Doorlichting VKC

In 2004 lanceerde de Vlaamse Kunstcollectie één van de eerste online collectiecatalogi in Vlaanderen. Deze catalogus had de ambitie om de collecties van de drie grote kunsthistorische musea in Vlaanderen als een geheel virtueel toegankelijk te maken. Men hoopte ook dat de online presentatie van deze verborgen collecties een stimulans zou betekenen voor de collectieregistratie. Ondertussen is het aanbod aan online collectiecatalogi flink uitgebreid en werd het beheer van het VKC-systeem complex. Begin 2012 vroeg VKC dan ook aan PACKED vzw om de technische onderbouw van de VKC online catalogus door te lichten om te kijken of die nog beantwoordt aan de eisen van VKC's digitale strategie.

Onderzoeksvragen

Met dat objectief in het achterhoofd, werden de volgende drie onderzoeksvragen geformuleerd:

1. Welke functionele eisen worden er momenteel aan de VKC online catalogus gesteld?
Deze vraag peilde naar de eisen die, vanuit de drie aangesloten musea, gesteld worden aan de technische onderbouw van de VKC online catalogus. Op basis van gesprekken met collectiemedewerkers en technische partners werd een inventaris gemaakt van de objectieven, het doelpubliek en de meest urgente technische verbeteringen die de drie musea noodzakelijk achten (zie hoofdstuk 2 van het eindrapport). Met deze informatie werd een nieuw functieprofiel samengesteld, dat het referentiekader vormt voor de technische eisen waaraan de VKC online catalogus moet beantwoorden (zie hoofdstuk 4.1 van het eindrapport). Dit functieprofiel schetst vier rollen die de VKC online catalogus in de nabije toekomst dient te vervullen, m.n. die van virtuele collectie, uitstalraam, datahub en kennisbank. Voor elke van deze rollen werd het draagvlak beschreven binnen de drie musea en de concrete eisen die aan de technische onderbouw gesteld worden. 

2. Welke computersystemen vormen de technische onderbouw en welke verbanden bestaan er tussen deze systemen?
Deze vraag bracht de architectuur van de actuele technische onderbouw in kaart en zocht uit hoe ze de VKC online catalogus concreet realiseert. Op basis van gesprekken met collectiemedewerkers en technische partners werd een inventaris gemaakt van de verschillende computersystemen, de gebruikte software, de verantwoordelijken voor inhoudelijk en technisch beheer en de verschillende kanalen waarlangs VKC-data online toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek. Deze architectuur wordt bondig beschreven (zie hoofdstuk 3.1 van het eindrapport) en grafisch weergegeven in het diagram in bijlage 2 (zie bijlagen). Vervolgens werd een sterkte-zwakte analyse gemaakt van de manier waarop in de technische onderbouw data en beelden worden uitgewisseld (zie hoofdstuk 3.2 van het eindrapport).

Deze analyse wees uit dat het VKC-samenwerkingsverband met de actuele technische onderbouw beschikt over de noodzakelijke software componenten, de inhoudelijke focus en de praktische ervaring om een volwaardige online collectiecatalogus uit te bouwen voor de drie musea. De twee belangrijkste obstakels om die catalogus ook concreet te verwezenlijken, vormen de verouderde data en het verspreide beheer van de digitale beelden. Daarnaast zijn een voortdurend overleg over het beheer van deze catalogus en het systematisch hergebruik van data en beelden door de drie musea noodzakelijke voorwaarden om de catalogus goed te laten functioneren. 

Door de recente realisatie van een reeks online catalogi in Vlaanderen, met nieuwere technologie en rijkere collecties, bekleedt de VKC online catalogus niet meer de pioniersrol uit de beginfase. Als de architectuur en het beheer van de technische onderbouw niet geactualiseerd worden, vormen deze nieuwere catalogi een reële bedreiging voor het voortbestaan van de VKC online catalogus. Investeren in dataverrijking en de online toegankelijkheid van digitale beelden biedt de VKC online catalogus kansen om een meerwaarde te creëren voor de drie aangesloten musea. Bovendien geldt nog steeds één van de beginobjectieven voor VKC online catalogus, namelijk dat een gedeelde infrastructuur schaalvoordelen biedt bij de ontwikkeling van nieuwe online toepassingen. 

3. Hoe kan deze technisch onderbouw efficiënter en eenvoudiger gemaakt worden?
De laatste vraag leidde tot een reeks concrete aanbevelingen om de werking van de actuele technische onderbouw te verbeteren. Daarbij werd gebruik gemaakt van de technische eisen, geformuleerd in het functieprofiel. 

Eerst werd een modelarchitectuur uitgetekend die de bestaande systemen bijeen brengen in één integrale visie op de technische onderbouw (zie hoofdstuk 4.2 van het eindrapport). Deze modelarchitectuur bestaat uit drie lagen:

  • de lokale collectiebeheerssystemen en beeldbanken die in dienst staan van collectieregistratie en -onderzoek;
  • het VKC-platform dat de data uit de drie musea integreert en verrijkt;
  • alle toepassingen die data en beelden online toegankelijk maken voor het publiek.

Bij deze modelarchitectuur werden een aantal vuistregels geformuleerd voor het efficiënt uitwisselen en verrijken van data in dit VKC-ecosysteem, m.n. voor de automatisering van de datastromen, de instroom van nieuwe data aan de basis van het VKC-ecosysteem en de online beschikbaarstelling van digitale beelden. 

Vervolgens worden een reeks standaarden en afspraken toegelicht die een efficiënt gebruik van de technische onderbouw kunnen bevorderen (zie hoofdstuk 4.3 van het eindrapport). Deze standaarden en afspraken zijn van toepassing op drie verschillende processen in het VKC-ecosysteem:

  • het uitwisselen van data (cf. LIDO, SPECTRUM, CDWA, MovE invulboek, SOAP, REST, OAI-PMH);
  • het online beschikbaar maken van digitale beelden (cf. beeldschermstandaarden, URI, HTTP, IIIF);
  • het verrijken van data met vertalingen of data uit externe bronnen (cf. VIAF, RKDartist&, ULAN, ODIS, GeoNames, TGN, ICONCLASS, AAT-Ned).

Voor het maken en controleren van afspraken en standaarden werd aanbevolen om in de schoot van de VKC een werkgroep te vormen met collectiemedewerkers uit de drie musea, die bij consensus beslissingen neemt over de wijze waarop data en beelden in het VKC-ecosysteem wordt uitgewisseld en verrijkt. Dit overleg is noodzakelijk om de aanbevelingen uit de doorlichting op alle niveaus in het VKC-ecosysteem te realiseren.

Rapportering

De bevindingen van dit project worden met instemming van de opdrachtgever VKC beschikbaar gemaakt via deze website en de CEST-wiki, waar je ook een gevalstudie vindt die focust op het gebruik van standaarden binnen dit onderzoekstraject.

Doorlichting van de technische onderbouw van de VKC-catalogus, PACKED vzw, 2013:

met de steun van de vlaamse overheid

Copyright © 2017 PACKED / Legaal / Privacy / Sitemap
Webdesign by thisconnect.be / pixelman.be