- 1. Hoe bewaar ik mijn films en videotapes het best?
- 2. Ik wil een aantal 16mm films met oud zwart-wit documentair materiaal uit ons archief digitaliseren naar digital Betacam voor archivering en naar DVD voor ontsluiting. Is dit een goede keuze?
- 3. Ik bezit nog oude videowerken die niet op videocassettes staan maar op open spoelen? Kan ik die nog bekijken? Zo ja, waar?
- 4. Ik heb jaren geleden voor mijn privé-verzameling kunstenaarsvideo's gekocht, en ik wil deze video’s nu tonen in een tentoonstelling. Het gaat om VHS- en ¾” U-matic- tapes. Hoe pak ik dit best aan?
- 5. Ik wil mijn films laten digitaliseren. Waar kan ik terecht ?
- 6. Ik wil zelf een catalogusbestand maken van mijn film/videocollectie. Welke informatie moet ik hierin opnemen?
- 7. Ik wil mijn installaties beschrijven. Waar vind ik hiervoor een model?
…
Hoe bewaar ik mijn films en videotapes het best?
Volgens ANSI / ISO (American National Standards Institute / International Organization for Standardization) zijn de optimale omstandigheden voor langetermijnbewaring:
• voor zwart-wit film:
maximum temperatuur van 21°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20%-30%
• voor kleurenfilm:
maximum temperatuur van 2°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-30%;
maximum temperatuur van -3°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-40%;
maximum temperatuur van -10°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-50%.
• voor videotape:
maximum temperatuur van 20°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-30%;
maximum temperatuur van 15°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-40%;
maximum temperatuur van 10°C en relatieve vochtigheidsgraad van 20-50%.
Het TAPE-project (Training for Audiovisual Preservation in Europe) stelt als ideale bewaringsomstandigheden voor video voor:
- maximum temperatuur van 8-10° C met een mogelijke schommeling van 1°C,
- relatieve cochtigheidsgraad van 25-30% met een mogelijke schommeling van 5%
Belangrijk is dat bij de bewaring van alle audiovisuele dragers zowel de temperatuur als de relatieve vochtigheidsgraad constant blijft.
Hieronder vindt je een overzicht van hoe volgens het Image Permanence Institute (aan het Rochester Institute of Technology) de temperatuur bij een constante relatieve vochtigheidsgraad tussen 30 en 50% het beeldmateriaal kan aantasten:

De keuze van de specifieke waarden voor zowel temperatuur als vochtigheid, is in de praktijk steeds een compromis tussen de toegankelijkheid, het comfort voor het personeel en de kostprijs.
Belangrijk is dat men de filmkopieën en videotapes NIET bewaart:
- in kelders (hebben vaak een hoge relatieve vochtigheidsgraad) of op de vloer;
- op zolders (warm in de zomer en een veranderende temperatuur doorheen het jaar);
- in direct zonlicht of bij een venster;
- bij verwarmingstoestellen, radiotoren en sprinklers;
- bij chemicaliën, verf of uitlaatgassen;
- voor filmkopieën met een magnetische klankband en magnetische videobanden: bij magnetische velden zoals zware elektriciteitsleidingen, elektrische apparaten en transformatoren.
Bij een hoge relatieve vochtigheidsgraad (vanaf bv. 70%), kan er schimmelgroei ontstaan. Schimmel kan groeien op bijna elke beelddrager, en zal er uiteindelijk zorgen dat het moeilijk – zoniet onmogelijk – wordt om de dragers nog af te spelen. Een hoge temperatuur kan op verschillende manieren een fysieke invloed hebben op de drager. De meeste dragers zullen uitzetten bij een hogere temperatuur, en krimpen bij een lagere. Voor videotape met een PVC- en actetaatonderlaag gebeurt deze uitzetting en krimping in de lengte van de band, voor videotape met polyesteronderlaag in de dikte. Daarnaast kan een hogere temperatuur een versterkende invloed hebben op het doordrukken van het signaal naar onderliggende lagen bij magnetische tapes. Een hoge temperatuur heeft ook een chemische invloed. Alhoewel verschillende materialen verschillend reageren op verschillende temperaturen, kan men in het algemeen stellen dat een hogere temperatuur het chemisch proces zal versnellen. Dit zal resulteren in veroudering en verslechtering van het materiaal.
Wat de opslaglocatie betreft, geeft men best de voorkeur aan een locatie die centraal gelegen is in het gebouw, lichtjes boven het gelijkvloers. Op deze manier kan men de omgevingsfactoren het best beheersen. De opslagruimte moet brandveilig en thermisch geïsoleerd zijn, en beschermd zijn tegen insijpeling van water. Voor de opslagrekken geeft men vandaag meestal de voorkeur aan metalen rekken. Houten rekken worden minder gebruikt omdat hun chemische behandeling een invloed kan hebben op de opgeslagen beelddragers.
De filmspoelen dienen plat / horizontaal te worden bewaard. De keuze van het type filmdoos (karton, plastic of metaal) is afhankelijk van de bewaringsomstandigheden. Bewaar de films in de doos op een kern of op een spoel.
Videotapes (cassettes en open reels) dienen daarentegen rechtop / vertikaal (zoals boeken) te worden bewaard. Dit is om te vermijden dat door het gewicht de rand van de videoband gaat kreuken. Er wordt trouwens ook vaak aangeraden om de videobanden elk jaar een keer om te spoelen. Hiermee wordt dan de spankracht terug gelijkmatig over de videoband verdeeld, en wordt vermeden dat hij op termijn gaat kleven. Over het omspoelen bestaat enige controverse, en niet iedereen doet dit (vooral omdat het tijd en dus geld kost).
Belangrijk is ook dat men aandacht besteed aan de omstandigheden waarin het materiaal kan worden geraadpleegd. Soms zijn de films of video’s die op een lage temperatuur worden bewaard nodig voor raadpleging of preserveringswerk. Wanneer men films en video’s van een koude of bevroren omgeving op kamertemperatuur brengt, moet men condensatie vermijden. Dit kan op twee manieren:
- door de temperatuur en relatieve vochtigheidsgraad van de raadplegingskamer zodanig te controleren dat er geen condensatie optreedt;
- door de film of video in een vochtbestendige container te plaatsen vooraleer het beeldmateriaal uit de koude omgeving te halen; de condensatie zal dan optreden aan de buitenkant van de container en niet op de film of video zelf.
De duur van de opwarming is afhankelijk van de massa film of videoband. De ideale omstandigheden die het TAPE-project (Training for Audiovisual Preservation in Europe) voorstelt voor de raadpleging van videomateriaal is:
- maximum temperatuur van 20°C met een mogelijke schommeling van 3°C,
- relatieve vochtigheidsgraad van 40% met een mogelijke schommeling van 5%.
De opslag van beelddragers wordt nog steeds gecompliceerd door de aanhoudende discussie of men moet proberen het object zo lang mogelijk te behouden of slechts lang genoeg om het te migreren naar een ander formaat en zo obsoletie te voorkomen. In steeds meer archieven stapt men af van het klassieke preserveringsparadigma dat voorschrijft dat het originele object moet worden bewaard. Alle audiovisuele dragers zijn onderhevig aan verval en alle audiovisuele afspeel- en weergaveapparatuur wordt bedreigd door obsoletie. Steeds meer archieven gaan ervan uit dat men zich moet concentreren op de content en dat deze enkel kan worden gepreserveerd door ze van het ene systeem naar het volgende te kopiëren. Terwijl deze migratie in de analoge wereld nog gepaard ging met kwaliteitsverlies, is dit in de digitale wereld - mits de juiste voorzorgsmaatregelen - niet langer het geval.
Dit nieuwe preserveringsparadigma is ondertussen aanvaard door de sector van de televisiearchieven en een aantal andere archieven volgt. Het is een belangrijk model geworden voor de langetermijnpreservering van video. Niet alle instellingen houden zich dan ook strikt aan de bovenvermelde maximale temperatuur omdat ze vinden dat de tapes enkel lang genoeg moeten worden bewaard om ze na 8-9 jaar (de gewaarborgde levensduur van de videotapes door de fabrikanten) te migreren naar een ander, nieuwer formaat. Vooral voor kunstwerken kan het toch belangrijk zijn om het werk zo lang mogelijk te behouden in zijn oorspronkelijk formaat en op zijn oorspronkelijke drager. Ook voor archieven en bibliotheken die niet de noodzakelijke middelen hebben om hun videobanden te herformatteren, blijft langetermijnopslag een aanvaardbare preserveringsstrategie - tenminste zolang de noodzakelijke afspeeltechnologie beschikbaar blijft.
Indien je zelf niet in goede bewaringsomstandigheden kan voorzien, tracht dan je filmkopieën en videotapes bij een professionele instellingen onder te brengen die dit wel kan.
…
Ik wil een aantal 16mm films met oud zwart-wit documentair materiaal uit ons archief digitaliseren naar digital Betacam voor archivering en naar DVD voor ontsluiting. Is dit een goede keuze?
Filmpellicule is op zich een zeer goede drager voor preservering, zeker als hij op de juiste manier wordt bewaard (met constante lage temperatuur en constante lage vochtigheidsgraad). Filmpellicule is zelfs stabieler dan videoband. Bovendien is de beelddefinitie van het 16mm filmbeeld hoger dan die van Standard Definition Video.
Het probleem is echter dat door de technologische evolutie (bv. intrede van digitalisering in de productie en de vertoning van films) de apparatuur voor 16mm film momenteel steeds meer in onbruik raakt. Als deze apparatuur verdwijnt, zal het op termijn ook steeds moeilijker worden om zelfs goed geconserveerde 16mm filmkopieën af te spelen of te digitaliseren. Dit is één van de redenen waarom filmarchieven steeds meer luidop nadenken over digitale archivering. Je beslissing om de 16mm filmkopieën met documentair filmmateriaal te laten digitaliseren is een verstandige beslissing, vooral omdat de digitalisering de ontsluiting van het materiaal zal vergemakkelijken.
Maar vervolgens stelt zich de vraag hoe en waar het filmmateriaal te digitaliseren. Het is raadzaam om verschillende labo’s te contacteren, bij hen prijsoffertes op te vragen en digitaliseringstesten te laten uitvoeren. Meer informatie hierover vind je hier.
De Digital Betacam tapes kunnen dan dienen als je Standard Definition Video masters. Digital Betacam is een stabiel en kwalitatief hoogstaand formaat dat veel wordt gebruikt in de professionele sector en geschikt is voor archivering van Standard Definition Video omdat er zonder kwaliteitverlies nieuwe Digital Betacam kopieën van kunnen worden gemaakt. Als je echter wil digitaliseren naar High Definition Video, komt Digital Betacam niet in aanmerking als formaat, noch als drager. Maar het is de vraag of een overzetting naar High Definition Video wenselijk of noodzakelijk is in dit geval (16 mm film met oud zwart-wit documentair materiaal). Een antwoord hierop kan slechts worden geformuleerd als je rekening houdt met o.a. het beoogde doel, de aard en kwaliteit van het beeldmateriaal en de beschikbare financiële middelen.
Het zou in ieder geval onverstandig zijn om na overzetting naar Digital Betacam de 16mm filmkopieën onmiddellijk te vernietigen omdat hierdoor bv. eventueel een overzetting naar High Definition Video later onmogelijk wordt. Het is wijselijk om de filmkopieën nog minstens enkele jaren in goede omstandigheden te bewaren, en te kijken hoe de technologie verder evolueert.
Digital Betacam tapes zijn geschikt voor archivering, maar zijn in de meeste gevallen te omslachtig, te duur en te kwetsbaar voor ontsluiting. Daarom is het verstandig om de Digital Betacam tapes te beschouwen als de video masters, en hiervan onmiddellijk met lossy compressie MPEG-2 bestanden aan te maken. Deze MPEG-2 bestanden kunnen worden opgeslagen op een harde schijf, en vervolgens op een DVD worden gebrand of op een computer worden geraadpleegd.
Televisie- en videoarchieven doen vandaag ook steeds meer onderzoek naar tapeless archivering. Je zou zelf ook kunnen overwegen om de tussenstap van de Digital Betacam tapes over te slaan en het filmmateriaal rechtstreeks naar een tapeless archiveringsformaat over te zetten, een uncompressed videobestand (dat bv. wordt gebruikt in de kunstensector) of een videobestand met lossy compressie van 50 Mb/s (dat bv. wordt gebruikt in de televisiesector). Dergelijke tapeless opslag brengt weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Als je niet beschikt over een goede en veilige tapeless opslagstructuur (bv. server met LTO-back up), is het waarschijnlijk beter om de komende jaren videomasters op Digital Betacam tapes te bewaren.
Informatie over de aanbevolen opslagomstandigheden voor de langetermijnbewaring van film en video vind je hier.
We kunnen je aanraden om het Koninklijk Belgisch Filmarchief te contacteren en te onderzoeken of zij je 16mm filmmateriaal in bewaring kunnen nemen. Zij beschikken over de nodige kennis en infrastructuur voor de bewaring van filmmateriaal. Als je zelf de Digital Betacam master, de MPEG-2 master en DVD-kopieën bewaart, heb je steeds onmiddellijke toegang tot het materiaal.
Tot slot willen we nog de volgende kanttekeningen toevoegen:
• de levensgarantie die door de fabrikanten meestal voor videocassettes wordt gegeven is maar 8-9 jaar (alhoewel ze in de praktijk en mits goede bewaring langer kunnen meegaan);
• ook de Digital Betacam apparatuur en dus ook de tapes zullen in de nabije toekomst waarschijnlijk steeds meer in onbruik raken, waardoor in de toekomst zich een (nieuwe) transfer naar tapeless formaten (uncompressed of compressed met zeer gering informatieverlies) zal opdringen;
• ook tapeless archiveringsbestanden zullen regelmatig moeten worden gemigreerd naar meer recente formaten, bv. doordat de gebruikte codecs in onbruik raken.
…
Ik bezit nog oude videowerken die niet op videocassettes staan maar op open spoelen? Kan ik die nog bekijken? Zo ja, waar?
In de jaren '50 tot '80 zijn er inderdaad videoformaten geproduceerd die op open spoelen worden bewaard, de zogenaamde open reels. Zij bestaan naast de meer vertrouwde videocassette-formaten.
Er bestaan verschillende open reel-formaten. Al deze formaten zijn ondertussen in onbruik geraakt en het kan moeilijk, maar niet noodzakelijk onmogelijk, zijn om ze nog te bekijken. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat
- de benodigde weergaveapparatuur ondertussen moeilijk te vinden is;
- het videosignaal dat moet worden weergegeven ligt opgeslagen op de magnetische videoband en dat die videoband door bv. chemische ontbinding mogelijk in slechte staat verkeert – waardoor het afspelen kan worden bemoeilijkt. Om te kunnen bepalen met welke toestellen de banden kunnen worden afgespeeld, dient men eerst te achterhalen om welk formaat het precies gaat.
Een eerste belangrijk onderscheid dat kan worden gemaakt bij open reels heeft betrekking op de breedte van de videoband. Er bestaan open reel-systemen met vier verschillende bandbreedten:
- ¼ inch (6,35 mm)
- ½ inch (12,7 mm)
- 1 inch (25,4 mm)
- 2 inch (50,8 mm)
Deze banden staan op spoelen waarvan de diameter sterk kan variëren.
Ook zelfs binnen één verschillende bandbreedte bestaan er nog verschillende types. Deze types zijn bovendien soms merkgebonden. Ook is de band opgenomen volgens het PAL, SECAM of NTSC-systeem, en moet hij ook weer met het oorspronkelijke systeem worden afgespeeld. Het is dan ook belangrijk om kijken of er informatie staat vermeld op de doos of de spoel zelf: vooral merk, type, en videosysteem zijn belangrijk, maar ook productiejaar, kleur, speelduur, ... kunnen nuttig zijn. Deze informatie kan vaak helpen bij het achterhalen van het exacte type.
Ook bestaan er enkele websites die handige hulpmiddelen zijn om open reel-systemen te identificeren:
- Videotape Identification and Assessment Guide (Texas Commission on the Arts), zie: www.arts.state.tx.us/video/
- Video Format Identification Guide (Sarah Stauderman & Paul Messier - Video Preservation Website), zie: videopreservation.stanford.edu/vid_id/index.html
- The Little Reference Guide for Small Video Collections (Barry Van der Sluis - The Little Archives of the World), zie: www.little-archives.net/guide/
- Memoriav – Préserver le patrimoine audiovisuel / Memoriav – Audiovisuelle Kulturgüter erhalten, zie: de.memoriav.ch/video/recommandations/format/format.aspx of fr.memoriav.ch/video/recommandations/format/format.aspx
Op deze websites vindt u tekstinformatie en foto’s die het mogelijk maken om de meest gangbare ¼ inch, ½ inch, 1 inch en 2 inch banden te identificeren.
Een andere mogelijkheid is dat u een duidelijke digitale foto van zowel de doos als de spoel met videoband stuurt naar .. PACKED zal dan proberen voor u te achterhalen om welk formaat / type band het gaat.
Zodra u het formaat / type van de band hebt achterhaald, kunt u op zoek gaan naar de apparatuur die nodig is om de band af te spelen. In vele gevallen zal dit een moeilijke zoektocht worden omdat deze apparatuur in de loop der jaren in onbruik is geraakt en steeds zeldzamer is geworden. In sommige gevallen zal zelfs het bedrijfsarchief van de fabrikant van de banden moeten worden gecontacteerd om te kunnen achterhalen voor welke type videospeler ze zijn gemaakt.
Er zijn nog een aantal gespecialiseerde labo’s (vooral in het buitenland) die de nodige afspeelapparatuur voor deze oude banden hebben. Omdat er verschillende formaten / types van open reel banden bestaan, en niet alle labo’s over de benodigde weergaveapparatuur voor alle formaten / types beschikken, stellen we voor dat u de gegevens over de band (en een foto van de doos en de spoel indien mogelijk) stuurt naar .. PACKED zal dan op zoek gaan naar een labo dat uw banden nog kan afspelen.
Omdat het hier om oude banden en oude afspeelapparatuur gaat is voorzichtigheid geboden. Een verkeerde omgang kan leiden tot een beschadiging van zowel de banden als de apparatuur. In vele gevallen zullen de banden ook eerst deskundig moeten worden behandeld (bv. worden gereinigd) vooraleer ze kunnen worden afgespeeld.
Omdat het in de toekomst steeds moeilijker zal worden om uw banden nog af te spelen, raden wij u aan om ze zo snel mogelijk en zonder kwaliteitsverlies over te zetten naar een hedendaags en stabiel formaat.
Hieronder vind je, bij wijze van voorbeeld, een afbeelding van een Philips VPL 8 in. IC 1800 ft. open reel tape met bijhorende doos.

…
Ik heb jaren geleden voor mijn privé-verzameling kunstenaarsvideo's gekocht, en ik wil deze video’s nu tonen in een tentoonstelling. Het gaat om VHS- en ¾” U-matic- tapes. Hoe pak ik dit best aan?
VHS en ¾” U-matic zijn verouderde analoge videoformaten die problematisch zijn voor zowel de conservering als de vertoning van de video’s uit je collectie.
VHS en ¾” U-matic tapes zijn gemaakt om zonder groot kwaliteitsverlies honderden keren te worden afgespeeld, maar dit kan enkel wanneer de afspeelapparatuur in perfecte staat is - wat zeker bij tentoonstellingen niet altijd het geval is. Oude of slecht onderhouden apparatuur kan de tapes beschadigen (en zelfs vernietigen). Maar ook goed onderhouden apparatuur kan plots stuk raken en de tapes beschadigen (of zelfs vernietigen). Als je dus de banden verschillende keren afspeelt in een tentoonstelling, kan dit leiden tot een ernstige kwaliteitsvermindering (en zelfs verlies van de banden). Zeker wanneer dit je enige kopieën zijn, mag je een dergelijk (kwaliteits)verlies niet riskeren. Bovendien wordt het waarschijnlijk moeilijk om nog goede afspeelapparatuur te vinden voor de tentoonstelling. ¾” U-matic-spelers, en in iets mindere mate VHS-spelers, zijn de afgelopen jaren in onbruik geraakt.
Als de koopovereenkomst je toelaat de tapes te kopiëren en het inherente verval of de originele tapes niet de intentie is van de kunstenaar, digitaliseer je best eerst de werken in functie van hun conservering. Vooraleer aan de slag te gaan, is het aanbevolen de kunstenaar of zijn vertegenwoordiger te contacteren. Mogelijk zijn de werken ondertussen reeds door de kunstenaar zelf gedigitaliseerd. Als de kunstenaar zelf zijn werken nog niet heeft gedigitaliseerd, kan hij of zijn vertegenwoordiger je misschien vertellen welk museum of verzamelaar dit dan al wel heeft gedaan. Indien de werken reeds op een goede manier door de kunstenaar, een museum of een verzamelaar zijn gedigitaliseerd, kun je mogelijk een digitale kloon maken van deze nieuwe digitale masterkopie. In functie van conservering kies je als formaat voor de kloonkopie best Digital Betacam of een uncompressed bestandsformaat.
Indien de werken nog niet zijn gedigitaliseerd, beschikt de kunstenaar, een museum of andere verzamelaar misschien over een analoge (master)kopie die van een betere kwaliteit is dan jouw kopieën. Deze analoge (master)kopie vormt dan een betere vertrekbasis voor digitalisering dan je eigen kopieën. Ook hier kies je in functie van conservering als nieuw formaat best Digital Betacam of een uncompressed bestandsformaat.
Als er geen nieuwe digitale masterkopie of een betere analoge (master)kopie beschikbaar is, loont het mogelijk de moeite om je eigen tapes te digitaliseren. In functie van conservering kies je dus best als nieuw formaat Digital Betacam of een uncompressed bestandsformaat.
Zorg ervoor dat je na digitalisering de nieuwe digitale bewaringskopie in de gepaste omstandigheden bewaart, en voorzie een back-up. Het is ook aanbevolen om na digitalisering de analoge VHS of ¾” U-matic-tapes te blijven bewaren.
Tegelijkertijd met de aanmaak van een nieuwe digitale bewaringskopie, kan je in functie van de tentoonstelling een MPEG-2 kopie laten maken. Deze kun je als master gebruiken voor de productie van vertoningskopies. Mogelijk voert het labo bij de aanmaak van deze MPEG-2 kopie enkele ingrepen uit als contrast- en kleurcorrectie, ruisonderdrukking, … Een MPEG-2 kopie kan je nadien op een DVD branden of van een harde schijf afspelen.
Videobanden kun je in verschillende labo’s in Belgieë en Nederland laten digitaliseren. Een instituut dat veel ervaring heeft op het vlak van het digitaliseren van videokunst op in onbruik geraakte formaten is
Nederlands Instituut voor Mediakunst / Montevideo/Time Based Arts
Keizersgracht 264
1016 EV Amsterdam
Nederland
T 020 6237101
F 020 6244423
E info[at]nimk.nl
contactpersoon: Ramon Coelho
(meer informatie over de digitaliseringsdiensten van het NIMk, lees hier het interview van PACKED met Ramon Coelho: deel 1 en deel 2)
Als je de tijd en de middelen hebt, is het soms aangeraden om in verschillende labo’s een digitaliseringstest te laten uitvoeren en nadien de kwaliteit te vergelijken. Je kan dit combineren met het opvragen van prijsoffertes in meerdere labo’s. De ervaring leert dat er tussen verschillende labo’s aanzienlijke prijs- en kwaliteitsverschillen kunnen zijn. Als je de werken wil veilig stellen voor de toekomst, is het aanbevolen voor de best mogelijke kwaliteit te kiezen. Op deze manier verklein je de kans dat het digitaliseringsproces in de toekomst nog eens moet worden herdaan.
Voor sommige werken (werken waarbij de eigenschappen van het analoge beeld essentieel zijn, of waarbij de analoge afspeelapparatuur intrinsiek onderdeel is – bv. bij sommige installaties) kan het waardevol zijn om naast een digitale preserveringsmaster ook een analoge preserveringsmaster en een nieuwe analoge vertoningskopie aan te maken.
…
Ik wil mijn films laten digitaliseren. Waar kan ik terecht ?
In België en Nederland zijn er verschillende labs waar je terecht kunt om filmmateriaal te laten overzetten naar digitale video.
Probeer verschillende labs te contacteren, en vergelijk zorgvuldig hun kostenramingen en dienstenspecificaties. Voorzie de labs van zoveel mogelijk informatie: het formaat, het soort klankspoor (optisch/magnetisch), de lengte en de staat van elke filmkopie.
Als je over de nodige financiële middelen en tijd beschikt, probeer dan ook om eerst tests te laten verrichten door verschillende labs. Door op voorhand enkele fragmenten in verschillende labs te laten digitaliseren, kan je de kwaliteit van hun diensten met elkaar vergelijken. Dit is zeker aanbevolen wanneer je een grote hoeveelheid filmmateriaal wil overzetten en wanneer de digitale videokopieën moeten worden gepreserveerd (en de kwaliteit dus hoog moet zijn).
Enkele labs waar je terecht kunt voor de digitalisering van filmmateriaal:
Color by DeJonghe
Diksmuidekaai 4
B-8500 Kortrijk
België
TEL: ++32 (0)56 350 710
FAX: ++32 (0)56 350 780
E-MAIL: info[at]color-by-dejonghe.com
Website
Studio l'Equipe
Mommaertslaan, 6-8
1140 Brussel
België
TEL: ++32 (0)2 745 48 00
FAX: ++32 (0)2 745 48 29
E-MAIL: info[at]studio-equipe.be
Website
ACE digital house
Schiphollaan 2
1140 Brussel
België
TEL: ++32 (0)2 735 60 20
FAX: ++32 (0)2 734 09 63
E-MAIL: info[at]ace-postproduction.com
Website
Cineco B.V.
Postbus 94764
1090 GT Amsterdam
Nederland
TEL: ++31 (0)20 56 85 442
E-MAIL: C.OpdenKamp[at]cineco.nl
Website
SuperSens B.V.
Boomerangcasa
Wilgenweg 6
1031 HV Amsterdam (noord)
Nederland
TEL: ++31(0)20 6187425
E-MAIL: info[at]supersens.nl
Website
De bovenstaande labs kunnen zowel 16 als 35mm film digitaliseren. SupersSens is ook gespecialiseerd in de digitalisering van 8 en 9,5mm films.
Vooraleer een lab te contacteren, formuleer je best een antwoord op de volgende vragen:
• Wat is het doel van de digitalisering van het filmmateriaal?
• Preservering, distributie, ontsluiting, productie/montage, …?
• Wat is het uiteindelijke gebruik van de digitale videokopie(ën)?
• Preserveringsmaster, raadpleegkopie, …?
• Wat zijn de parameters en criteria die je zal gebruiken om het digitale resultaat te beoordelen?
• In welke mate wil je zelf betrokken worden bij de digitalisering?
• Is er een organisatorische infrastructuur of een beleid waarop je de digitalisering moet afstemmen – en dat je keuzes kan beïnvloeden?
• Indien ja, welke invloed zal dit hebben op het zelf verrichten van de kwaliteitscontrole, het doelformaat, …?
• Wat is de totale omvang van het te digitaliseren filmmateriaal?
• Is dit een eenmalig project, pilootproject, fase in een groter geheel, …?
• Wat is het prioriteitenschema?
• Wat zijn de beschikbare financiële middelen voor de digitalisering?
• Zijn ze nu beschikbaar of komen ze pas later vrij?
• Wat zijn de beschikbare middelen voor het beheer van digitale videokopies en de originele filmkopies?
Het antwoord op deze vragen zal van belang zijn voor de uitstippeling van het digitaliseringstraject.
Hou er rekening mee dat m.b.t. preservering op dit moment wordt aangeraden van 35mm films een nieuwe filmkopie i.p.v. een videokopie te maken. De reden hiervoor is dat moderne filmpellicule een zeer stabiele drager is als hij in goede omstandigheden wordt bewaard, en dat de 35mm afspeelapparatuur (in tegenstelling tot die voor bv. 16mm, 8mm en veel tapegebaseerde formaten) voorlopig niet in onbruik dreigt te raken. Ook is de beeldresolutie van 35mm hoger in vergelijking met die van Standard en High Definition video. Voor bepaalde vormen van ontsluiting kan een digitale videokopie van een 35mm echter wel nuttig zijn. In bepaalde gevallen kan men voor 16 en 35 mm ook overwegen te digitaliseren naar High Definition i.p.v. Standard Definition video.
Hou er verder rekening mee dat er op het vlak van preservering van digitale video nauwelijks standaarden bestaan. Indien je films naar Standard Definition Video laat digitaliseren in functie van preservering, is het raadzaam ze te laten overzetten naar digitale Betacam, een stabiel en professioneel formaat. Wanneer je kiest voor een digitaal videobestand (Standard Definition Video of High Definition Video) dat niet op videoband maar op harde schijf of datatape wordt opgeslagen, is het raadzaam te kiezen voor een uncompressed formaat (de norm in de kunstensector) of voor een compressed formaat met een lossy compressie van 50 Mb/s (de norm in de televisiesector).
Probeer zoveel mogelijk informatie in te winnen bij de kandidaat-labs. Voorbeelden van vragen vind je in het handboek op deze website, rubriek 'Vragen om aan een kandidaat-videolab te stellen'.
Werp het filmmateriaal niet weg na digitalisering, maar probeer het op zijn minst nog enkele jaren te bewaren onder goede omstandigheden. De digitale videotechnologie evolueert snel, en het is goed mogelijk dat je binnen enkele jaren het filmmateriaal wenst te digitaliseren naar een hogere beeldresolutie of naar een ander formaat.
…
Ik wil zelf een catalogusbestand maken van mijn film/videocollectie. Welke informatie moet ik hierin opnemen?
Wanneer je zelf een eenvoudig catalogusbestand van je films/video’s maakt in de vorm een databank, maar ook op papier of in spreadsheet, zorg je best dat minstens de volgende elementen worden opgenomen:
• een uniek identificatienummer
• de titel
• de naam van de film/videomaker
• een beschrijving van de inhoud van de film/video
• het productieland
• de productiedatum
• het formaat
• het kleursysteem (indien video)
• kleur of zwart-wit
• met of zonder klank (en indien mogelijk het klanksysteem: mono, stereo, …)
• de speelduur
• een vermelding of het werk deel uitmaakt van een groter geheel of reeks
• het aantal film- of videospoelen, videocassettes, videobestanden
• de aanmaakdatum van de kopies
• de generatie (bv. answer print, master, …)
• de fysieke staat van de film- of videokopie(s)
• het type filmpellicule (vooral belangrijk voor oude nitraatfilms) of videoband (vooral belangrijk voor oude ½” en 1” videobanden)
• de notities die geschreven staan op de cassette, op de doos, op het spoel, of op een in de doos gevonden papiertje
• de bewaarplaats van de film- of videokopie(s)
• de opslaggeschiedenis van de film- of videokopie(s), indien gekend
Indien je problemen ondervindt om het formaat van je video’s te identificeren kun je terecht bij dit overzicht, opgemaakt door de Texas Commission On the Arts.
In 2008 werd een ander overzicht aangemaakt door Little Archives of the World Foundation als onderdeel van TAPE (Training for Audiovisual Preservation in Europe), dat werd gecoördineerd door de European Commission on Preservation and Access (ECPA).
Een gebruiksvriendelijke template voor een databank is de IMAP Cataloging Template. Je vindt de template samen met een volledige handleiding op de IMAP website.
…
Ik wil mijn installaties beschrijven. Waar vind ik hiervoor een model?
Een handig model voor het beschrijven van installaties is ontwikkeld door Matters in Media Art, een onderzoeksproject van New Arts Trust, MoMA, SFMOMA en Tate. In haar Installation Template komt bijna elke denkbare variabele aan bod. Het biedt de mogelijkheid om informatie op te nemen over o.a. de aard van de tentoonstellingsruimte, de intentie van de kunstenaar, de benodigde apparatuur, de stroomtoevoer en het onderhoud, en zelfs gezondheids- en veiligheidaspecten. Hoewel het Installation Template werd ontwikkeld in functie van tentoonstellingen, is het ook een waardevol hulpmiddel voor het vastleggen van informatie met het oog op de preservering van installaties. Je kunt het Installation Template in de vorm van een Word-document gratis downloaden.
Een voorbeeld (in het Duits) van een volledige beschrijving van een installatie vind je op de website van AktiveArchive, een projekt van Hochschule der Künste Bern HKB en Schweizerischen Instituts für Kunstwissenschaft SIK-ISEA. Het voorbeeld is een beschrijving die in 2006 door Irene Müller en Marc Egger werd gemaakt van de video-installatie T.V.-Lüster (1993) van Pipilotti Rist. De beschrijving kan worden bekeken of als PDF gedownload worden via de AktiveArchive website.
Een voorbeeld (in het Engels) van een beschrijving die door een kunstenaar zelf (en zijn medwerkers) werd gemaakt, vind je in de IMAP Preservation Guide. Het is van de installatie Anima (2000) van de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola; te bekijken via deze link.
Ook op onze eigen PACKED website vind je enkele beschrijvingen van film- en videowerken (in het Engels). Zij werden gemaakt door Manon De Boer en hebben betrekking op haar eigen werk.
Klik op de onderstaande titels om de installatie- en conserveringsinstructies te bekijken:
- Robert, June 1996 - September 2007 (Manon de Boer, 1996-2007)
- Laurien, June 1996 - September 2001 – October 2007 (Manon de Boer, 1996-2007)
- Sylvia Kristel - Paris (Manon de Boer, 2003)
- Resonating Surfaces (Manon de Boer, 2005)
- Presto, Perfect Sound (Manon de Boer, 2006)
- Two Times 4'33" (Manon de Boer, 2008)
- Attica (Manon de Boer, 2008)

