. Maar het gebeurt ook dat ik een onderhoud moet uitvoeren van afspeeltoestellen voor U-matic of 1”.


Een Flexicart-robot van Sony. (Foto: clubic.com)


PACKED: Welk product gebruikt u voor het onderhoud van de afspeeltoestellen?

Michel Gouley: Ik gebruik een spuitbus Isonet om de onderdelen te reinigen, maar geen isopropyleen alcohol want dit droogt de mechanische delen uit en het verhoogt de mate van wrijving van de band tegen de onderdelen; naargelang de herkomst van de videoband riskeert men dan een mechanische blokkering. Maar voor de plastic en rubberen onderdelen gebruik ik alcohol, en wattenstaafjes.


PACKED: Met welke pannes houdt u zich hier bij de centrale onderhoudsdienst het meest bezig?

Michel Gouley: Het kan gaan om de leeskoppen die stuk zijn of om mechanische problemen, zoals bijvoorbeeld een motor die in panne valt. Wanneer dit laatste het geval is, vervangt men eenvoudigweg de motor. Wanneer het de kaarten zij die in panne vallen, kan ik ze soms herstellen. Maar aangezien de schakelingen in de recente toestellen zeer fijn zijn, kan ik meestal niets anders doen dan de kaart volledig vervangen. Ik kan de condensators vervangen wanneer dit mogelijk is en ingrijpen op de schakelingen, maar dit vermindert naarmate de schakelingen en de onderdelen kleiner worden.


PACKED: Gebeurt dit?

Michel Gouley: Ja, maar enkel voor oude toestellen. Wij hebben bijvoorbeeld Betacam SP toestellen die we tweedehands hebben gekocht en die ik hier in de onderhoudsdienst terug als nieuw maak. Het zijn toestellen die we hebben gekocht voor 400 euro van mensen die ze wilden afstoten, maar oorspronkelijk – toen ze nog nieuw waren – kosten ze ongeveer 30.000 euro. Bovendien zijn de kaarten makkelijk te herstellen omdat het gaat om technologieën uit het midden van de jaren ‘80.

Maar een dergelijke ‘vernieuwing’ neemt vaak drie tot vier dagen in beslag, en het is iets dat enkel doe als ik tijd vrij heb naast de gewone onderhouds- en reparatiehandelingen.


PACKED: Wat zijn die gewone onderhouds- en reparatiehandelingen?

Michel Gouley: Dit is sterk afhankelijk van de leeftijd van het toestel en van zijn gebruiksduur. Een gewone herstelling voor een Betacam SP afspeeltoestel omvat bijvoorbeeld de vervanging van de leeskoppen, van het aandrukwiel, de vervanging van de motor van de kaapstaander en de spoelmotors. Wanneer nadien de volgende keer hetzelfde afspeeltoestel terugkomt voor onderhoud, zal ik dezelfde onderdelen vervangen, maar hiernaast ook andere onderdelen zoals de motor voor de leeskoppen.

Dit is in het bijzonder het geval voor de digital Betacam en Betacam SX toestellen die onderdeel zijn van de Flexicart-robots en die dag en nacht werken. We wachten niet om in te grijpen tot het moment waarop een toestel een probleem krijgt. Op basis van ervaring of van het volgen van de aanbevelingen van de fabrikant weten we dat bepaalde onderdelen zullen stuk gaan vanaf een bepaald moment. Daarom vervangen we de koppen die werken in de Flexicarts ongeveer elke twee jaar, wat ongeveer overeenkomt met een afspeelduur van 3.000 uren.


PACKED: Het onderhoud en de vervanging van de onderdelen gebeurt dus op basis van een schatting? Het gaat dus om preventief onderhoud?

Michel Gouley: Ja, en dit om de eenvoudige reden dat wanneer we wachten tot de apparaten in panne vallen, we riskeren dat een defect toestel een videoband zal beschadigen – wat niet ondenkbaar is. Bij INA is de waarde van de inhoud belangrijker dan de prijs van een vervangstuk, ongeacht wat de prijs hiervan mag zijn. INA is geen apparatenmuseum. Alle toestellen hebben hier één en dezelfde functie: het op de best mogelijk wijze preserveren van de inhoud zonder hierbij de dragers in gevaar te brengen waarop deze inhoud is vastgelegd.

Bovendien zijn er bij de digitale apparaten ook compensatiesystemen die berekeningen uitvoeren om fouten te corrigeren. Het gevolg is dat men de gebreken en de problemen niet ziet aankomen; van één dag op een andere kan men de limieten van het correctiesysteem hebben overschreden zonder vooraf te zijn verwittigd door aanwijzingen tijdens het afspelen. Bij analoge apparaten ziet men daarentegen het probleem verschijnen en vervolgens erger worden, en kan men het makkelijker voorkomen.


PACKED: Hoe vindt u onderdelen en vervangstukken?

Michel Gouley: Er is een Europees Sony-centrum voor losse onderdelen dat zich in België bevindt4, want in België betaalt men geen belastingen op voorraden. Men kan echter geen leeskoppen meer bekomen voor oude toestellen zoals U-matic afspeeltoestellen. Er bestaan bepaalde bedrijven in Groot-Brittannië en vooral de Verenigde Staten die leeskoppen herstellen. Het volstaat vaak om hen de trommels te sturen en zij herstellen dan de koppen hierin. Maar het is geen ideale oplossing, in de zin dat de schijf van de trommel vaak is afgesleten of gekrast en dat haar eigenschappen niet langer echt optimaal zijn.


PACKED: Is een metalen trommel zo fragiel?

Michel Gouley: De diameter van een trommel kan tussen 10 tot 15-20 microns5 verliezen, en dit volstaat om de afstelling van het afspeeltoestel te wijzigen. De videoband heeft het effect van schuurpapier; overal waar hij passeert in het mechanisme van de videospeler. Zelfs op een metalen onderdeel langsloopt ontstaat er een geringe slijtage. De permanente wrijving van de band volstaat om een invloed te hebben omdat de randen zeer nauwkeurig zijn. Bovendien zal een afgesleten onderdeel de videoband vervormen.


PACKED: Jullie bezitten dus een aanzienlijke voorraad met vervangstukken?

Michel Gouley: Meestal kan ik beroep doen op een voorraad, maar ik heb ook afgedankte toestellen waaruit ik de vervangstukken kan halen die ik nodig heb. Voor de obsolete toestellen gaan we zo te werk: we ontmantelen de afgedankte apparaten voor vervangstukken. Maar het probleem stelt zich ook reeds voor recentere formaten zoals digital Betacam. Sony heeft immers beslist geen vervangonderdelen meer te produceren voor deze toestellen, wat zeer vervelend is omdat dit het archiveringsformaat van INA is. Aangezien ze sinds zeven jaar zijn gestopt met de verkoop van de apparaten, kunnen ze wettelijk gezien stoppen met de productie van de onderdelen. Wij zijn dus reeds bezig met denken over een voorraad die we nodig zullen hebben.

Ik heb ook een voorraad met elektronische onderdelen die zijn geordend volgans de code van de fabrikant. Ieder onderdeel beantwoordt aan een code op de gebruiksaanwijzing, en als een schakeling stuk is vindt men het onderdeel dankzij deze code. Ik persoonlijk gebruik een referentieboek dat is opgesteld door Sony en dat voor de verschillende onderdelen alle equivalente onderdelen weergeeft. Vervolgens bestel ik het onderdeel via het Internet; soms is het beschikbaar in België en anders komt het uit Japan.


PACKED: Langs welke weg vindt u de oudste toestellen?

Michel Gouley: Via de ’kleinhandelaars‘, de wederverkopers van materiaal uit de televisiesector, televisieomroepen of productiebedrijven. De ’kleinhandelaars‘ hebben contacten over de hele wereld, wat voorkomt dat we zelf via eBay of andere middelen op zoek moeten gaan.


PACKED: Hoe gebeurt het beheer van de voorraad apparaten en de opvolging van zowel de reparaties als het onderhoud van de apparaten?

Michel Gouley: We hebben een databank, en telkens een apparaat naar de algemene onderhoudsdienst gaat wordt het informatiedossier over dat apparaat geactualiseerd. Ieder apparaat heeft een referentie en een soort medisch dossier waarin alle onderdelen staan genoteerd die zijn vervangen, de onregelmatigheden als die er zijn geweest en ook een teller om te weten hoeveel uren het apparaat heeft gedraaid.


PACKED: Heeft INA zelf deze databank ontwikkeld?

Michel Gouley: Nee, niet diegene die we vandaag gebruiken. Sinds enkele weken gebruiken we een systeem dat is ontwikkeld door het IT-bedrijf KIMOCE6 uit Mulhouse die de gespecialiseerd zijn in de ontwikkeling van gecomputeriseerde onderhoudsbeheersystemen7 en die het programma DAGOBA8 hebben ontwikkeld in functie van de noden van INA. DAGOBA is een databank die alle apparaten bevat die zich binnen INA bevinden, en niet enkel videospelers. Voordien hadden we een databank die intern was ontwikkeld in Microsoft Access9 met een interface in Visual Basic.10


PACKED: Hoeveel videospelers bezit u bij INA?

Michel Gouley: Als ik de databank nu zou raadplegen, zou ik zien dat we 1.129 videospelers bezitten voor verschillende formaten, van 1” tot digital Betacam.


PACKED: Zijn de ‘wrakken’, de apparaten waaruit vervangstukken worden gerecupereerd, ook opgenomen in de databank?

Michel Gouley: Ja, ze zijn opgenomen ondanks het feit dat ze worden beschouwd als schroot.


PACKED: Op welke documentatie baseert u zich voor het onderhoud van uw apparaten? Hoe is de documentatie georganiseerd?

Michel Gouley: Onze basis voor het onderhouds- en de reparatiewerk zijn de handboeken die worden geleverd door de fabrikanten. We bezitten gedrukte handboeken, en we bezitten ook documentatie in een elektronische vorm die wordt verspreid op CD-Rom. Ieder jaar abonneren we ons op de website Sony Assist11 die het toelaat om handboeken te vinden. Op deze website vindt men per apparaat ook overzichten van de meest gekende onregelmatigheden en van de manier om deze op te lossen. Het is een hulp bij het onderhoud zonder dat het een exact ‘recept’ biedt, want het is immers niet omdat men een bepaald probleem ondervindt dat de oorsprong ervan altijd diegene zal zijn die is opgenomen in het overzicht op de website.


PACKED: Wordt de documentatie op hetzelfde ogenblik verworven als de apparatuur?

Michel Gouley: In feite is het beleid van INA niet om de technische handleiding aan te kopen op het moment dat het apparaat wordt aangekocht. Meestal kopen we de handleiding pas wanneer we haar nodig hebben, m.a.w. als het apparaat stuk is. Dit is gedeeltelijk het gevolg van een verandering van het beleid van de fabrikanten. Vroeger leverden zij systematisch een technische handleiding bij aankoop van een apparaat, terwijl men vandaag er ongeveer 500 euro voor moet betalen – wat vervolgens de prijs van het materiaal rechtstreeks verhoogt met 500 euro. Zelfs de gebruikershandleiding bestaat vaak niet langer op papier maar enkel in de vorm van een CD-Rom, wat het voor de fabrikanten natuurlijk mogelijk maakt nog meer te besparen.


PACKED: Hebt u uw eigen onderhoudsaantekeningen?

Michel Gouley: Ja, het gebeurt dat ik zelf bepaalde aanvullende aantekeningen maak bij de bestaande documentatie omdat eenzelfde probleem kan terugkeren binnen een tijdsinterval van twee of drie jaar. Vaak stellen we vast dat het gaat om een probleem dat het resultaat is van het ontwerp van het toestel en dat dit de reden is waarom de problemen vaak terugkeren.


PACKED: Bestaan er verschillen tussen de verschillende fabrikanten en/of modellen betreffende het ontwerp van de apparaten?

Michel Gouley: Ja, op basis van ervaring kan ik zeggen dat de apparaten van Sony steeds een zeer eenvoudig en zeer robuust mechanisme hebben; het zijn de apparaten waarbij men het minst dergelijke problemen tegenkomt. Een multi-formaat Betacam videospeler zoals wij er gebruiken voor de digitalisering in bijvoorbeeld de Flexicarts, is ontworpen met een chassis in zeer sterk gietaluminium. Dit is belangrijk want de warmte die ontstaat door het gebruik mag dit onderstel waarop de zijkanten rusten niet vervormen. Dit is zeer zeker ook te danken aan het feit dat Sony reeds evaring had met U-matic videospelers. De eerste videospelers die in Europa zijn gemaakt waren daarentegen echt onnodig ingewikkelde creaties met zeer ingewikkelde mechanismen.

Hetzelfde geldt voor de schema’s. Iedere fabrikant heeft zijn eigen manier om een schema te structureren en de onderdelen te ontwerpen. De logica is soms zeer verschillend van het ene merk tot het andere. De schema’s van Sony of Thomson zijn in het algemeen opnieuw makkelijker bruikbaar dan bijvoorbeeld die van Panasonic die zeer ingewikkeld zijn om te volgen en waar beperkte ruimte tussen de verschillende onderdelen een reparatie niet altijd vergemakkelijkt.

Gérard Mathiot: Met betrekking tot de meer recente toestellen moet men opmerken – en dit ter verontschuldiging van de fabrikanten - dat naarmate de apparaten complexer zijn ook de elektronische schema’s complexer zijn. Ooit had iedere kaart een plaat omdat iedere kaart een functie had. Vandaag zijn de kaarten zodanig multifunctioneel dat de schema’s noodzakelijkerwijze worden verspreid over meerdere pagina’s, of dat de informatie zo klein is weergegeven dat het moeilijk wordt om ze te ontcijferen. Wanneer een schema zeven pagina’s omvat, kan men de indruk krijgen in een zoekspel te zijn beland.


PACKED: Ervaart u ook problemen met de monitors?

Gérard Mathiot: Nee, niet echt. Het enige probleem dat we ervaren is de evolutie waarbij flat screens de beeldbuizen vervangen en dat de kwaliteit hiervan echt verschillend is. Voor de rest zijn technische problemen zeldzaam. In tien jaar kennen monitors geen grote problemen.


De verschillende fases in de preservering, de digitalisering en ontsluiting van een programma. (Foto: INA)


3. Digitalisering, opslag en terbeschikkingstelling


PACKED: Wanneer moeten alle videoarchieven gepreserveerd zijn?

Gérard Mathiot: Het einde van de preservering en de digitalisering is voorzien voor 2015, met andere woorden binnen vijf jaar.


PACKED: Bezit INA ook archieven met registraties van de dagelijkse televisieuitzendingen?

Gérard Mathiot: Ja. Ooit werd er door de televisieomroepen iedere dag een opname van de uitzendingen op ¾” U-matic neergelegd bij INA. Dit is vervolgens vervangen door opnamen van de uitzendingen op Betacam. Vandaag hebben we een rechtstreeks captatiesysteem dat ons toelaat om ogenblikkelijk deze captatie te digitaliseren en er een bestand van te maken.


PACKED: Zal de mirror site12 waar een kopie van de digitale bestanden wordt geconserveerd, op een harde schijf of op LTO-tapes worden gerealiseerd?13

Gérard Mathiot: Er bestaat nog veel discussie in de archiefwereld over deze vraag. De technologie van de harde schijven stelt ons inderdaad vandaag in staat om steeds meer informatie op te slaan met behulp van een steeds kleinere opslagruimte en tegen een steeds kleinere kostprijs. Maar een ander argument hierbij is dat wij ervaring hebben met magnetische dragers die we niet hebben met opslagmedia zoals harde schijven. Bovendien verbruikt de opslag op LTO-tapes slechts energie wanneer het archiefmateriaal wordt geraadpleegd terwijl een harde schijf voortdurend elektriciteit verbruikt. Maar het feit dat de informaticadienst heeft deelgenomen aan de besluitvorming heeft de keuze sterk beïnvloed omdat hun cultuur er geen is van tapes maar van harde schijven.


PACKED: Hoe worden de kwaliteitscontroles uitgevoerd?

Gérard Mathiot: Omdat de digitalisering volgt na wat wij de preservering noemen, met andere woorden de overzetting naar een duurzamer formaat - in dit geval digital Betacam - is de kwaliteitscontrole een belangrijke schakel in onze keten. Een kwaliteitscontrole vindt dus plaats bij de overzetting naar digital Betacam om te verzekeren dat zowel de digital Betacam videoband als de overzetting van goede kwaliteit zijn. Men kan echter niet alles controleren, dus voeren wij steekproefcontroles uit op de overzettingen die binnens- of buitenshuis worden uitgevoerd. Wij voeren bijvoorbeeld controles uit op de overzettingen die zijn gemaakt met de telecinema.


PACKED: Wordt de inhoud gerestaureerd als de kwaliteit te wensen overlaat?

Gérard Mathiot: Bij het preserveren trachten we om de inhoud niet te hoeven restaureren en de inhoud zodanig over te zetten dat er geen bijkomende problemen worden toegevoegd aan diegene die er reeds zijn. Bij het preserveren worden de apparaten zo goed mogelijk afgesteld. De restauratie zal, als ze plaatsvindt, in de toekomst gebeuren wanneer er een vraag komt van een klant die wenst het archiefmateriaal te tonen met zo weinig mogelijk onvolmaaktheden. In dit geval zal er vaak een bijdrage van de klant worden gevraagd.


PACKED: Hoe verloopt de digitalisering?

Gérard Mathiot: Nadat we de inhoud van iedere videocassette hebben gecontroleerd worden alle videocassettes in robots geplaatst. We controleren de cassettes niet volledig maar selecteren bepaalde momenten, de eerste en laatste bruikbare beelden. De robots zijn Flexicarts van SONY die eigenlijk uitzendrobots zijn en die we hier gebruiken voor het afspelen. Ze worden vandaag niet meer gemaakt en we kopen ze wanneer we ze te koop vinden. In de Flexicarts plaatsen we de videocassettes van de Betacam-familie, zowel Betacam SP, digital Betacam als Betacam SX. Deze videocassettes zijn de cassettes waarop tijdens het preserveren de programma’s zullen worden gekopieerd, of zijn de Betacam cassettes die reeds programma’s bevatten en die dus meteen kunnen worden gebruikt als bron voor digitalisering. De robot bevat afspeeltoestellen die compatibel zijn met al deze formaten en in staat zijn om de formaten van elkaar te onderscheiden. Na het lezen van de streepjescode op de videocassette zal de robotarm de cassette in het afspeeltoestel plaatsen – hierbij rekening houdend met welke cassette hij eerst moet nemen.

Zodra een cassette in het afspeeltoestel is geplaatst gebeurt het afspelen in ‘real time’ omdat we de video digitaliseren in ‘real time’. Als de cassette een uur duurt, zal het digitaliseren dus ook een uur duren. Het video- en audiosignaal worden verstuurd naar een encoderingsapparaat14 dat is uitgerust met twee kaarten. Eén kaart doet de omzetting naar MPEG-115 en de andere naar MPEG-2.16 De informatie gaat vervolgens naar de ruimte waar we ze in de vorm van bestanden opslaan. Ongeveer 430.000 uren televisie en 230.000 uren archiefmateriaal is vandaag reeds opgeslagen op LTO-tapes of harde schijven.

Het werk gebeurt semi-automatisch: zodra de cassettes zijn geladen verloopt de digitalisering verder zonder tussenkomst. Wanneer er zich een hoogdringendheid voordoet, volstaat het om de datum in het beheersysteem te veranderen en aan te geven dat het de band voor gisteren is opdat hij voorrang krijgt. Dit komt steeds minder voor aangezien het meeste archiefmateriaal waarnaar het meeste vraag is reeds is gedigitaliseerd. Overdag controleren technici tijdens de digitalisering de kwaliteit van het afspelen en het encoderen. ’s Morgens, nadat de apparaten een ganse nacht hebben gewerkt, controleren de technici de bestanden één per één, niet volledig maar steekproefsgewijs. We kunnen nooit alle fouten vermijden, maar we beperken ze zoveel mogelijk.


PACKED: Wat zijn de formaten die worden gebruikt bij digitalisering?

Gérard Mathiot: Op dit moment worden voor digitalisering twee soorten bestanden aangemaakt: een MPEG-2 8MB bestand in hoge resolutie en een MPEG-1 bestand in lage resolutie. Het bestand in lage resolutie dient voor verspreiding via het Internet en het bestand in hoge resolutie om het archiefmateriaal aan de klant te leveren die het wil gebruiken.


PACKED: Op welke dragers worden de bestanden opgeslagen?

Gérard Mathiot: Alles wordt opgeslagen op LTO-tapes en op harde schijven. In het begin was besloten om alles op te slaan op magnetische datatapes SONY DTF17, vandaar dat men vandaag nog robots terugvindt voor dit type tapes. Maar enkele jaren later heeft SONY besloten dit type tape niet meer te produceren.

Vandaag worden de MPEG2 bestanden opgeslagen op magnetische LTO-tapes. Op LTO3-tapes18 slaat men 108 uur aan programma’s op, de opslaglimiet van de LTO5-tapes waarop we zullen overschakelen is 400 uur. LTO-4 hebben we overgeslagen. Het voordeel van LTO is dat het een open formaat is dat wordt geproduceerd door meerdere fabrikanten en dit beperkt het risico om met handen en voeten gebonden te zijn aan één enkele fabrikant zoals het geval was met het DTF-formaat van SONY.

De klimatiseringsapparatuur draait hier permanent om de informatica af te koelen. Het onderhoud van het opslagsysteem wordt uitgevoerd door het bedrijf van wie we het systeem hebben gekocht.


LTO-tapes. (Foto: clubic.com)


PACKED: Is het een beveiligde opslagruimte?

Gérard Mathiot: Het klimatiseringssysteem draait hier voortdurend, maar ze dient om de informatica af te koelen. Het onderhoud gebeurt door het bedrijf dat ons het systeem heeft verkocht. Er zijn ook stroomgeneratoren voor de harde schijven en voor het klimatiseringssysteem. Een veiligheidssysteem vermindert met behulp van gasflessen de zuurstof in de ruimte in geval van brand. Bovendien kan, dankzij een digitale vingerafdrukscanner, slechts een beperkte groep personen de ruimte betreden.


PACKED: Maar deze data moeten zelf ooit ook worden gemigreerd.

Gérard Mathiot: Ja, zodra de datatapes vaak zijn gebruikt kunnen we beslissen om hen te kopiëren naar een recent formaat. Deze migratieprocedure zal in tegenstelling tot de overzetting van een videoband naar een andere niet langer in ‘real time’ verlopen, maar veel sneller.


PACKED: Hoe wordt alle archiefmateriaal vervolgens aan de klanten verstrekt?

Gérard Mathiot: Na goedkeuring van de commerciële dienst die controleert of INA de rechten op het programma bezit om het aan de klant ter beschikking te kunnen stellen, wordt een archiveringskopie naar deze laatste gestuurd. Deze kopie wordt gemaakt op basis van de MPEG-2 sequenties die zich bevinden op de LTO-tapes die worden gelezen door de robot. Naarmate de tijd vordert zullen we steeds meer bestanden leveren, en minder DVDs of cassettes.


De ruimte voor de opslag van data op harde schijven en LTO-tapes. (Foto: clubic.com)


PACKED: In welk formaat wordt hen deze kopie gestuurd?

Gérard Mathiot: Bij de SNC worden de kopieën gemaakt op digital Betacam of op DVD. Vanuit de dienst die verantwoordelijk is voor dringende vormen van ontsluiting kan men ook het programma rechtstreeks naar de klant sturen in de vorm van een digitaal bestand zonder fysieke drager. Op termijn, zodra onze klanten zullen zijn uitgerust om digitale bestanden te ontvangen, zal de productie van videocassettes en DVDs minder belangrijk worden.


PACKED: Wanneer de digital Betacam-banden zullen worden gedigitaliseerd om de videobanden te vervangen door een archiveringsbestand, zal dit dan gebeuren door een ongecomprimeerd bestandsformaat?

Gérard Mathiot: De MPEG-2 bestanden die vandaag worden gemaakt op basis van de digital Betacam-cassettes zijn bestanden in een gecomprimeerd formaat. Wanneer we een restauratie moeten uitvoeren, zijn we verplicht om terug te grijpen naar de digital Betacam-cassette die een maximum hoeveelheid informatie bevat. Een goede restauratie kan niet worden uitgevoerd als er niet voldoende informatie beschikbaar is want de ‘restauratietools’ worden steeds beter en hebben nood aan een maximum hoeveelheid details.

We doen momenteel een denkoefening en een onderzoek naar het preserveringsformaat dat zal worden gebruikt om de digital Betacam-cassette te vervangen, want deze zal weldra ook obsoleet zijn.

Klik hier om Deel 1 van dit interview te lezen.


Voetnoten:

1INA is verantwoordelijk voor het wettelijk depot van 88 televisiezenders en 17 radiozenders uit Frankrijk. Het is een publieke instelling met een industrieel of commercieel karakter (wat men in Frankrijk een EPIC of Établissement Public à caractère Industriel et Commercial noemt). Haar fondsen bestaan zowel uit publieke als commerciële middelen. De activiteit van de instelling is beperkt tot een publieke dienst die ze als taak heeft te vervullen. De instelling mag dus bijgevolg haar bezit en patrimonium niet inzetten voor andere activiteiten, behalve als deze voortkomen, zelfs indirect, uit de publieke dienst die haar is toevertrouwd. Zie: www.ina-entreprise.com/entreprise/activites/depot-legal-radio-tele/index.html.
2SNC is de afdeling voor Preservering, Digitalisering en Ontsluiting (Sauvegarde, Numérisation et Communication).
3Een Sony Flexicart is een robot die met behulp van informatica kan worden geprogrammeerd om met behulp van meerdere opname- of afspeelapparaten voor video geautomatiseerde taken uit te voeren, zoals het simultaan opnemen van eenzelfde signaal op meerdere dragers of het afspelen van meerdere banden volgens vooraf gedefinieerde en geprogrammeerde criteria.
4Dit Sony-centrum voor losse onderdelen is gevestigd in Londerzeel, België. Meer info: Sony Belgium - Sony Benelux B.V., Customer Info Center, Techologielaan 7, 1840 Londerzeel, België, tel: +32 70 222127, fax: +32 70 222127, e-mail: .(JavaScript must be enabled to view this email address)
5Micron is de oude benaming voor micrometer, het equivalent van 10-6 meter - zijnde 0,000001 meter of 0,001 millimeter.
6KIMOCE, gesticht in 1991, is een Franse uitgever van beheersoftware. Zie: http://www.kimoce.com
7GMAO-software (Gestion de la Maintenance Assistée par Ordinateur, of Onderhoudsbeheer met Behulp van een Computer) is een beheermethode bestemd om onderhoudsdiensten van bedrijven te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken. De software dient voor het beheer van het preventief, voorspellend, curatief en reglementair onderhoud, de voorraden, de aankopen en het personeel.
8DAGOBA is de naam die werd gekozen door INA voor de beheersoftware die voor haar werd ontwikkeld door KIMOCE.
9Microsoft Access of MS Access (officieel Microsoft Office Access) werd gelanceerd in 1992 en is een beheersysteem voor relationele databanken. Het wordt uitgegeven door Microsoft en maakt deel uit van het kantoorsoftwarepakket MS Office Pro.
10Visual Basic is een programmeertaal waarmee op een eenvoudige manier grafische applicaties kunnen worden gecreëerd. De eerste versie van Visual Basic, VB 1.0 werd gelanceerd in 1991. VBA,Visual Basic for Applications, is een versie van Visual Basic die rechtstreeks kan worden toegepast op Word, Excel, Access software, of op elk ander programma dat VBA gebruikt.
11Sony Assist is software die is ontwikkeld door SONY en die technici toegang biedt tot handleidingen voor Sony-apparatuur. Zie: http://sony-assist.software.informer.com/
12Een mirror is een exacte kopie van een verzameling data. Om een grote veiligheid van de archivering te waarborgen, bevindt de mirror site zich in het algemeen fysiek op een andere locatie dan de gekopieerde data. De mirror van bijvoorbeeld een website zal een exacte kopie zijn van de data van de website, maar dan opgeslagen op een andere server.
13LTO is een afkorting voor Linear Tape-Open, een open formaat dat op het einde van de jaren ‘90 werd ontwikkeld voor gegevensopslag op magnetische banden. LTO is snel een standaard geworden en is het meest gebruikte formaat voor de bewaring van data. De laatste versie LTO-5 is gelanceerd in 2008 met een capaciteit van 1,5 TB en een debiet van 140 MB/s. LTO-6 voorziet een capaciteit van 3,2 TB en een debiet van 270 MB/s.
14Een audio/video-encoder, ook codec genoemd, zet de informatie om in (al dan niet gecomprimeerde) data.
15MPEG-1 is een compressienorm voor video en audio die is vastgelegd in de standaard ISO/IEC-11172, die is opgemaakt door Moving Picture Experts Group in 1988. De norm MPEG-1 stelt ieder beeld voor als een geheel van 16 x 16 blokken. Hij maakt het mogelijk om een resolutie van 352×240 pixels aan 30 beelden per seconde in NTSC te bekomen en van 352×288 pixels aan 25 beelden per seconde in PAL/SECAM. MPEG-1 maakt een debiet van 1,2 Mbit/s mogelijk.
16MPEG-2 is een compressienorm van de tweede generatie die in 1994 door de Moving Picture Experts Group is ontwikkeld als opvolger van MPEG-1. MPEG-2 bepaalt de aspecten van de compressie van beeld en geluid en transport ervan over netwerken voor digitale televisie. Het formaat is bruikbaar voor DVD en SVCD met verschillende beeld, en bij digitale televisiedistributie via satelliet,kabel, telecommunicatienetwerken of antenne.
17DTF staat voor Digital Tape Format en is een tapeformaat voor gegevensopslag dat is ontwikkeld door Sony. Het bestaat uit een cassette die een magneetband met een breedte van ½”bevat. Er zijn twee versie van DTF, de DTF-1 en de DTF-2, en twee verschillende cassettegroottes, S en L. Sony is gestopt met de productie van dit formaat.
18LTO-3 is gelanceerd in 2005 met een capaciteit van 400 GB en een debiet van 80 MB/s. LTO-4 is gelanceerd in 2007 met een capaciteit van 800 GB en een debiet van 120 MB/s.

  • Terug naar overzicht
  •  
met de steun van de vlaamse overheid

Copyright © 2012 PACKED / Legaal / Privacy / Sitemap
Webdesign by thisconnect.be / pixelman.be